Posts tonen met het label Waterbus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Waterbus. Alle posts tonen

woensdag 4 december 2013

Zie ginds….

Netjes op tijd fiets ik de steiger op. 
Daar staan we, in een lange rij voor Dordrecht en Sliedrecht. Scholieren, volwassenen, de meesten met een fiets. Een jongen fietst de rij langs tot hij bijna vooraan is en zijn vrienden roepen "Hey Jochem!!" Achter aansluiten Jochem brom ik met een grijns, de omstanders lachen en Jochem ook, maar hij blijft staan waar hij stond. Hij wil duidelijk als eerste de boot op.

De ene na de andere grote schuit vaart ons voorbij maar van de Waterbus geen spoor. Wat is die laat vandaag. Met enige verbazing zien we het reguliere heen-en-weer-pontje de kade naderen, krijgt dat nu voorrang? Maar nee, de matroos roept van boord, nog voordat de pont aanmeert: "Reizigers voor Sliedrecht en Dordrecht mogen met ons mee!!" Iemand roept terug: "Vaart u naar de Merwekade?" en ja, dat is zo, en ook naar Sliedrecht, beaamt de matroos op stormvolume. "Zwijndrecht mag niet mee!" voegt ze er nog aan toe. 
Huh, Zwijndrecht? Daar zijn we toch al? Omstanders lachen met mijn vraag mee, de stemming is gemoedelijk. Moet die hele rij op dat bootje? Ik ben zo te horen niet de enige die zich dat afvraagt en de matroos commandeert ons met ferme stem: " Alle fietsen netjes tegen elkaar aan zetten, dan kan iedereen mee!"
Zoals ik verwachtte staat Jochem als eerste op de boot. Ik parkeer mijn fiets zo krap dat hij geen kant uit kan. Haha, wat dacht je, vent? En nu? Zijn vrienden roepen hem en hij kijkt benauwd om zich heen. Wil je er uit, Jochem?, vraag ik vriendelijk. Verbaasd kijkt hij me aan, ken ik hem? Ik ga het hem niet moeilijker maken.  Terwijl ik stel dat hij voortaan natuurlijk netjes achter de rij gaat staan geef ik hem de ruimte. Opgewekt voegt hij  zich bij zijn vrienden achter ons. 
De Waterbus van Zwijndrecht naar Dordrecht is een mooie catamaran die halverwege de trip meestal even lekker vaart maakt. Daarvan kan bij ons zwaarbeladen bootje geen sprake zijn maar wat een doorzetter is dit! Zonder haperen ploegt het vaartuigje zich door het donkere water. Een van de jongens zet uit volle borst het lied in dat mij nu ook door het hoofd speelt: "Zie ginds komt de stoomboot uit …" Niemand valt hem bij, hij zingt lachend door tot de allerlaatste regel. Mijn buren knikken en glimlachen, de stemming zit er lekker in. 
We zijn er bijna al zingt niemand dat. Of ik nu mijn aansluiting naar Papendrecht niet mis?, vraag ik aan de matroos. Nee hoor, die wacht wel, belooft ze. We meren aan, ik check uit en verlaat het scheepje. Onverstoorbaar opgewekt waakt de matroos over een ordelijke aftocht, met voor iedereen een groet. 
Voordat ik aan land ben heb ik het al in de gaten: de pont ligt op de plek waarvandaan zij zo naar Papendrecht vertrekt. Ik had net zo goed aan boord kunnen blijven. Geduldig wacht ik tot iedereen vertrokken is en rijd mijn fiets weer de pont op. Ik check in, nog eens, nog eens: de automaat accepteert mijn pas niet, bijt me alle keren toe dat deze kaart al behandeld is. Uw apparaat begrijpt mij niet, verzucht ik tegen de matroos. We lachen er samen om en schudden ons hoofd maar eens. Het wordt al licht als ik even later de Papendrechtse bodem betreed. Onze gastvrouw wenst iedereen een prettige dag en en laat mij als eerste van boord gaan. Zeer vereerd. Een tikje spijtig bedenk ik: Hier had Jochem bij moeten zijn.  

Ik stap op mijn fiets en bereid me voor op een bomvolle drukke gezellige schooldag. 
Er is nog niets gebeurd en ik heb nu al iets beleefd. 
Laat de rest maar komen. 


dinsdag 19 november 2013

Avontuur met de waterbus



Het is kwart over vijf en ik wil graag de waterbus halen. Ik heb namelijk weer iets ontdekt: als ik op het goede moment naar Dordrecht overvaar dan kan ik zo op de boot naar Zwijndrecht stappen. Die brengt me dan naar de aanlegsteiger op vier minuten fietsen van ons huis. Binnen het half uur thuis zonder al te veel inspanning. Gewoon een beetje slim plannen, appeltje eitje.

Tussen de school en de fietsenstalling regent het. Ik vis zuchtend mijn regenponcho uit de fietstas, tijdverlies, ook dat nog! Ik trap en puf - en met succes want ik kan zowat de boot op fietsen. Net op tijd, we varen! Ik hang lekker even tegen een paal en geniet van het uitzicht. De lichtjes van de donkere stad en de passerende schepen doen sprookjesachtig aan. En we zijn er al. Dordrecht!

Met een vriendelijke groet verlaat ik het schip en wandel over de steiger naar de buren: wat heerlijk makkelijk toch dat je hier zo overstapt voor de thuisvaart. Dat kan maar één keer per uur; ben je te laat dan moet je even de stad doorfietsen voor een ander pontje.
Al dat water staat dus een vlot vervoer niet in de weg, ik raak er al aardig bedreven in. Geroutineerd check ik in en installeer me aan de reling. Het dek is leeg,  kennelijk te koud en te nat voor de passagiers, ik ben de enige hier buiten. Wat is er veel te zien. Grote duwboten en -bakken drijven langs, de regenwolken dragen zelfs in het donker nog kleuren van restjes zon en industrie. Mooi zo.

De waterbus maakt zich los van de kant en begint te draaien. 
Het is exact op dit moment dat ik me realiseer: er klopt iets niet. Dit is niet de boot naar Zwijndrecht. Die zie ik nu namelijk voorbij varen – zonder mij. En de andere kant uit.

Mijn eerste gedachte is “als we maar niet naar Sliedrecht gaan..”  want dat is een eind fietsen. De matroos komt me net vragen waar ik heen wil.Voor de zekerheid stel ik mijn zotste vraag van deze dag: “Waar varen we naartoe?” Rotterdam, legt ze geduldig uit. “Dan wil ik er in Ambacht af” doe ik losjes, want daarvandaan is het nog een kwartiertje fietsen en dan ben ik thuis. Niets aan de hand.

Berustend tuur ik naar de verdwijnende stad in de verte. Hier is de skyline van Dortd toch eigenlijk op zijn mooist, denk ik dapper. Wat bof ik toch. 
We leggen aan in Papendrecht, waar ik een minuut of twintig geleden begon te fietsen: was ik hier toen gaan staan wachten dan was ik goedkoper uit geweest. En verkleumd.
Alles ziet er anders uit in het donker. De vaart van de passerende schepen komt onnatuurlijk snel over, de waterspiegel lijkt wel bol te staan, en wat hoog is het water. Ik kom alweer ogen te kort en bedenk spijtig dat ik geen camera bij me heb. Ergens kriebelt weer – eventjes! - het vakantiegevoel.

Speciaal voor mij legt de waterbus bij het Ambachtse Veer aan. Het is inmiddels droog en fris maar door de regenponcho kan ik mijn trui wel in de fietstas laten. Zo heeft ieder nadeel een voordeel. 
Terwijl ik op m’n gemakje naar huis fiets bedenk ik dat mijn drukke werkdag hiermee een avontuurlijk eind heeft gekregen: ik ben via een onverwachte route heel ergens anders aan land gekomen dan ik van plan was - en ik stap zo zonder veel vertraging de keuken in, waar krijg je dat nog voor je OV?

Toen ik jaren geleden voor het eerst met de bus de polder uit reisde stapte ik op de hoek van de straat in en vroeg om een enkeltje Dordrecht. De buschauffeur gaf me lachend de raad om de bus voor hem te nemen anders ging ik naar Utrecht. Wist ik veel dat je ook nog op de nummers moest letten! Zoiets overkwam me dus vanmiddag weer. “Mijn” boot had vertraging dus stapte ik met mijn fiets de verkeerde loopplank op. Zeg maar dag met het handje.


Dat gebeurt me niet nog een keer. Al was het achteraf nog zo’n leuk tochtje, er zijn grenzen.

woensdag 18 september 2013

Vierendertig jaar is niet niks



Het is al net als met mijn verjaardag: ik word wakker en weet het. Vandaag is het onze trouwdag. 


Op weg naar de keuken zie ik de sporen van Jorien's overhaast vertrek, die moest weer eens een trein halen. In de keuken brandt zelfs nog het licht.
Nee, het is anders, zie ik. Het spotje in de keuken is nadrukkelijk op de datum en de slinger gericht. Met weinig moeite een imposant resultaat, een lieve groet op de achterkant van een kartonnen cup-a-soup-verpakking en de dag is begonnen met een verrassing van Jorien. 
We hebben alledrie nergens tijd voor vandaag, zo hebben we vooraf met elkaar vastgesteld - dus er kan ook niets misgaan. Geen bezoek, geen taart, geen uitje: er gaat gewoon gewerkt worden! 

Na een kleine week van ziekteverzuim stap ik de school in, en binnen een half uur ben ik die week weer glad vergeten. Onze trouwdag misschien zelfs ook wel. Hoewel, ergens in de middag laat ik mijn leerlingen met trots een paar foto's van onze kleinkinderen zien. We hebben het over het organiseren van een kinderactiviteit, dus de beelden ondersteunen deze les - maar daar over wellicht later. 

Ik onthul mijn meiden plechtig dat het vandaag onze trouwdag is - en ik heb onmiddellijk hun onverdeelde aandacht. Hoeveel jaar al? Hoe oud was ik toen we trouwden? 
En hoe oud was ik dan toen we "met elkaar gingen"? Na bijna achtendertig jaar kan ik dat wel verklappen, het was op mijn zestiende verjaardag. "Dus het kan wél", verzucht er één. 
En is het altijd goed gegaan?, is de volgende vraag. Altijd!, het rolt er zomaar uit. Wat een bijzondere vraag en wat een voorrecht om dit antwoord te kunnen geven. Ik ben er gewoon even stil en dankbaar van.
Hoe mijn man er uit ziet?, willen ze vervolgens weten. Ik toon na enig zoeken een vakantiekiekje met mijn held en zijn racefiets, ik vind het zelf nogal een stoere foto. Verbaasd vragen de meiden: kan hij dat dan nog? Oef, ik slik even. Zo oud zijn we toch ook weer niet? De grens tussen de klas en het woonzorgcentrum is hier flinterdun.  En ik heb het prima naar mijn zin, wat is dit toch leuk werk!

De school is leeg als ik eindelijk naar huis ga. Twee collega's en de schoonmaakdienst zwaaien me uit. Als ik hard fiets haal ik misschien de Waterbus nog, dat scheelt me dan mooi de energie die ik na een week ziek-zijn zo hopeloos tekort kom. Wanneer ik de kade op rijd vallen de eerste dikke druppels uit een donkere wolk. Ook dat nog. 


Tot mijn opluchting meert tegelijkertijd mijn boot aan, ziezo, ik kom droog over! En ik rol van de ene meevaller in de andere: het betaalapparaat werkt niet, ik mag gratis mee, Jorien sms't me dat het eten op tafel staat als ik thuiskom - en warempel vanaf mijn droge plekje kan ik nog mooi een foto maken van de halve regenboog boven "mijn" bui. 


Met de wind in de rug en een zonnetje boven mijn hoofd trap ik zingend naar huis. Mensenlief, wat ben ik moe. En alle zegeningen die ik vandaag al telde verbleken bij de lieve attentie op de keukentafel - van de man met wie ik dit avontuur ooit begon.