Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

dinsdag 6 oktober 2015

Berichten aan het thuisfront, vakantie 2010


Woensdag 21 juli.

Vreemd geluid 1.
We zijn op de gewenste tijd vertrokken. Met de caravan achter de auto de Dorpslaan uit, de vakantievrijheid tegemoet.
Na een uur of wat rijden hoor ik het. Een vreemd geluid.
Even twijfel ik nog maar al gauw weet ik het zeker en zeg ik tegen Arie: “ik hoor iets”.
Als ik een vreemd geluid hoor is het meestal foute boel. Zo ook nu. 
We rijden op een Belgische snelweg. Het wegdek is zoals je van de Belgische wegen verwacht en het is behoorlijk druk op de weg.
“Bonk…. bonk… bonk…” Ik ken dit geluid. “Arie stop eens, ik hoor het neuswiel!”
Stoppen op dit moment is makkelijker gezegd dan gedaan maar mijn chauffeur weet het weer voor elkaar te krijgen: na een paar honderd meter staan we stil op de vluchtstrook. Met een neuswiel aan onze caravan dat niet helemaal rond meer is. Gelukkig krijgt Arie het weer op zijn plek en kunnen we ons er de rest van de vakantie nog mee behelpen, het had veel erger gekund. Maar het blijft een raar gezicht, zo’n eivormig wiel.

Vreemd geluid 2.
We zijn er een dagje op uit geweest. De fietsen achterop de auto en de regio ingetrokken.
Arie heeft zich deze keer verdiept in de geschiedenis van de Beeldenstorm die hier in de buurt ooit begonnen is.  Hij weet er veel over te vertellen en zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Met de kaart op schoot hou ik braaf bij waar we zijn.
Bij de MacDonalds in Bergues stallen we de auto. Onder het genot van een cappuccino met een muffin lezen we onze mail, ik ga op mijn ouwe dag nog voordelen van de Mac ontdekken….. Daarna stappen we op de fietsen om de directe omgeving te verkennen.

Om nu een lang verhaal kort te maken en weer terug te komen op een vreemd geluid: we zijn op de terugreis naar de camping. Vlak voor de afslag op de A16 van Calais naar Boulogne hoor ik “iets”. Wanneer ik er een opmerking over maak hoort Arie het ook.
Waar doet dit geluid ons nou toch aan denken? Storing in de radio?? Ik zet de radio uit maar het geluid blijft. De wind? Het lijkt echt nergens op. Wel wordt het steeds harder. Arie rijdt rustig verder, ik hoor meer dan hij geloof ik.  “Stop nou eens, dan kan ik even kijken!”  Bij een parkeerhaventje staan we stil. Ik hijs me uit de auto en loop naar achteren. De kentekenplaat hangt scheef op de grond en zit nog met één schroefje vast aan de fietsdrager.
“Niets ernstigs, hoor, alleen ons kenteken is een beetje korter geworden…!!”

Met een ijzerdraadje is het geluid binnen een minuut verholpen.  

Vreemd geluid 3.
Jarenlang vervoerden wij ons gezin met veel plezier in een Renault Nevada familiale, een stationwagen met een extra bank achterin. Alles en iedereen paste er in. Voetballertjes in allerlei maten, collega’s of tennisvriendinnen, iedereen kon meerijden. Ook op vakantie was het een heerlijke auto.
Vlak voor ons vertrek moest de auto nog voor de APK keuring. “Als ik achteruit tegen een dijk oprij hoor ik een vreemd geluidje” zei ik tegen onze garageman. Arie hoorde niks, vulde hij me aan. ’s Middags kregen we een telefoontje: onze Nevada was afgekeurd. Op het geluidje. Paniek in de tent, want hals over kop moest er voor de vakantie nog een nieuwe gezinsauto komen. Het werd een comfortabele ScenicEn onze ouwe trouwe Nevada? Als ik onze dealer mag geloven rijdt die nu vijftien jaar later nog ergens in Afrika rond. Compleet met geluidje.

En weet je wat nou zo bijzonder is?
Telkens wanneer ik “iets” hoor schiet het me wel even door mijn hoofd: wie had dit kunnen denken toen ik rond mijn negende jaar een bespreekgeval was voor een speciale school voor kinderen met gehoorproblemen!


Donderdag 22 juli.

Leuk dagje.
We ontbijten onder een wolkeloze hemel en maken een plannetje.
We gaan vandaag onze auto in Dunkerque droppen en dan per fiets langs de Frans-Belgische kust naar De Panne. Het eerste voordeel hiervan is dat we een leuke vlakke route kunnen rijden, het tweede dat we lekker aan de kust bivakkeren. Vandaag of morgen trekken we onherroepelijk het binnenland in dus ik geniet  nog maar eens extra van een dagje aan zee.
Volgens plan parkeren we de auto op een plaats die makkelijk terug te vinden is, op de ruime parkeerplaats bij het stadion van Dunkerque. Per fiets begeven we ons naar de boulevard om zo een begin te maken met ons ritje naar De Panne. “We kunnen maar het beste vooruit kijken” zegt Arie en hij doelt op de donkere wolken die zich achter ons samenpakken. In een flits bedenk ik me dat we helemaal geen regenkleding mee hebben genomen, maar ach, zo’n vaart zal het niet lopen en het stikt hier van de horecaatjes, bij de eerste druppel schuiven wij daar naar binnen.

Het loopt natuurlijk ietsje anders. Na een klein uurtje fietsen staan we voor de VVV van Zuydtkoote. Gesloten. Nou ja, we redden ons ook wel zonder informatie en pakken er meteen even een thermosbakkie koffie bij, er staat zo’n gezellig bankje voor het gebouw.
Met groeiend wantrouwen bestuderen we de lucht: die ziet er nu heus dreigend donker uit, wat gaan we er van meemaken? Ik voel de eerste spetters al en we besluiten zolang te schuilen onder het afdakje van de VVV. Met een triomfantelijke blik hijst Arie zich in de brede vensterbank: hij zit hoog en droog! De wind blaast precies van de goede kant, ik ga er gezellig naast zitten en we nemen nog een keer koffie.
Dan barst plotseling de bui los: de wind draait een halve slag en ineens regent het horizontaal. Van het ene op het andere moment ben ik kleddernat, ik krijg de volle laag en speur wanhopig naar een beter plekje. Een dikke pilaar lijkt me even te kunnen redden maar hoe ik ook sta, de regen komt er aan twee kanten dwars omheen en ik word kletsnat.
Een dame met een geruïneerde paraplu komt aanrennen en duikt in een portiek. Met een paar grote stappen voeg ik me bij haar. Ik bof, het is er droger dan waar ik vandaan kom. En ik heb gezelschap! Ik raak gezellig aan de praat met deze Franse dame, ze was in oktober nog in Veere en heeft Nederland hoog staan op het gebied van fietsen. Al pratend zien we de bui overtrekken en na een poosje nemen we hartelijk afscheid en ga ik Arie weer opzoeken. Die zit nog steeds in de vensterbank bij de VVV en heeft al zijn vindingrijkheid nodig gehad om tenminste de fietsroutekaart min of meer droog te houden. Verder is alles kleddernat. De fietsen natuurlijk, de tassen, wijzelf.  Als twee verzopen katten staan we erbij.
We zijn inmiddels een uur verder en de lucht boven ons kleurt nu hoopvol blauw. We besluiten er flink de sokken in te zetten om zodoende weer op temperatuur te komen, en als we een tijdje met de zon in de rug hebben gefietst is het leed natuurlijk geleden. De rest van de dag schijnt de zon, en niet een beetje! We pauzeren nog een uurtje op het strand van de Panne en besluiten onze dag met een heerlijk maaltje vis op een terrasje aan de boulevard van Dunkerque, en dat allemaal in de volle zon.

Om kwart over tien staan we weer bij de auto. Fietsen er op en moe en voldaan terug naar de camping. Grinnikend herinner  ik me nog een keer hoe ik Arie vandaag in de vensterbank heb zien zitten terwijl ik zelf achter een piláár probeerde te schuilen…. het lijkt nu alweer lang geleden! Wat was dit een leuk dagje.

zaterdag 17 mei 2014

Vanmiddag zijn we op vakantie geweest

Zo benoemen Koen en Aart de middag van dit logeerpartijtje. In de aanloop heb ik allerlei plannen bedacht en weer afgekeurd. De middag is te ver heen voor de dierentuin, het speelpark gaat al dicht, de zee is te ver weg…

Ik haal de jongens op. Voordat we in de auto stappen heeft Aart al een kapotte knie, hij struikelt over de stoeprand. Dat begint al lekker.  Zodra we rijden informeer ik luchtigjes: “Wat gaan we doen?” “Bij u thuis spelen!”, is het onmiddellijke tweestemmige antwoord. Waaruit ik concludeer dat de verwachtingen niet echt hoog gespannen zijn. Ik kan alle kanten op.

We beginnen bij het tuincentrum. Ik wil een bloemetje kopen voor (overgroot)oma, morgen gaan we er op bezoek. De broertjes installeren zich in de winkelwagen, ze passen nog steeds naast elkaar in de onderbak: lekker overzichtelijk voor mij want zo weet ik exact waar ze zich bevinden. Koen en Aart kiezen een mooie bloeiende plant voor Oma uit en zelfs die past er ook nog bij in de kar.

Bij de vissenafdeling willen ze er uit. Samen bekijken we op ons gemakje alle aquaria en bewonderen we de visjes. Ik kan daar in mijn eentje al van genieten maar met twee paar kleuterogen naast me waan ik me in een exclusief museum. De jongens raken maar niet uitgepraat over een grote kleurige vissenbak met een écht onderwaterkasteel – wat dat ook zijn moge. Zo nep als het maar kan en zij vinden het prachtig. Voor mij geen vis-aankopen vandaag. Eerst de zomervakantie overleven en dan kijk ik weer verder.

Gaan we nu naar huis?, vraagt Aart, onze kleuter. Dat wil ik wel maar ik heb nog wat boodschapjes te doen en er is thuis geen oppas voor de mannetjes. Ze moeten mee. Ik kleed het volgende doel zo leuk mogelijk in maar het kan Aart niet bekoren. Boodschappen doen is stom.

Wanneer we met de auto naar supermarkt rijden passeren we een aardige waterspeelplaats. Daar wilden de broertjes altijd al eens heen, we zijn er nog nooit geweest. Zal ik….? “Zullen we even naar de waterspeelplaats gaan, dan eten we eerst een ijsje?” Ik voel me een jokkebrok want ik wil gewoon boodschappen doen naast de ijswinkel. Maar de jongens vinden het een geweldig idee en even later lopen we met een ijsje in het parkje. De zon drijft de temperatuur tot dik boven de twintig graden, heerlijk gewoon. We hebben alle tijd. "We kunnen gewoon doen wat we zelf willen, he Oma?", vraagt Koen. Ik knik.
Het speelvlot dat met touwen over het water bewogen wordt is bezet door een tiental grote jongens: daar gaan Koen en Aart zich niet aan wagen. Over de grote stapstenen bereiken ze het eilandje en de houten vlonderbrug. Eigenlijk doen ze niets anders dan een paar keer heen en weer lopen, en ze vinden het prachtig.



Met de belofte van een tweede speeltuintje lok ik ze de loopbrug op, richting supermarkt. Het uitzicht op de waterspeelplaats lijkt wel vakantie, zegt Koen. Ik maak er een foto van en we dalen af naar de volgende speelgelegenheid. Na nog een rondje draaimolen heb ik het voor elkaar: we belanden in de Plus. Het enige voordeel dat de jongens hierin zien is de landelijke spaaractie: koopt oma zoveel spullen dat ze straks met een tas vol actieproductjes naar buiten loopt? Vooruit, dan willen ze wel mee.


De Plus blijkt leuker dan Koen en Aart dachten. Ze ontdekken overal posters van de felbegeerde superhelden, bij de spelcomputer zakken ze samen op het bankje en ik hoor ze niet meer. Als ik klaar voor de kassa ben komen ze met tegenzin achter het schermpje vandaan. Mijn oogst superhelden overtreft de verwachtingen van de jongetjes met glans, en zonder mopperen helpen ze Oma met het duwen van de tegendraadse winkelwagen. 
De parkeergarage is echt een uitkomst, ben je eenmaal op de rolband dan gaat de rest vanzelf. Tot mijn verbazing klimmen Koen en Aart uit zichzelf in de auto en de gordel: ik heb beloofd dat ze een paar actiezakjes mogen openmaken als we gaan rijden. Onder veel oooooh en aaaaah komen de supermannetjes uit de zakjes. “Dit is toch bijna net zo leuk als de dierentuin?”, waag ik op te merken. “Ja hoor, oma!”, roept Koen en ik ben trots dat ik zo’n leuk en afwisselend programma heb bedacht. Intratuin, parkje, Plus – ik moet er zelf om lachen. Ik zit vanmiddag voortdurend op de rand van de slappe lach, het gebabbel en geredeneer is echt vreselijk grappig. Wat een feest!

Nu is het zaak zo snel mogelijk naar huis te rijden, ik heb diepvriesboodschappen en ineens haast. Thuis wacht de broertjes een grote bak met actiezakjes: die mogen ze nu samen gaan uitpakken. Onze buurvrouw spaart mee en heeft de voorraad flink gesponsord. Daar zijn de jongetjes danig van onder de indruk. Ze gaan haar speciaal bedanken. Koen fluistert me eerbiedig in mijn oor: “ Ik vind dat u een héle lieve buurvrouw heeft, Oma” en daar ben ik het van harte mee eens.








De jongetjes stallen hun rijkdom uit op de bank in de tuin. Dan gaan ze in bad, er mogen voor ieder twee superheldjes mee het water in. Oma bakt intussen pannenkoeken en die gaan we vervolgens in de avondzon lekker opeten. De superhelden onder direct handbereik, die van Aart zitten bijna op zijn pannenkoek. Wat een geluk hier op de bank. Als klap op de vuurpijl duikt zowaar Oom Pieter nog op: die lust ook wel een hapje, gezellig!







“Wat hebben jullie allemaal gedaan vanmiddag?”, wil Oom Pieter wel weten.

En daar komt het: 
“Wij zijn vanmiddag op vakantie geweest!”

dinsdag 13 mei 2014

Voor Elsa: uit de vakantiepost 2012

Leve de vakantie

De verhuizing is ons niet in onze kouwe kleren gaan zitten. Het inpakken van de Kip kostte ons nog nooit zoveel hoofdbrekens als dit jaar. Zit alles wel in de caravan? En wat er nog niet in zit, waar is dat?
We zoeken een uur naar de loopschoenen. Net op het moment dat de gedachte ons daagt dat ze er zelfstandig vandoor gegaan zijn valt ons oog op een kast die nog niet door ons geopend is. Geen wonder want er staat heel wat voor. Maar geen moeite is inmiddels teveel om die schoenen boven water te krijgen dus hup, aan de kant met die zooi! En ja hoor, daar staan ze, netjes tussen de voetbalschoenen en de schaatsen. Probleem opgelost.

Nadat alle noodzakelijke klussen in huis geklaard zijn en de caravan volgeladen is - de fietsen incluis - bel ik bij onze nieuwe buren aan om ons af te melden. Ik overhandig hen volgens afspraak een briefje met wat telefoonnummers en een mailadres – voor het geval dat….
We hebben reuze aardige buren en we maken even een praatje. Nee, ze willen ons niet ophouden, ze wensen ons een fijne vakantie en ja, ze houden een oogje in het zeil, dat deden ze voor onze voorgangers ook, en nee, we hoeven ons geen zorgen te maken. Met een gerust hart laten we Jorien achter in ons nieuwe huis. Tot ziens! Onze buren blijven staan waar ze stonden, ze verzetten geen stap. Ik begrijp er niets van, totdat buurvrouw met een glimlach vraagt of we het niet erg vinden dat ze blijft kijken om ons uit te zwaaien?

Nou, hoe kun je zo’n hartelijk gebaar nou erg vinden? Arie stapt stoer achter het stuur en rijdt vlotjes achteruit de oprit op. Onder het toeziend oog van Jorien en de buren koppelt hij fluks de Kip aan de Scénic en daar rijden we, uitgezwaaid door onze buurtjes: onze eerste nieuwe vakantie-ervaring zijn we voor ons huis al rijker.

De reis naar Sint Laureins verloopt vlot. Wel hebben we in de haast nergens opgeschreven wat het adres van de beoogde camping is en dat blijkt niet zo handig. Helpdesk Jorien brengt uitkomst per sms. “De Molenweg zoeken en dan de Sint Margrietepolderweg aanhouden”. Hmmm, als dat maar gaat lukken. Arie weet nog van Google Maps dat de camping precies op de grens ligt – maar zonder internet hebben we daar nu niet zoveel aan. Het valt mee, we komen er vlot. Dankzij Jorien! En dankzij Arie natuurlijk met zijn fenomenaal oriëntatievermogen. Ere wie ere toekomt!

Op camping de Soetelaar worden we vriendelijk welkom geheten. De campingbaas komt voor ons van zijn trekker en wil alles van ons weten. Naam, adres, woonplaats. Het “Campingcarnet” dat we hiervoor altijd gebruiken is in de verhuizing onzichtbaar geworden, ontdekken we. Met enig peinzen kunnen we er in ons huis nog een toekomstige vindplaats voor bedenken, maar we zullen het deze vakantie zonder moeten doen! Dapper dreunen we ons nieuwe adres op. Zelfs het telefoonnummer rolt er nu uit alsof we het al jaren hebben.

De boer heeft een verrassing voor ons in petto: we mogen zelf een plaats uitkiezen op het zéér ruime veld, er is echter één “maar”: op iedere plek heeft hij een wit gemarkeerde steen aangebracht en de caravan dient met één wiel op die steen te staan. Zo houdt hij zijn grasmatje heel en heeft hij geen gesjoemel met de ruimte. Monter rijden we met de Kip het veld op. Ik stap uit en wijs Arie de weg, kijk, daar ligt onze steen. In één keer staat het wiel er op. Tevreden kijken we elkaar aan: we zijn een goed team he.

Met het oog op de naderende bui die we nu zelfs al kunnen voelen beginnen we snel aan het afkoppelen. Ik wil de elektriciteitskabel aansluiten en heb als eerste door welke fout we gemaakt hebben, hier heb ik vorig jaar zo om moeten lachen bij onze overburen: we staan achterstevoren, de deur komt in de bosjes uit. Dit hebben we nog nooit meegemaakt.
Hikkend van de lach herstellen we onze misser. Caravan er weer aan, even keren - hopla….!
En daar begint het me toch te gieten, bakken van de hemel! In een sprong zitten we naast elkaar in de auto en kijken elkaar aan, wat nu? Vooruit, jassen aan en gaan, commandeer ik.

En we gaan! Pootjes uitdraaien, elektriciteit aansluiten en zes minuten later zitten we samen IN de caravan aan een lekker glaasje ijsthee. Want ja, het mag dan regenen, het is ook nog 25 graden! Raampjes open, boekje erbij, en genieten van de rust van Camping de Soetelaar in Sint Laureins. Onze caravan staat op Nederlands grondgebied en de WC in België. Waar maak je dat mee? Laat het maar regenen, wij zitten hier prima!

Na het avondeten klaart het op. We kunnen wel een stukje gaan fietsen. Dat stukje wordt een STUK natuurlijk, zo gaat dat bij ons. Het is hier prachtig. Bij het kerkje van Sint Kruis worden we aangesproken in sappig Zeeuws. Of we hier op vakantie zijn? Kennelijk straalt het van ons af? Mooi zo. 
Ik maak een foto van het kerkje in de avondzon en we peddelen weer verder. De hoofdweg is verboden voor fietsers en het fietspad leidt ons eigenlijk de verkeerde kant op. Daar zouden wij geen halszaak van maken ware het niet dat we de bliksem van de volgende bui al voor ons zien. Dat wordt trappen. In ijltempo karren we terug naar de camping, met links van ons een prachtige rode zonsondergang en rechts een loodgrijze lucht met flitsen. Wat een tegenstelling en wat kunnen wij hard fietsen.

Voordat het begint te regenen rijden we de camping weer op. We stallen onze rijwielen droog en nemen nog even een kijkje bij de karpervijver. Dit heeft Arie niet geweten, je kunt hier heerlijk vissen - en de hengels liggen thuis. We weten zelfs waar!

Mooi weer en een prachtige kampeeruitrusting….
…. wat  wil een mens nog meer. Uitgeslapen zitten we aan het ontbijt. Boven verwachting in de ochtendzon, wie had dat gisteravond durven denken?
We bewonderen de rust en de ruimte van camping de Soetelaar. De afstanden zijn hier zo groot dat we zonder verrekijker niet kunnen zien uit welk land (de auto’s van) onze medebewoners komen. Behalve dan onze Engelse buren, want hun deur zit wél goed terwijl de wagen omgekeerd staat. Tweeëneenhalf uur hebben ze nodig om hun caravan-fort te ontmantelen voordat ze vertrekken. We zien het op ons gemak aan en zijn innig gelukkig dat we nog niet weg hoeven. En schenken nog een keer koffie in.

In het sanitairgebouw rol ik van de ene verbazing in de andere. Het is er brandschoon, zo te zien zet de boer dagelijks de hogedrukspuit op de toiletten en de douches. Het ruikt er naar citroenen. Aan de wand prijken parmantig een viertal staken waarop zich reserverollen toiletpapier bevinden. In iedere toiletruimte is een speciale houder met een luchtverfrisser gemonteerd. Hier wordt niet gestonken! De douche zet je in werking met een trekkoord en dan landt er redelijk warm water op je hoofd. Van waterverspilling is geen sprake want je krijgt en lamme arm van het touwtrekken en wilt er vanzelf gauw weer uit.

Niets wordt hier aan het toeval overgelaten.  Het afval wordt gescheiden ingezameld en als ik met een bakje schillen naar het vuilnisvat loop komt de boer me vertellen wat waar in hoort. Wanneer we ’s avonds laat onze afwas willen doen brandt er maar een klein lampje boven het aanrecht. “Kan die andere lamp ook aan?”, vraag ik. “Ja, eh, ja, dat kan aan. Ik zal het gaan aansteken” en de boer spoedt zich weg. Om speciaal voor ons het licht aan te steken - hoe zou hij dat doen, vraag ik me af?

Maar nu is het dag. De zon schijnt. De boer met zijn trekker is hard aan het werk, gedurig rijdt hij het erf op en af. Hij houdt echt alles onder controle: gisteravond is hij ons komen vertellen dat we de fietsen niet naast maar in de schuur moeten zetten. Kennelijk ontgaat hem niet veel. Op één ding na, maar daarover later.

We maken een fietstochtje naar Oostburg en slaan er wat proviand in. Het is heerlijk weer, al komt er af en toe een wolk overdrijven. Aan de kust is de lucht strakblauw, zou die nog hierheen komen? Helaas niet, en daarom besluiten we een paar uur later de blauwe lucht eens op te gaan zoeken. We rijden naar Cadzand Bad. In de avondzon lopen we over het strand, genietend van het uitzicht over de gladde zee. We hebben geen spijt dat we niet zijn gaan zwemmen want wat zijn we heerlijk uitgerust.

Genietend van een ijsje slenteren we terug naar de auto. We doen een bizarre ontdekking: ineens is de zon onder. We ontdekken dat niet de tijd maar Arie’s horloge stil staat.
Lichte ergernis dat ik mijn felbegeerde foto’s van de ondergaande zon gemist heb maakt snel plaats voor laaiend enthousiasme: Arie wijst me op de opkomende volle maan boven de duinen. Wat een prachtgezicht! Het is nog lang niet donker en ook de lichtgevende gele bloemen van de avondbloeiende Teunisbloem laten zich vastleggen: een buitenkansje voor deze hobbyfotograaf. Arie houdt mijn ijsje vast en ik geniet.

Tevreden rijden we tegen half elf in de schemering terug naar de camping. Daar wacht ons weer een verrassing: het hek is op slot. En “P” wijst ons de plaats waar we de auto kunnen stallen en we zoeken in het donker naar de voetgangerstoegang tot de camping. Die is er niet. Het hek is dicht en kan niet open. Er is zelfs een tweede hek, ook dicht. We zien de boer naar zijn huis lopen, hij moet onze auto gehoord hebben -en ons wellicht gezien- maar geeft geen sjoege. Hij ziet dus niet alles.

 “Ik klim er overheen” zegt Arie flink en hij doet het ook. Ik geef hem mijn handtas en mijn fototas in bewaring en laat me zo goed en zo kwaad als het gaat door mijn lief over het hek heen helpen. We zijn er! De boer houdt ons niet tegen. Grinnikend lopen we de stille donkere camping op.

“Heb je de sleutel van de caravan?”, vraag ik. Arie mompelt iets onvriendelijks en klimt gehaast terug over het hek. De sleutel ligt nog in de auto, ik had het kunnen weten. Als een volleerd inbreker verschaft Arie zich even later nogmaals toegang tot de camping en samen bereiken we zonder problemen onze Kip. Waar we ons op dit moment meer “thuis” voelen dan in ons eigen huis…..









maandag 12 mei 2014

even terugkijken #meivakantie

Alle dagen 
schitterend weer
en
dat vonden 
we 
de gewoonste zaak
van 
de wereld...

























maandag 5 mei 2014

Rust in uitvoering

Een heerlijk rustig plekje vonden we 
de afgelopen week
Heilzaam voor een vermoeide vijftiger 
en voor iedereen

Vogelgeluiden, zon, fietskilometers
Veel meer was het niet

Buurman ving een vis 
terwijl wij aan het ontbijt zaten
Kon ik mooi mijn telelens uitproberen

Mijn koffie werd koud 
en 
ik merkte het niet eens