vrijdag 30 november 2012

Zo trots op B4Va!



Het is woensdagmiddag op het Zorgplein. De leerlingen van B4Va organiseren het jaarlijkse Sinterklaasfeest voor de (klein-)kinderen van het BKW-personeel. Inclusief de voorbereidingen vormt dit het praktijkdeel van het schoolexamen Zorg & Welzijn. Met échte kinderen kun je écht laten zien hoe goed je bent. 

Op initiatief van onze vertrouwde “HuisPieten” Jolijn en Jorien is de opzet van het feest dit jaar veranderd. De Pieten achten de fysieke aanwezigheid van Sint niet langer noodzakelijk, zelfs ongewenst, gezien de onevenredige spanning en het kleuterverdriet van vorig jaar. Dus krijgt Sint een snippermiddag en nemen zijn Pieten met hun B4Va-crew de honneurs waar. En hoe! De leerlingen hebben vorige week in groepjes alle aanmeldingen geïnventariseerd en zijn vervolgens met het benodigde geld op pad gegaan. Ze hebben voor alle kinderen bij hun leeftijd passende presentjes gekocht en die netjes op naam ingepakt.
“Mag ik volgende week ook Zwarte Piet zijn, mevrouw?” Zeker acht paar puberogen keken me bedelend aan. Wie kan daar nee tegen zeggen? Ik niet. Al bleek Jorien achteraf niet zo blij met zoveel extra zwarte hulpjes, ik kon er de grap wel van zien en stemde toe: Je zorgt zelf voor een pak en voor iemand die komt schminken. Een van de meiden bevorderde ik tot Hoofdpiet; zij inventariseerde een lijst met namen, zeven extra Pieten leverde het me op. Een hulpvaardige moeder wilde ons helpen en een handige leerling bestelde via internet wat extra schmink. Mooi geregeld, zou je zeggen. Twee meiden van de parallelklas wisten zich behendig tussen de pietenploeg te wurmen: tegen mijn collega verklaarden ze dat ik hen gevraagd had om mij te komen helpen – aan mij vertelden ze dat ze zulke professionele pietenpakken hadden dat ik geen nee meer durfde te zeggen. Dachten ze. Gelukkig spreken wij collega’s elkaar ook nog dus de list werd tijdig ontmaskerd: de meiden krijgen gewoon kookles in plaats van pietenpret. Alles op zijn tijd!

En nu is het dan woensdag. De schminkmoeder heeft een sollicitatiegesprek en kan niet komen. Dat begint al goed. Heleen, de onderwijsassistent, blijkt niet ingeroosterd. Lieve help, ook dat nog. In de pauze drink ik mijn bakje koffie in de personeelskamer. Daar komt een van de jongens op me af: “Mevrouw, we hebben een probleem. We zijn allemaal ons Pietenpak vergeten!” Oei, dat is me nou ook wat! 

Ik houd mijn gezicht keurig in de plooi en vraag hem wat hij nu gaat doen. “Kan ik even thuis mijn pak gaan halen?” stelt hij me vol overtuiging voor. Nee, natuurlijk kan dat niet. Kom ik even mooi weg. Geen gedoe met schminken. Geen extra onrust in de tent. Grinnikend drink ik mijn koffie op. Daar gaan we! Heleen is gelukkig toch van de partij. Een heerlijk paar extra ogen erbij en een hele zorg minder. 

Van 10.45 tot 14.35 uur duurt de les en van 13.00 – 14.15 uur het feest. Strakke planning is het devies. Daadkrachtig bouwen de leerlingen het Zorgplein om tot een waar “Zwartepietenhuis” met bijpassende activiteiten in de verschillende werkvelden. De uitvoering daarvan is door de leerlingen zelf bedacht. Ervaringsgericht Leren ten voeten uit. Ideaal voor onze Doeners
In het werkveld ziekenhuis wordt Sint-poppenkast gespeeld, in de thuiszorg kunnen kinderen hun Pietendiploma behalen, in de kapsalon staat een Sint-knutseltafel klaar en in het kinderdagverblijf doen de kinderen pionnen-dans op Sinterklaasliedjes. 
Voelden onze leerlingen zich tijdens het oefenen nog voor joker staan, zodra de kinderen er zijn is dat over. Nu is het helemaal echt. Een genot om naar te kijken voor docent en (groot-)ouders, zoals onze – soms bewerkelijke – pubers zichtbaar genieten van het vermaken en begeleiden van de kinderen.

Twee leerlingen vormen het ontvangstcomité en wachten onze gastjes in de hal op. Zo nodig begeleiden ze hen naar het Zorgplein. Daar krijgen de kinderen een naamsticker en worden ze naar een zitplaats begeleid. In het begin gedragen de leerlingen nog wat onwennig maar gaandeweg krijgen ze steeds meer schik in hun rol en taak. Meer dan een vingerknip of een gebaar als ondersteuning hoef ik niet te maken, samen met de onderwijsassistent zijn we stand-by voor vragen of problemen. Maar het echte werk, dat doen vanmiddag onze leerlingen!
De Zwarte Pieten komen op het afgesproken tijdstip het Zorgplein oprennen en zetten de boel gezellig op stelten. Samen met kinderen en zelfs enkele leerlingen dansen ze na het welkomstwoord de “Zwarte Pieten Style” , het malle dansje dat momenteel zo razend populair is. Iedere kleuter kent het, en de Pieten natuurlijk ook. Dat Jolijn zich de volgende dag afvraagt hoe ze toch aan die vreselijke spierpijn komt: ik weet het wel als ik het filmpje terugkijk. Net goed. Als je zo gek doet moet  je dat de volgende dag nog voelen.

Dat de computerspeaker de “pionnendans” van de kindjes niet kan overstemmen mag te pret niet drukken: één van de jongens zingt met zijn baard-in-de-keel-stem de liedjes luid genoeg mee en als zijn maatje op het stopknopje drukt houdt hij abrupt op met zingen: het signaal om de pion van de vloer te pakken (zoals bij stoelendans, wie is er net te laat?) 
In de poppenkast is het krap voor de meiden, ze hebben zichzelf niet meegeteld bij de opstelling, maar ze laten zich niet kennen. Hun voorstelling doen ze vier keer en natuurlijk is de laatste de beste. Reken maar dat ze vanmiddag iets geleerd hebben. En ik ben trots op ze, want dat poppenkast spelen waren ze van tevoren echt niet van plan. En ze doen het wel, en goed ook!!
Een van de jongens zei vorige week: “laat mij maar Sint zijn, want ik ben turk”. Maar ja, geen Sint dit jaar dus hij doet iets anders. Behalve de begeleiding van de Pietengym moet hij de tijd tussen de rondes bewaken, een gewichtige taak. Hij krijgt van mij een oranje plastic fluitje. “Mag ik mijn mobiel voor de tijd gebruiken?”, vraagt hij met een grijns. Mobielen zijn ten strengste verboden op het Zorgplein maar als je nu zo’n belangrijke taak te verrichten hebt? Dan moet je goed uitgerust zijn, dus vooruit maar. Dat de spelrondes niet allemaal even lang duren valt niemand op, dat mobiel zie ik alleen in gebruik voor het afgesproken doel. En dat oogt heel professioneel.

Kleine kindjes die op de tafel klimmen, en bal in een korf mikken en dan op de bank mogen springen, je houdt het niet droog met die slungelpubers ernaast. In de knutselhoek is het heerlijk rustig. Er wordt flink geknutseld; de jufjes vinden het zelf net zo leuk als de kinderen. Vooraf hebben ze ijverig allerlei Sinterklaasfiguurtjes uit zitten knippen om nu op mutsjes te kunnen plakken. Mijn leerlingen verzorgen schijnbaar geroutineerd de volledige uitvoering, zoals de ontvangst en het welkomstwoord, ik glim van trots. Ze delen de versnaperingen rond, voorzien (groot)ouders van koffie of thee, begeleiden de activiteiten en het rouleren van de groepjes. Na het uitpakken van de cadeautjes zie ik een van de knullen als vanzelfsprekend al het inpakpapier van de grond rapen. Hij verzorgt ook het afscheidswoord en wat ben ik trots. Op hem, op allemaal, dit stelletje ongeregeld dat me drie weken terug nog alle hoeken van het Zorgplein probeerde te laten zien. Wij klaren hier met elkaar een geweldige klus!
                                  
De kinderen verlaten nu geleidelijk aan het Zorgplein. Gezamenlijk ruimen we de rommel op. 
Alle meubelen gaan weer op hun plek, de gebruikte gymspullen retour gymzaal. Ongelooflijk: als twintig minuten later de bel gaat ziet het Zorgplein er weer onberispelijk uit. En dat is maar goed ook want er komt een nieuwe klas aan. Maar voor het zo ver is gaan we nog even zitten, want de Zwarte Pieten willen hun team nog toespreken. Ze evalueren samen het feest en geven professioneel feedback op de verschillende activiteiten. Natuurlijk ontvangen de leerlingen van hen het compliment dat ze vanmiddag dik verdiend hebben. 
Heel attent geven de leerlingen op eigen initiatief ook feedback aan de Zwarte Pieten : "Jullie doen het zo losjes, jullie zijn echt heel goed op elkaar ingespeeld!" En daar zijn onze Pieten enorm mee in hun sas. Want één keer per jaar samen je act opvoeren en dan goed op elkaar ingespeeld lijken: dan heb je het goed aangepakt. (Waarvoor dank, meiden!) Innig tevreden bekijken Heleen en ik de groep: werkelijk iedereen hier heeft zich van zijn beste kant laten zien. Er is vanmiddag geen onvertogen woord gevallen. Wat zijn we trots.

B4Va heeft alle zeilen bijgezet om het Sinterklaasfeest tot een spetterend succes te maken.
Dat dit uitstekend gelukt is was duidelijk te zien aan de stralende gezichtjes van de kinderen. 
En aan die van onze leerlingen! Wat een stel kanjers. 




maandag 26 november 2012

Bij de tijd, uit de tijd, op tijd


Tot voor kort was een horloge iets dat oudere mensen om hun pols droegen. Bij jongeren kwam je zoiets niet tegen, die gebruikten hun mobiel om te weten hoe laat het was. Maar tijden veranderen! Ineens zijn ze er weer. Horloges zijn hip. Hoe groter en opvallender de klok hoe jonger de drager, heb ik ontdekt. Zonder horloge ben je tegenwoordig uit de tijd.

In de aanloop naar dit blogje verricht ik online enige research. Ik ontdek iets dat ik absoluut nog niet wist, namelijk dat ik voor mijn horloge een horlogebox of een watchwinder kan aanschaffen. Van een horlogebox kan ik me nog wel een voorstelling maken maar wat is in vredesnaam een watchwinder?? Dit is, zo lees ik, een uiterst handige accessoire voor een automatisch horloge. Een watchwinder windt uw horloge op, voorkomt slijtage, zorgt voor een optimale olievoorziening in het horloge en is uiteraard een perfect opbergsysteem voor uw horloge(s)”

Ik ben nieuwsgierig geworden en zoek nu verder. Wat is er nog meer dat ik niet weet van horloges? Best veel. Alleen het aantal soorten al. Onder elkaar zie ik ze - in knalkleuren of van prijzig metaal, overzichtelijk geëtaleerd op alfabetische volgorde - voorbijkomen in de digitale horlogewinkel: Analoge, automatische, chronograaf-, designer, digitale, duurzame, duik- ,F1- , klassieke, kunststof, sport- , titanium, trendy en XXL horloges: vandaag besteld, morgen in huis voor een bedrag dat ik hooguit voor een nieuwe auto uittrek. Van een chronograaf horloge heb ik nog nooit gehoord. En wat maakt eigenlijk een horloge duurzaam? Werkt dat misschien op zonne-energie, zit er een (op)windmolentje op? 

Ik acht het niet nodig me hier verder in te verdiepen. Jarenlang behielp ik me zonder horloge, ik wist precies waar op mijn pad de klokken hingen en op een kwartier nauwkeurig hoe laat het was – ik was allergisch voor metaal en dus ook (dit was voordat het titanium gebruikt werd) voor horloges. Ik heb één horloge, met een stoere platte titanium kast. Ik kreeg het cadeau bij ons afscheid uit Nieuwendijk wegens bewezen diensten bij het Regenboogkinderkoor. Ik draag mijn horloge al die jaren trouw en met een warm gevoel van herinnering. Er hoort een batterijpasje bij “voor het leven”, als ik te veel achter ga lopen kan er gratis een vers accuutje in.  

In de zomervakantie laat ik mijn horloge links liggen. Ik neem het wel mee maar verder dan het plankje in de caravan komt het niet. We nemen de tijd om tot rust te komen, hoe vroeg of laat we leven is van ondergeschikt belang. Na de eerste week heb ik een aardig bruin polsje en dat alleen al bezorgt me een vakantiegevoel. Zodra we thuis zijn gaat mijn klokje weer om en ben ik weer bij de tijd.

Dit jaar verschilt van andere jaren: het is november en ik heb mijn horloge nog steeds niet om. De aanhoudende strijd met mijn beschikbare tijd en de studie heeft me tegendraads doen worden. De maat is vol, wat mij betreft. Zo lang ik mijn lege pols kan zien voel ik me vrij. Mijn horloge zit weggestopt in een zijvakje van mijn handtas. Ik weet heus wel hoe laat het is. En ik heb al helemaal geen behoefte aan een “horlogebox met stoffen inleg waardoor het horloge op een veilige manier kan worden opgeborgen”  Wat een flauwekul, zeg.

Twee weken geleden nam ik mezelf anders mooi te grazen. Ik stond bij de bakker in de rij en was enigszins gehaast: Elske en de jongetjes zouden op bezoek komen en ik wilde op tijd thuis zijn. In de winkel ontwaarde ik geen klok. Zonder nadenken deed ik een greep in mijn tas en blikte vluchtig op mijn eenzame uurwerk. Ik kreeg de schrik van mijn leven: het was al een uur later dan ik dacht! Snel rekende ik af, streepte een aantal minder dringende boodschappen van mijn lijstje en sjeesde naar huis. Om daar op de keukenklok drie kwartier eerder binnen te zijn dan gedacht. In mijn tas heerst nog de zomertijd.

Mijn persoonlijke leerpunt voor dit jaar is dat ik niet (meer) ga proberen op twee plaatsen tegelijk te zijn – want ik denk diep in mijn hart altijd dat ik dat wel kan, of tenminste een beetje.... Ergo: ik laat me niet meer terroriseren door de tijd. Hier en daar een beetje speling in mijn agenda en genieten van de mooie momenten, daar kom ik al een heel eind mee. Deadlines duren tenslotte maar even.

Maar wat het vrije gevoel betreft: ik geef het op. Een bruin polsje heb ik niet meer en vakantie is het nog lang niet. Dat horloge gaat weer om mijn arm. Flink zijn en doorgaan, de tijd tikt door naar september 2013. Wie dan leeft, wie dan zorgt – ofwel mijn tijden zijn in Gods hand. Hoe zal dat dan zijn? Wat zoek ik, wat wens ik me? Het droombeeld van een eeuwigheid aan vrije tijd? Of mijn agenda gewoon een onsje minder vol? Plan ik mijn afspraken minder krap, hou ik tijd over voor een boek of een mooie film? Maak ik dan de wandelingen waar ik me nu de tijd niet voor gun, langs de rivier waar we tegenwoordig vlakbij wonen? Weet ik duurzame contacten met familie en vrienden te onderhouden en krijg ik de tijd om mijn kleinkinderen op te zien groeien?

Ik ga slapen. Over vijf minuten ben ik een jaar ouder. Wie doet me dat in dezelfde tijd na? Dan zijn we tegelijk jarig!








                                         







dinsdag 20 november 2012

Sint en Piet in het Alblasserbos

Zondagmiddag in het bos. De zon schijnt. Even de jongetjes luchten, niet te ver weg en niet te lang. Koen en Aart willen wel mee maar dan verkleed als Sint Aart en Piet Koen. 
Geen probleem, dat mag. Natuurlijk, wie wil dat missen?
Buiten de voordeur ontdekken de broertjes een dood salamandertje. Platgetrapt tussen de grindtegels, en niet meer los te peuteren, constateert Sint. We zijn net te laat, zijn vingertje zit al onder het lijkje. Gauw naar het bos maar. We lopen bij Oud-Alblas het bos in. Wat een natte blubberzooi, zeg. Ik wist niet dat er zoveel regen gevallen was, zegt Elske. En ik wilde dat ik mijn waterdichte boswachterslaarzen aan had getrokken.
Sint en Piet rennen voor ons uit. Op een bankje zit een man voor zich uit te kijken. Net voor zijn voeten staan de jongetjes stil. De man kijkt op. "Nee maar, Sinterklaas en Zwarte Piet!", doet hij verbaasd. Wij lachen met hem mee. Op zo'n ontvangst zijn Koen en Aart niet voorbereid, ze bewegen zich achterwaarts. Aart, onze dappere driejarige goedheiligman, aarzelt en doet een stapje terug in de richting van de man op het bankje. En hij zegt met nadruk: " Wij sjijn niet ECHT!"





maandag 19 november 2012

Jachtseizoen

Het is donker in de zitkamer en middernacht. Ik ben speciaal voor mijn mobiel van tweehoog gekomen: dat ding moet me morgenochtend tijdig wekken, ik kan niet zonder wil ik de dag op een effectieve manier beginnen. Op het moment dat ik het licht aanknip zie ik hem. Of haar. Muis doorkruist razendsnel en zonder geluid de kamer en verdwijnt achter de bank. Ik ben niet bang voor muizen of in het donker en toch staat acuut het kippenvel op mijn kuiten. Met een grinnik graai ik mijn foontje van de tafel en verdwijn naar bed. Wacht jij maar. Jij krijgt nog een staartje.

Een dag later staat Huize Mol in het teken van de wapenstilstand. Sint arriveert in het land. Koen en Aart komen bij oma logeren en mogen hun schoentjes zetten. Muis verkeert een nacht in het gezelschap van twee chocoladeneven en een paar handjes strooigoed. Je reinste hapjesbuffet. 


Terwijl de broertjes 's morgens zingend bij hun schoentjes neerzakken speur ik omzichtig naar keutels, maar niks. Geen spoor van Muis bij de open haard of in de vensterbank, overal waar ik gisteren de stofzuiger nog door heb gehaald. Oma kan gerust zijn, de hygiënecode  wordt hier niet geschonden. Koen en Aart smikkelen onbezorgd van al het lekkers. En ergens zit Muis zich te verkneukelen, ik voel het. Ik geef hem nog een dag.

Een etmaal later. De jacht wordt geopend. Vier vallen van de vorige aanval, waar heb ik ze gelaten? Ik vind ze onderin de kast en stal mijn rijkdom uit op het aanrecht. Pindakaas, worst, kaas, ik laat me van mijn beste kant zien en bereid Muis royaal een feestmenu als beoogd galgenmaal. De presentatie moet het afmaken. Net echt. We beginnen met een voorafje. Uiterst behoedzaam vul ik twee vallen met een likje pindakaas-met-nootjes,  stel ze op scherp en plaats ze links en rechts van de bank. Niet in de buurt van gordijnen of vitrage, ooit moest ik het muizenbloed van een muur vegen en die smeerboel - daar heb ik geen zin in.

Zie zo, en dan nu een hoofdgerecht met kaas en worst. Wat ben ik toch gul. De valletjes op scherp - daar ga ik. Met in iedere hand een hapje, van de keuken naar de kamer. Links worst, rechts kaas, vandaag maak ik voorgoed korte metten met de vraatzucht van onze muisgenoot. 
Voorzichtig ga ik door mijn knieën  - o ja, mijn rug. Die vergeet ik steeds. Ik wankel een tel, zoek mijn evenwicht. En met twee scherpe knallen klappen tegelijk allebei de vallen dicht.
Van de schrik zak ik plat op mijn gat, houd dapper nog de twee vallen omhoog - schiet onbedaarlijk in de lach.

 Zit je vinger er nou tussen?, informeert Arie verschrikt van achter de tv. Nou nee, gelukkig niet, zeg. Letterlijk niets aan de hand. Zelfs kaas en worst zitten nog op hun plek. Ik voel mijn rug, ja - maar dat was al. Inmiddels geroutineerd stel ik nogmaals de valletjes op scherp en schuif ze, iets voorzichtiger nu toch maar, naar een mooi plekje. 

En nu maar afwachten. Wat zal ik lekker slapen vannacht. 

zaterdag 17 november 2012

Uit het archief. Hoe ik voor het eerst op Station Zwijndrecht belandde


Retourtje Nieuw-Lekkerland - Amsterdam 
februari 2012

6.30 u: de wekker. Keurig op tijd om bus 90 van 7.20 u te halen. Ware het niet dat die doorrijdt en me bij de halte laat staan. 
Zes minuten later stap ik in bus 19, en zo reis ik via Dordrecht i.p.v. Utrecht naar Amsterdam. Geen bus maar trein vandaag. Vanuit mijn plaatsje bij het raam zie ik de zon stralend opkomen boven een witte wereld. Ik probeer intussen mijn huiswerk te redden. Duizend woorden, waar haal ik ze vandaan? Bij zeshonderd ben ik in Amsterdam.


Onze studiedag is als steeds intensief en leerzaam. Kwantitatief onderzoek, daar heb ik geen aanleg voor geloof ik. Vervolgens het hoorcollege over leerperspectieven en veranderingen, precies onder mijn after-dinner-dip. En dat zonder dinner.


De terugweg voert me door Warmond, waar mijn moeder woont.
 Eerst weer de trein. Ik zie de zon prachtig onder gaan boven een witte wereld. Jammer, geen camera bij me. Dan de bus. Die rijdt net voor mijn neus weg. De tweede al vandaag. Weer wachten. Bij de Hema van station Leiden koop ik tussen de bedrijven door een paar handschoenen. Ik heb een paar aan met bij elke vinger een gat, warm is anders bij min acht.

Het wooncomplex waarin mijn moeder huist ligt tien minuten wandelen van de weg. Ik zie mezelf lopen. Met mijn rode wielenkoffertje door het bos. In mijn eentje door de sneeuw. Net een verhaal van W.G. Van der der Hulst. 
Zoals je van dit verhaal mag verwachten word ik door mijn moeder onthaald op een heerlijk avondmaal van aardappeltjes met prei en een balletje gehakt. Zelf kook ik dat zelden. Alleen daarom al dubbel lekker.


Dan is het tijd om mijn reis te vervolgen. De wandeling, de bus, de trein. 
Nu heb ik vandaag al meer getreind dan me lief is: met dit weer kan je beter in de bus zitten. Die rijdt tenminste, ook al liet hij mij vanochtend dan in de Dorpslaan staan. 
Afijn, de trein, ik was er al bang voor. De intercity van Leiden naar Dordt rijdt vanavond niet verder dan Zwijndrecht, terwijl hij daar officieel nooit stopt. Laat me raden: wisselstoring. 


Ik bel mijn eigen chauffeur thuis, hier sta ik, ik kan niet anders. Uitgerekend hier. Hij komt me halen. Wat bof ik toch.
 Op het moment dat ik mijn OV-pas langs de scanner haal en zo mijn reis beëindig hoor ik een stem: "Dames en heren, de intercity uit Leiden die zojuist op spoor 2a is gearriveerd vertrekt over enkele minuten naar Dordrecht." Ik zou het niet geloven als ik het niet zelf gehoord had.



We rijden de polder weer in. Min dertien is het buiten. Binnen een graad of achttien, en we rijden tot vlak voor de deur. En daar kan geen trein of bus tegenop.



vrijdag 16 november 2012

Op naar het hoorcollege

Het begint al goed. De wekker loopt af en ik kan er niet bij. O ja, m'n rug, ik weet het weer. Dat kost me tijd. Ik besluit een bus later te nemen. Gun mezelf iets meer respijt. Dan douchen, ook al zo'n klus. In en uit het bad stappen - voorzichtig! Bij het afdrogen van de laatste twee tenen gaat het mis. Krak!, hoor ik. En voel ik. Zucht. Dit wordt dus dag drie met beperking. Liggen en lopen is het devies maar voor allebei heb ik geen aanleg en geen tijd. Aanpassen dan maar. Creatief aankleden, ik ben er razend handig in. Hoe krijg je je sokken aan als niet bij je voeten kunt? Ik weet het.

Ineens is het de hoogste tijd voor de bus. Zeven minuten lopen zegt de planner, maar hoeveel heb ik er vandaag nodig? De container moet aan de weg gezet en ik wil Arie gedag zeggen. De container staat in de garage en Arie ligt tweehoog. Ik kies voor Arie en verzoek hem als afscheid of hij de container vooral niet wil vergeten. Uiterlijk half negen, bezweer ik hem, en hompel de trap af. Tabberd om, koffer in de aanslag, daar ga ik weer. Het is droog buiten, en al licht. Het voordeel van een busje later. Lopen is goed voor me, het gaat bij elke stap iets beter. Op de hoek staat de vuilniswagen. Nu al!! Ik trek mijn mobiel en bel Arie. Twee keer overgaan en hij neemt op, deze tijd associeert hij met een sterfgeval. Ik meld hem de actuele feiten en hij belooft me te doen wat hij kan. Wat dat ook zijn mag. Wedden dat hij diep zucht als hij opgehangen heeft?

Ik ben op tijd, de bus ook. Zitten is minder prettig. Mijn stoel gaat heen en weer en dat moet ik vandaag niet hebben. Ook mijn handzame koffertje kiest ineens zijn een eigen weg, ik moet 'm blijvend vasthouden. Ik zet alle spiertrainingen in die ik me kan herinneren. Tanden op elkaar bij de bochten. Ik voel me een mislukte acrobaat. Krampachtig glimlach ik naar de eigenares van de knieën tegenover me. Ze lijkt dwars door me heen te kijken. Kennelijk val ik niet op, constateer ik een tikje opgelucht en zit dapper mijn reis uit.

Bij het station knik ik mijn buurvrouw bij het raam bemoedigend toe: ga jij maar eerst. Voordat ik rechtop sta is zij al buiten. "Struikelheul" noemde Kees van Kooten het ooit. Bewegingen die je expres maakt om te verhullen dat je een stomme beweging maakt. Als het extra huppeltje na een verstapping. Zoiets voel ik als ik met uiterste krachtsinspanning een ontspannen exit uit de bus in scène zet. Met een babbeltje voor de chauffeur hou ik mijn kaart voor de scanner. In werkelijkheid rek ik de tijd voor mijn volgende stap: hoe kom ik zo onopvallend mogelijk buiten?

Een bus later betekent ook een trein later. Zou die ook op spoor één vertrekken? Niet elke intercity stopt in Sloterdijk. Ik vraag het even na bij de informatiepost. Als ik het niet dacht, spoor drie over zes minuten. Trap af, trap op, ook dat nog. Ik bedank met de glimlach die ik niet voel, hijs het handvat van m'n koffer tot schouderhoogte en laat me van de trap zakken. Links en rechts word ik ingehaald door rennende mensen, ik heb de neiging om mee te gaan rennen. Kon ik het maar. De trein staat keurig klaar en ik vind een mooi plekje voor mijn koffer en mij. Omzichtig ga ik zitten. Ik vis mijn iPad tevoorschijn. Even schrijven.

Aan de overkant van het gangpad zitten twee puberjongens, petten op. Een van hen laat een vette boer. Ik ben omgeven door een walm van Redbull, met een grijns wuif ik die weg. De jongens hebben me door en lachen terug. Lollig stel. Bij het volgend station zijn ze weg. Nu zit er een man met een beat in zijn oren die mijn softe iPodmuziekje zwaar overstemt. Ik kijk, kijk nog eens en als hij me opmerkt maak ik een gebaar waarvan ik hoop dat hij die begrijpt. Ja hoor, hij glimlacht en ik hoor hem niet meer. Ik beloon hem met mijn beminnelijkste smile. Hoop ik. De echte ochtendspits lijkt voorbij, het wordt rustig in de trein. Tegenover me zit een meisje te lezen, haar jas als een dekentje over haar knieën. Zelf heb ik mijn behaaglijke wollen ruitje. De coupé ademt nu de sfeer van een welnessinstituut, hoe komt dat? Naast me zit een jongedame haar handen in te smeren met een geurige handcrème. Ik onderdruk de neiging om haar ook een likje te vragen; dat geeft maar vegen op mijn scherm en ik zit net zo lekker te schrijven.

Hey, zit ik zo lekker te schrijven? Kijk, dat maakt me nou blij na de moeizame start van deze morgen. Dan zal het met de rest van de dag ook wel goed komen.
Ik ben er. Op de trap in de trein ga ik nog bijna onderuit, de jongeman achter me glimlacht verschrikt. Weet hij veel aan welk gevaar hij ontsnapt. Bijna verpletterd onder mijn gewicht….




dinsdag 13 november 2012

Lekker bezig

Dinsdag studiedag.Uitslaapdag. Om half acht de wekker - gisterochtend om half zes, vandaar.

Ik doe van alles behalve studeren. Koffie, ontbijtje, mail doornemen en beantwoorden, was in de droger, wasje ophangen, de frituurkleren van Jorien wassen en ophangen (die komen niet verder dan de garage, leuk een baantje in een cafetaria), Arie adviseren bij het Facebooken want op dat gebied ben ik zijn expert en hij wil zijn catechesegroep van vanavond tijdig informeren.... Stuk voor stuk zinvolle zaken. Maar geen studie.

Ik moet even een lijstje maken met alles wat ik vandaag wil doen. Nakijkwerk. Sinterklaas voorbereiden. Boodschapjes. Pinnen. O ja en studeren. Analyseplan afmaken. Essay schrijven over het laatste hoorcollege, vrijdag moet het ingeleverd zijn. Kwart voor elf, oef dat is het al bijna: mijn afspraak bij de praktijkondersteuner van de huisarts voor de cardiovasculaire risicocontrole. We wonen er tegenwoordig zowat naast, twee minuten voor tijd spring ik op de fiets. Met bonzend hart zit ik in de wachtkamer. Mijn bloeddruk, hè. Ontspan, ontspan, hou ik me voor.

Het consult begint zoals alles hier met kennismaken. Hoe vaak verhuisd? En waarheen? De hamvraag: went het al? Ik heb geen klagen, alles in huis staat min of meer op zijn plek, in de kerk raak ik al aardig thuis, voor de boodschappen weet ik inmiddels waar ik moet zijn, ik verveel me nooit en ik heb nog steeds mijn leuke baan. En mijn inspirerende studie waar ik dag en nacht mee bezig kan zijn. En een hoge bloeddruk. Daarom zit ik hier.

De bloeddruk valt mee en niet een beetje. Feestjeeeeee! 104/86 na twee keer meten. Dat is wel even anders dan 135/100 bij de bloedbank, twee weken terug. Jubelend stap ik op de weegschaal. Die slaat bijna door maar dat deert me -vandaag- niet. Alle overige controlefactoren eindigen hemelhoog in mijn voordeel: buikomvang, roken, drinken, bewegen, eetgewoonten, alles is groen. Joehoeeee! Alleen mijn cholesterol zou lager kunnen en daar heb ik dan weer professioneel verstand van, wat een bof. Komt goed!

Zingend neem ik afscheid, over een jaar terugkomen, wie dan leeft wie dan zorgt. Ik klim op mijn fiets, gauw naar huis, naar Arie, dit moet ik vertellen. Hij is vast net zo blij als ik. 104/86!!

Helaas, ik moet het goede nieuws nog even bewaren, het huis is leeg. Lekker rustig, dat wel. Even iets drinken. Een gezond kopje thee. Mijn ogen vallen dicht, hoe kan dat nou? Ik heb nota bene uitgeslapen. Ik laat me in m'n luie stoel zakken voor een verantwoord een ontspanmomentje. Dit moet ik gewoon vaker doen, dit is heel gezond.

Ik concentreer op m'n ademhaling, slaap ik, denk ik nog? Heerlijk even zo. Het tikken van de klok naast mijn hoofd is het enige geluid. Niet dus. Heb ik weer. Het is twaalf uur en dat zal ik weten. Bim bam bim bam.... Weg ontspanning, ik schiet in de lach.

Zo laat al? Ik moet - en daar gaan mijn gedachten alweer.
Ik ga ze eerst opschrijven. In een blog.

Nu!