woensdag 30 oktober 2013

De school vandaag: net een achtbaan....



De schooldag vliegt om. Voor ik het weet sta ik weer buiten - te tollen op mijn benen. 
Hoopvol vraag ik aan de collega die in mijn buurt woont: fiets je mee? 
Lijkt me gezellig. Ik kan wel wat aanspraak gebruiken, anders val ik op de fiets in slaap.

Nou nee, zegt hij, ik ben met de camper. Meerijden?
Geintje zeker?, aarzel ik. 
Nee natuurlijk niet. Kom mee!

Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer zeggen. 
Fiets achterop hijsen, instappen en wegwezen. 

Een leerling die voor de school op haar bus zit te wachten zwaait me met een stralende glimlach uit. En ik wuif terug, ik zit als een vorstin en schiet bij elke bocht in de lach. 

Het voelt echt een beetje alsof we op vakantie zijn.
We? Ik ken mijn collega niet verder dan zijn fiets. Op een cameraatje zie ik de mijne netjes achterop de camper vastzitten. Gelukkig, nog een stukje van mezelf.

Thuis voor de deur worden mijn fiets en ik netjes uitgeladen. 
Er staat een joekel van een camper voor de oprit en geen huisgenoot die het gezien heeft. 

En ik ben thuis, zonder fietsen of varen. 
Leuker dan de achtbaan, moet ik zeggen.

dinsdag 29 oktober 2013

.... da's pas oud

Leerling: Mevrouw, volgende week ben ik jarig!

Mevrouw: Leuk! Hoe oud word je dan?


Leerling: Vijftien!!


Mevrouw: Aaaach, ik weet nog hoe het was toen ik vijftien werd! Maar ja, dat is al honderd jaar geleden....


Leerling: Bent u al honderdvijftien??



Nee.

Mevrouw zit nog niet eens op de helft :p


donderdag 24 oktober 2013

Heeft iemand soms een zandbakdeksel over?


Wat een weertje. Nazomer 2013! Na dat puberkamp met 100% survivalweer in de Ardennen gevolgd door een paar mooie dagen in Noord-Frankrijk vormt dit de ultieme toegift. 
Toch wat spijtig dat het nou net precies regende toen we eergisteren in de Franse zee zwommen. En stoer - dat we het toch deden, die lol heb ik tenminste. Wandelaars met dikke jassen en capuchons bleven staan kijken totdat ik "door" was. Zwaaiden beleefd terug maar kwamen niet ook even een baantje trekken. Ze weten niet wat ze gemist hebben. 

En nu weer thuis: aan de slag! We hebben vanmiddag flink doorgewerkt. Voldaan bekijk ik de voortuin. Het onkruid is grotendeels verdwenen, het gevolg van een gewiekst samenspel door dik dertig jaar huwelijk. We zijn een superteam. 
Mijn tuinvlijt duurt doorgaans het langst: ik ga nog lekker even door in de achtertuin. Daar groeit in mijn beleving nog van alles wat ook wel weg kan. Morgenochtend staat onze groene container bomvol aan de weg, laat dat maar aan mij over. Ik blaak van snoei-zin! Intussen heb ik het warmer en warmer gekregen. Hield ik in de voortuin voor het fatsoen mijn vestje nog aan, achter het huis belandt het ene kledingstuk na het andere op een stoel. Heerlijk. Ik geniet!

De vijg die hier al jaren woont groeit over het pad en als ik het goed heb gehoord vindt niet iedere achterbuur dat even fijn. De bladeren kleuren al mooi geel, voordat die naar beneden tuimelen zal ik de takken even van boven het pad wegsnoeien. Wat een heerlijk werkje is dit toch, mijn superschaar snijdt door de takken als een mes door de boter. Nog één tak, die daarboven, knip - ik heb je. 


Mijn stap naar achteren wordt geblokkeerd door de zandbak van de kleinkinderen, zo'n blauwe schelp, een trofee van Marktplaats. Ik verlies mijn evenwicht en plof op de schelp. Mijn bril vliegt van mijn hoofd, ik ga er op staan - maar wat een geluk, hij past nog op mijn neus en ik kan er nog door kijken: die is nog heel. 

Treurig bekijk ik de resterende ravage. Zo'n gewicht overleeft geen zandbak natuurlijk. In de onderste helft blijkt een laag water te staan, het speelgoed drijft troosteloos in de derrie. Van de nood een deugd maken betekent dat ik het natte zand er uit schep en tussen de planten verdeel. De zeerovers, vrachtauto's, emmers en schepjes verzamel ik in een emmer om binnen te overwinteren.

Einde verhaal voor dit jaar wat de zandbak betreft. Ik moet op zoek naar een oplossing: daar baal ik van, want wie bewaart er nou een zandbakdeksel? En aan alleen een onderhelft hebben we niets. 


Dus, ja: wie? 
Eind maart is vroeg genoeg. We hebben nog even. 

vrijdag 4 oktober 2013

Guppenbak krijgt kleur. Aandacht werkt.


Ik vind het leuk om dieren om me heen te hebben, dat is altijd al zo geweest. Ik heb een konijn en een kanarie, tot voor kort hield ik kippen. En ik heb guppy’s. 

Jaren geleden kreeg ik voor mijn verjaardag van mijn kinderen een kom met guppy’s. Ik was er heel blij mee. Wanneer de zon op de kom scheen zag je de visjes rondzwemmen. Door diezelfde zon tierden groene algen welig in de kom, regelmatig schoonmaken was het devies. 
Van tijd tot tijd ontdekte ik een zwerm jonkies. Zette ik die apart in een kleine bak dan bleven ze in leven, zo niet dan werden ze door hun familie opgegeten. Soms zwommen er plotsklaps minder visjes in de kom en was een aantal doodgegaan. Niet dat ik daarom treurde want er werd vlot bij-gejongd – zo gaat dat met guppen. Soms had ik er dertig en soms vijftien. 

Voor mijn verjaardag kreeg ik dit jaar tot mijn verrassing een mooi aquarium. Precies groot genoeg voor mijn guppen. Een van mijn kinderen heeft er verstand van, zegt hij. Van hem leerde ik dat ik de bak eerst op gang moest laten komen. Dus water er in, speciale bacteriecultuurvloeistof uit een flesje erbij, pompje er in en draaien maar, verwarming aan – nog twee dagen wachten en pas daarna mochten de vissen er in. Vanwege het evenwicht. 

Toen de vissen voor het eerst in hun nieuwe onderkomen rondzwommen vond ik het geheel wat grauwtjes aandoen. Toegegeven, in de oude ronde bak zag ik er ook niet zoveel moois aan, maar nu met de felle lamp erboven vielen mijn guppy’s een beetje tegen. Ik ging op zoek naar een mooie guppen-man, eentje met rode staart leek me gaaf. Maar in geen enkele dierenwinkel zag ik een visje dat ik mooi genoeg vond. Een rafelig staartje of een flets tintje, ze hadden allemaal wel wat…. Ik kwam steevast zonder vis thuis. 

Ik beleefde – en beleef– veel plezier van mijn aquariumpje. Na een week was het water al aardig helder. Als ik ’s morgens beneden kwam en het licht aandeed keek ik met plezier naar zilveren visjes. Van mijn zoon kreeg ik twee garnalen cadeau. “Die houden je bodem zo lekker schoon”, zei hij. En dat klopt. Mijn garnalen doen wat ze doen moeten. Ze zitten op hun gemak aan bladeren te knagen, als slakken in de moestuin, en houden de bodem lekker schoon. 

Na een maand kocht ik vijf rode tetraatjes voor een kleurtje in de bak. Of het daardoor kwam of door iets anders - binnen een week was de bak één groene algensoep. Ik raadpleegde internet: wat kon ik doen?? Om de dag water verversen en bacteriën erbij, las ik. En dat deed ik. Een week, nog een week. Beetje water er uit, beetje water er in, flesje erboven. 

Dagelijks zat ik met mijn dochter gehurkt voor de bak om de situatie te beoordelen. Het viel ons nu op dat er twee mannetjes tussen de guppy’s zwommen. Met de dag leken ze mooier te worden: eerst werden hun staartjes rood, daarna kwam er wat blauw in hun rugvinnen. Toen zelfs die vinnen begonnen te groeien waren we helemaal niet meer voor het glas weg te slaan. “Kijk nou, die vrouwtjes krijgen stippen op hun staart!” 

We keken vaker aquarium dan tv. Het probleem was alleen: zou het water ooit nog helder worden? Ik deed mijn ding nog maar weer eens met de prijzige flesjes, en met succes. Op een dag zag ik verrast dat de dames ook een kleurtje kregen. Ik riep er mijn dochter bij want ik geloofde mijn ogen niet: in de warme bak zwommen mijn ooit grauwige guppy’s rond met rode en blauwe staarten. 

Een dag later was het aquariumwater glashelder. En met mijn gele flesjes, een stuk tuinslang en een emmer heb ik sindsdien alles onder controle. Van de zestien guppy’s blijken er zes een mannetje te zijn. Een drieling met rood en blauw, eentje met zwart en geel, twee pastelkleurig. Hun staarten groeien nog steeds. Die van de vrouwtjes zijn nu zachtgeel of zachtblauw met donkere stippen. Vorige week spotte ik drie jonkies die in deze bak verrassend snel groeien. 

Mijn guppenbak – het woord is zijn lading wel ontstegen – ik kan er uren naar kijken. In die onverwarmde kom op onze piano wisten mijn guppy’s jarenlang te overleven. 


Mijn guppen zwemmen levendig rond in hun nieuwe onderkomen, een lust voor het oog. Van donker, koud, stilstaand naar verlicht, warm, bewegend dus zuurstofrijk water: de faciliteiten voor hun leefomgeving zijn aanzienlijk verbeterd. Hun kwaliteiten komen volop tot hun recht, alsmede  die van hun medebewoners. 

Ik heb hiermee een verbijsterende ontdekking gedaan: mijn guppen zijn dezelfde vissen gebleven. Ik ben er beter voor gaan zorgen. En ik wist het niet eens. Maar nu wel.





zaterdag 28 september 2013

Geluk: samen een boodschap doen op een doordeweekse middag



We zijn op zoek naar een passend cadeau voor Jorien. Elske, Koen, Aart en Tessa en ik. Het mijne heb ik vlot te pakken en ik beland in de rij voor de kassa. Om onze tijd zo efficiënt mogelijk te besteden vertrekt Elske alvast met de jongens naar de buurwinkel. Tessa mag bij oma blijven - die vindt dat helemaal niet erg.

Ik ben aan de beurt en manoeuvreer met pas en pinautomaat, ondertussen mijn kleindochter scherp in de gaten houdend. Verbeeld je dat haar onder mijn supervisie iets zou overkomen. 


Tessa lacht als altijd naar iedereen en windt in no time de hele rij achter mij om haar mini-pinkje. "Wat een schatje, hè", hoor ik mijn achterbuurvrouw zeggen. Een mannenstem vult haar aan, zo te horen lacht hij Tessa met mierzoete stem toe: "Mag jij fijn met Mama mee??" 


De tijd staat stil, heel even maar. 
Ik glim, ik straal, van binnen. Maar ik zeg natuurlijk niets en reken af met mijn allergewoonste gezicht. Geroutineerd parkeer ik de wandelwagen uit en met ingehouden jubel verlaat ik het pand: mijn achterkant oogt als een mama. Ik huppel nog net niet.

Wat een bof dat Elske er niet bij was, zeg, want dan was ik ongetwijfeld als oma ontmaskerd. Mag ik ook eens meevallen? 
Ik grinnik nog na. 

"Heyyy oma!", daar zijn de jongetjes weer. Het klinkt me als muziek in de oren, zonder aarzelen voeg ik me bij mijn familie. We hebben nog tijd voor een ijsje in de septemberzon. Dat we zowat uit ons hemd waaien deert ons niet. 

Koen wil bij oma op schoot want die is zo lekker warm. 
Ja, bij mij zit hij uit de wind, reken maar. Breed zat. 
Dat dan weer wel. 

woensdag 18 september 2013

Vierendertig jaar is niet niks



Het is al net als met mijn verjaardag: ik word wakker en weet het. Vandaag is het onze trouwdag. 


Op weg naar de keuken zie ik de sporen van Jorien's overhaast vertrek, die moest weer eens een trein halen. In de keuken brandt zelfs nog het licht.
Nee, het is anders, zie ik. Het spotje in de keuken is nadrukkelijk op de datum en de slinger gericht. Met weinig moeite een imposant resultaat, een lieve groet op de achterkant van een kartonnen cup-a-soup-verpakking en de dag is begonnen met een verrassing van Jorien. 
We hebben alledrie nergens tijd voor vandaag, zo hebben we vooraf met elkaar vastgesteld - dus er kan ook niets misgaan. Geen bezoek, geen taart, geen uitje: er gaat gewoon gewerkt worden! 

Na een kleine week van ziekteverzuim stap ik de school in, en binnen een half uur ben ik die week weer glad vergeten. Onze trouwdag misschien zelfs ook wel. Hoewel, ergens in de middag laat ik mijn leerlingen met trots een paar foto's van onze kleinkinderen zien. We hebben het over het organiseren van een kinderactiviteit, dus de beelden ondersteunen deze les - maar daar over wellicht later. 

Ik onthul mijn meiden plechtig dat het vandaag onze trouwdag is - en ik heb onmiddellijk hun onverdeelde aandacht. Hoeveel jaar al? Hoe oud was ik toen we trouwden? 
En hoe oud was ik dan toen we "met elkaar gingen"? Na bijna achtendertig jaar kan ik dat wel verklappen, het was op mijn zestiende verjaardag. "Dus het kan wél", verzucht er één. 
En is het altijd goed gegaan?, is de volgende vraag. Altijd!, het rolt er zomaar uit. Wat een bijzondere vraag en wat een voorrecht om dit antwoord te kunnen geven. Ik ben er gewoon even stil en dankbaar van.
Hoe mijn man er uit ziet?, willen ze vervolgens weten. Ik toon na enig zoeken een vakantiekiekje met mijn held en zijn racefiets, ik vind het zelf nogal een stoere foto. Verbaasd vragen de meiden: kan hij dat dan nog? Oef, ik slik even. Zo oud zijn we toch ook weer niet? De grens tussen de klas en het woonzorgcentrum is hier flinterdun.  En ik heb het prima naar mijn zin, wat is dit toch leuk werk!

De school is leeg als ik eindelijk naar huis ga. Twee collega's en de schoonmaakdienst zwaaien me uit. Als ik hard fiets haal ik misschien de Waterbus nog, dat scheelt me dan mooi de energie die ik na een week ziek-zijn zo hopeloos tekort kom. Wanneer ik de kade op rijd vallen de eerste dikke druppels uit een donkere wolk. Ook dat nog. 


Tot mijn opluchting meert tegelijkertijd mijn boot aan, ziezo, ik kom droog over! En ik rol van de ene meevaller in de andere: het betaalapparaat werkt niet, ik mag gratis mee, Jorien sms't me dat het eten op tafel staat als ik thuiskom - en warempel vanaf mijn droge plekje kan ik nog mooi een foto maken van de halve regenboog boven "mijn" bui. 


Met de wind in de rug en een zonnetje boven mijn hoofd trap ik zingend naar huis. Mensenlief, wat ben ik moe. En alle zegeningen die ik vandaag al telde verbleken bij de lieve attentie op de keukentafel - van de man met wie ik dit avontuur ooit begon.


woensdag 11 september 2013

en toch doen

Wanneer je 
buiten
een regenboog fotografeert 
prachtig,
in verwondering, 
word je meestal 
kletsnat

Zie mij staan
daar
bovenop de brug
 de zon in mijn rug
vlug!

iPad uit de tas
dat rode ding
boven mijn hoofd
klik

De eerste druppels vallen al
en ik weet niet hoe snel ik mijn poncho aan moet trekken
wat een water

En ik heb er weer één
:)