zaterdag 7 juni 2014

Op een mooie warme dag in juni….

Buiten spelen





Water

Veel meer 

heeft een kind niet nodig




Hier 


 word ik zo vrolijk van!




maandag 2 juni 2014

Dag Dordt in stoom!

Het is nog wennen
We wonen nu overal zo dichtbij

De boodschappen zijn binnen 
en 
we fietsen nog even naar het water
Daar gebeurt het!!

Het is alweer voorbij
Voor je het weet
Over twee jaar weer

Dag Dordt in stoom!















dinsdag 27 mei 2014

Happy op het Zorgplein

Vandaag maakten we met alle derdeklassers de lipdub op het Zorgplein!

Het liedje "Happy" (klik) zit 
voorlopig 
stevig
in mijn hoofd verankerd.

Vier uur 
met een dikke vijftig leerlingen
 en een kleine tien collega's
 in de weer.

Het filmpje is nog niet te zien.
Deze foto wel. 
Netjes omgewerkt tot geanonimiseerd beeldmateriaal.

En leuk dat het was!!!!



zondag 25 mei 2014

Dienst school en kerk: Bethelkerk en Impuls 25 mei 2014



Terugkijken op een fijne dienst 
dat doen we met elkaar. 
Daarom zoals beloofd 
de foto's van deze ochtend al snel online.


Leuk voor de kinderen 
maar niet minder 
voor de vaders, moeders, opa's en oma's. 
En niet in de laatste plaats 
voor de juffen die er waren.


Nagenieten dus! 
Vandaag thuis 
en 
morgenochtend op school. 


Tot een volgende keer!

Het online album vind je tijdelijk (klik) hier!

Twee filmpjes van de samenzang vind je (klik) hier en (klik) hier



woensdag 21 mei 2014

Afrekenen tegen de gevel

Het document moet dringend af en ik zit er hard aan te werken. Het gordijn heb ik gesloten voor de felle zon, de deur naar het balkonnetje van mijn werkkamer staat open. Ik hoor de mussen in de tuin tekeergaan en verlustig me in het gezang van de merel.
Hoor ik daar een deur? Krijg ik bezoek? Met één gespitst oor tik ik dapper door aan mijn tekst. Het blijft stil. Geen bezoek, ik hoorde zeker iets bij de buren.
Even later vang ik een bijzonder geluid op. Buiten, dichtbij, geen twijfel mogelijk. Ik heb geen zin om op te staan dus ik steek - vanaf mijn stoel - mijn hoofd-met-leesbril door de balkondeur naar buiten. En kijk recht in de ogen van de glazenwasser.
Hij ziet mij beter dan ik hem, fluks zet ik mijn leesbril af en stap naar buiten. We groeten, op gelijke hoogte. Ik op het balkon, hij op de ladder. We maken een praatje over het weer, ja gisteren was het bar en vandaag is het prachtig. Hij heeft eer van zijn werk, jazeker, het was hard nodig.
Zal ik meteen afrekenen?, vraag ik. Het laatste waar ik zin in heb is de trap af te moeten als hij zometeen netjes aanbelt voor zijn gage. De glazenwasser vindt het een prima idee en ik zoek mijn portemonnee op. 

Het moet een mal gezicht zijn, samen grinniken we als ik hem over het balkonhek zijn geld aanreik. Zelfs op drie meter hoogte heeft hij wisselgeld paraat. Op dit moment zou ik best willen ruilen. Lekker buiten bezig zijn, een beetje met water kliederen. Maar nee, mijn plicht wacht in een computer. 
We nemen afscheid en gaan ieder aan ons eigen werk. Net voordat ik naar binnen stap valt mijn oog op mijn balkontuintje. Slim aangelegd want hier hoef ik nooit te gieten. Kijk toch eens, daar staat een aangewaaid viooltje te bloeien! Dapper ding. Nog even en de sedums verheffen hun kunstige hoofdjes, daar heb je lol van totdat ze in de winter uitgedroogd wegwaaien. 
En dan nu 
weer achter de computer, 
ik heb meteen mijn portie "buiten" te pakken. 
Blij typ ik verder. 

zaterdag 17 mei 2014

Vanmiddag zijn we op vakantie geweest

Zo benoemen Koen en Aart de middag van dit logeerpartijtje. In de aanloop heb ik allerlei plannen bedacht en weer afgekeurd. De middag is te ver heen voor de dierentuin, het speelpark gaat al dicht, de zee is te ver weg…

Ik haal de jongens op. Voordat we in de auto stappen heeft Aart al een kapotte knie, hij struikelt over de stoeprand. Dat begint al lekker.  Zodra we rijden informeer ik luchtigjes: “Wat gaan we doen?” “Bij u thuis spelen!”, is het onmiddellijke tweestemmige antwoord. Waaruit ik concludeer dat de verwachtingen niet echt hoog gespannen zijn. Ik kan alle kanten op.

We beginnen bij het tuincentrum. Ik wil een bloemetje kopen voor (overgroot)oma, morgen gaan we er op bezoek. De broertjes installeren zich in de winkelwagen, ze passen nog steeds naast elkaar in de onderbak: lekker overzichtelijk voor mij want zo weet ik exact waar ze zich bevinden. Koen en Aart kiezen een mooie bloeiende plant voor Oma uit en zelfs die past er ook nog bij in de kar.

Bij de vissenafdeling willen ze er uit. Samen bekijken we op ons gemakje alle aquaria en bewonderen we de visjes. Ik kan daar in mijn eentje al van genieten maar met twee paar kleuterogen naast me waan ik me in een exclusief museum. De jongens raken maar niet uitgepraat over een grote kleurige vissenbak met een écht onderwaterkasteel – wat dat ook zijn moge. Zo nep als het maar kan en zij vinden het prachtig. Voor mij geen vis-aankopen vandaag. Eerst de zomervakantie overleven en dan kijk ik weer verder.

Gaan we nu naar huis?, vraagt Aart, onze kleuter. Dat wil ik wel maar ik heb nog wat boodschapjes te doen en er is thuis geen oppas voor de mannetjes. Ze moeten mee. Ik kleed het volgende doel zo leuk mogelijk in maar het kan Aart niet bekoren. Boodschappen doen is stom.

Wanneer we met de auto naar supermarkt rijden passeren we een aardige waterspeelplaats. Daar wilden de broertjes altijd al eens heen, we zijn er nog nooit geweest. Zal ik….? “Zullen we even naar de waterspeelplaats gaan, dan eten we eerst een ijsje?” Ik voel me een jokkebrok want ik wil gewoon boodschappen doen naast de ijswinkel. Maar de jongens vinden het een geweldig idee en even later lopen we met een ijsje in het parkje. De zon drijft de temperatuur tot dik boven de twintig graden, heerlijk gewoon. We hebben alle tijd. "We kunnen gewoon doen wat we zelf willen, he Oma?", vraagt Koen. Ik knik.
Het speelvlot dat met touwen over het water bewogen wordt is bezet door een tiental grote jongens: daar gaan Koen en Aart zich niet aan wagen. Over de grote stapstenen bereiken ze het eilandje en de houten vlonderbrug. Eigenlijk doen ze niets anders dan een paar keer heen en weer lopen, en ze vinden het prachtig.



Met de belofte van een tweede speeltuintje lok ik ze de loopbrug op, richting supermarkt. Het uitzicht op de waterspeelplaats lijkt wel vakantie, zegt Koen. Ik maak er een foto van en we dalen af naar de volgende speelgelegenheid. Na nog een rondje draaimolen heb ik het voor elkaar: we belanden in de Plus. Het enige voordeel dat de jongens hierin zien is de landelijke spaaractie: koopt oma zoveel spullen dat ze straks met een tas vol actieproductjes naar buiten loopt? Vooruit, dan willen ze wel mee.


De Plus blijkt leuker dan Koen en Aart dachten. Ze ontdekken overal posters van de felbegeerde superhelden, bij de spelcomputer zakken ze samen op het bankje en ik hoor ze niet meer. Als ik klaar voor de kassa ben komen ze met tegenzin achter het schermpje vandaan. Mijn oogst superhelden overtreft de verwachtingen van de jongetjes met glans, en zonder mopperen helpen ze Oma met het duwen van de tegendraadse winkelwagen. 
De parkeergarage is echt een uitkomst, ben je eenmaal op de rolband dan gaat de rest vanzelf. Tot mijn verbazing klimmen Koen en Aart uit zichzelf in de auto en de gordel: ik heb beloofd dat ze een paar actiezakjes mogen openmaken als we gaan rijden. Onder veel oooooh en aaaaah komen de supermannetjes uit de zakjes. “Dit is toch bijna net zo leuk als de dierentuin?”, waag ik op te merken. “Ja hoor, oma!”, roept Koen en ik ben trots dat ik zo’n leuk en afwisselend programma heb bedacht. Intratuin, parkje, Plus – ik moet er zelf om lachen. Ik zit vanmiddag voortdurend op de rand van de slappe lach, het gebabbel en geredeneer is echt vreselijk grappig. Wat een feest!

Nu is het zaak zo snel mogelijk naar huis te rijden, ik heb diepvriesboodschappen en ineens haast. Thuis wacht de broertjes een grote bak met actiezakjes: die mogen ze nu samen gaan uitpakken. Onze buurvrouw spaart mee en heeft de voorraad flink gesponsord. Daar zijn de jongetjes danig van onder de indruk. Ze gaan haar speciaal bedanken. Koen fluistert me eerbiedig in mijn oor: “ Ik vind dat u een héle lieve buurvrouw heeft, Oma” en daar ben ik het van harte mee eens.








De jongetjes stallen hun rijkdom uit op de bank in de tuin. Dan gaan ze in bad, er mogen voor ieder twee superheldjes mee het water in. Oma bakt intussen pannenkoeken en die gaan we vervolgens in de avondzon lekker opeten. De superhelden onder direct handbereik, die van Aart zitten bijna op zijn pannenkoek. Wat een geluk hier op de bank. Als klap op de vuurpijl duikt zowaar Oom Pieter nog op: die lust ook wel een hapje, gezellig!







“Wat hebben jullie allemaal gedaan vanmiddag?”, wil Oom Pieter wel weten.

En daar komt het: 
“Wij zijn vanmiddag op vakantie geweest!”

woensdag 14 mei 2014

Weer of onweer, dat is de kwestie….



De zon schijnt al volop als ik om half zeven wakker word. Wat trek ik aan met dit weer? Ik kies, uit hevige heimwee naar de afgelopen zomerse weken, voor een jurkje met blote benen. En nu opschieten. Naar school! Het waait lekker en ik heb voortdurend mijn linkerhand nodig om mijn jurkje op haar plek te houden en me tegelijkertijd fatsoenlijk per fiets te verplaatsen. De tegenwind blijft niet zonder gevolgen: ik mis de pont. Dat wordt wachten. Op de steiger van de Waterbus vind ik een heerlijk beschut plekje in de zon - ik heb geen haast meer. 

Daar is de Waterbus. De matroos laat de loopplank neer en monstert mijn kleding. Heb je geen kouwe benen?, roept ze, nog voordat ik aan boord ben. Ik verzeker haar dat ik zodra ik kan mijn lange broeken in de kast laat, en nee, ik heb geen koude benen. Wat een weertje, hè? We zijn het roerend eens en vlot varen we samen de Maas over. Ik ben er. Mijn werkdag is begonnen en het spijt me serieus dat ik niet wat langer buiten kan blijven.

Een paar uur later vertrek ik naar de andere vestiging van onze school. Ik gooi mijn ruitjesdoek om mijn schouders en fiets de weg op. Daar zie ik het naderend onheil: het loont beslist de moeite om héél hard te trappen want ik koers op een inktzwarte lucht aan. De eerste spetters vallen al, ik stap af en trek mijn regenponcho uit mijn fietstas, gauw gauw, en trappen weer!

Het bliksemt en de klap volgt vrijwel onmiddellijk: ik weet niet hoe hard ik fietsen moet. Voor onweer heb ik een heilig ontzag sinds de elektrische schok die ik ooit kreeg. Ik trap!! Door het aanzwellende regengordijn zie ik de school dichterbij komen. Bliksem en donder geven me vleugels, ik lokaliseer in gedachten alvast mijn sleutel voor de fietsenstalling, geen tijd te verliezen, hoe kom ik zo snel en zo droog mogelijk binnen? Als ik het terrein op rijd zie ik een deur open staan en ik aarzel geen tel: zonder vaart te minderen rijd ik de schuine opgang op en fiets  regelrecht de school in. 

In de stilte van het atrium sta ik in mijn druipnatte poncho en kijk de vrouw van de catering recht in het gezicht. "Ik geef het eerlijk toe, ik ben bang voor onweer!", grijns ik zo stoer als ik durf en laat de poncho zakken. Buiten gaat het onweer tekeer, het water komt met bakken naar beneden. Een knapperd die me weer naar buiten krijgt. Maar waar laat ik mijn fiets?


Een bangerd ben ik. 
Zeker. 
Maar iemand die het atrium in fietst 
heeft toch wel lef,
dat zal in de hele school niemand ontkennen. 
Zeker in de week van het 
Centraal Schriftelijk Examen. 
Want als ik even later de school in loop roepen 
grootgeletterde posters 
mij toe 
dat het in het atrium 
STIL! 
moet zijn vanwege 
DE EXAMENS!! 


En reken maar dat ik héél stil ben.