zaterdag 28 september 2013

Geluk: samen een boodschap doen op een doordeweekse middag



We zijn op zoek naar een passend cadeau voor Jorien. Elske, Koen, Aart en Tessa en ik. Het mijne heb ik vlot te pakken en ik beland in de rij voor de kassa. Om onze tijd zo efficiënt mogelijk te besteden vertrekt Elske alvast met de jongens naar de buurwinkel. Tessa mag bij oma blijven - die vindt dat helemaal niet erg.

Ik ben aan de beurt en manoeuvreer met pas en pinautomaat, ondertussen mijn kleindochter scherp in de gaten houdend. Verbeeld je dat haar onder mijn supervisie iets zou overkomen. 


Tessa lacht als altijd naar iedereen en windt in no time de hele rij achter mij om haar mini-pinkje. "Wat een schatje, hè", hoor ik mijn achterbuurvrouw zeggen. Een mannenstem vult haar aan, zo te horen lacht hij Tessa met mierzoete stem toe: "Mag jij fijn met Mama mee??" 


De tijd staat stil, heel even maar. 
Ik glim, ik straal, van binnen. Maar ik zeg natuurlijk niets en reken af met mijn allergewoonste gezicht. Geroutineerd parkeer ik de wandelwagen uit en met ingehouden jubel verlaat ik het pand: mijn achterkant oogt als een mama. Ik huppel nog net niet.

Wat een bof dat Elske er niet bij was, zeg, want dan was ik ongetwijfeld als oma ontmaskerd. Mag ik ook eens meevallen? 
Ik grinnik nog na. 

"Heyyy oma!", daar zijn de jongetjes weer. Het klinkt me als muziek in de oren, zonder aarzelen voeg ik me bij mijn familie. We hebben nog tijd voor een ijsje in de septemberzon. Dat we zowat uit ons hemd waaien deert ons niet. 

Koen wil bij oma op schoot want die is zo lekker warm. 
Ja, bij mij zit hij uit de wind, reken maar. Breed zat. 
Dat dan weer wel. 

woensdag 18 september 2013

Vierendertig jaar is niet niks



Het is al net als met mijn verjaardag: ik word wakker en weet het. Vandaag is het onze trouwdag. 


Op weg naar de keuken zie ik de sporen van Jorien's overhaast vertrek, die moest weer eens een trein halen. In de keuken brandt zelfs nog het licht.
Nee, het is anders, zie ik. Het spotje in de keuken is nadrukkelijk op de datum en de slinger gericht. Met weinig moeite een imposant resultaat, een lieve groet op de achterkant van een kartonnen cup-a-soup-verpakking en de dag is begonnen met een verrassing van Jorien. 
We hebben alledrie nergens tijd voor vandaag, zo hebben we vooraf met elkaar vastgesteld - dus er kan ook niets misgaan. Geen bezoek, geen taart, geen uitje: er gaat gewoon gewerkt worden! 

Na een kleine week van ziekteverzuim stap ik de school in, en binnen een half uur ben ik die week weer glad vergeten. Onze trouwdag misschien zelfs ook wel. Hoewel, ergens in de middag laat ik mijn leerlingen met trots een paar foto's van onze kleinkinderen zien. We hebben het over het organiseren van een kinderactiviteit, dus de beelden ondersteunen deze les - maar daar over wellicht later. 

Ik onthul mijn meiden plechtig dat het vandaag onze trouwdag is - en ik heb onmiddellijk hun onverdeelde aandacht. Hoeveel jaar al? Hoe oud was ik toen we trouwden? 
En hoe oud was ik dan toen we "met elkaar gingen"? Na bijna achtendertig jaar kan ik dat wel verklappen, het was op mijn zestiende verjaardag. "Dus het kan wél", verzucht er één. 
En is het altijd goed gegaan?, is de volgende vraag. Altijd!, het rolt er zomaar uit. Wat een bijzondere vraag en wat een voorrecht om dit antwoord te kunnen geven. Ik ben er gewoon even stil en dankbaar van.
Hoe mijn man er uit ziet?, willen ze vervolgens weten. Ik toon na enig zoeken een vakantiekiekje met mijn held en zijn racefiets, ik vind het zelf nogal een stoere foto. Verbaasd vragen de meiden: kan hij dat dan nog? Oef, ik slik even. Zo oud zijn we toch ook weer niet? De grens tussen de klas en het woonzorgcentrum is hier flinterdun.  En ik heb het prima naar mijn zin, wat is dit toch leuk werk!

De school is leeg als ik eindelijk naar huis ga. Twee collega's en de schoonmaakdienst zwaaien me uit. Als ik hard fiets haal ik misschien de Waterbus nog, dat scheelt me dan mooi de energie die ik na een week ziek-zijn zo hopeloos tekort kom. Wanneer ik de kade op rijd vallen de eerste dikke druppels uit een donkere wolk. Ook dat nog. 


Tot mijn opluchting meert tegelijkertijd mijn boot aan, ziezo, ik kom droog over! En ik rol van de ene meevaller in de andere: het betaalapparaat werkt niet, ik mag gratis mee, Jorien sms't me dat het eten op tafel staat als ik thuiskom - en warempel vanaf mijn droge plekje kan ik nog mooi een foto maken van de halve regenboog boven "mijn" bui. 


Met de wind in de rug en een zonnetje boven mijn hoofd trap ik zingend naar huis. Mensenlief, wat ben ik moe. En alle zegeningen die ik vandaag al telde verbleken bij de lieve attentie op de keukentafel - van de man met wie ik dit avontuur ooit begon.


woensdag 11 september 2013

en toch doen

Wanneer je 
buiten
een regenboog fotografeert 
prachtig,
in verwondering, 
word je meestal 
kletsnat

Zie mij staan
daar
bovenop de brug
 de zon in mijn rug
vlug!

iPad uit de tas
dat rode ding
boven mijn hoofd
klik

De eerste druppels vallen al
en ik weet niet hoe snel ik mijn poncho aan moet trekken
wat een water

En ik heb er weer één
:)




maandag 9 september 2013

Wat een leuke engelen kom ik toch tegen


Het is half vijf, als ik doorfiets kan ik nog gaan sporten. 
Het regent, gelukkig zag ik vanochtend net op tijd mijn poncho hangen: die verdween in mijn fietstas en nu over mijn hoofd: ik zit droog! Op weg naar de brug roept een fietsende tegenligger me toe: Je kan er niet door, hoor! 

He bah. De brug weer open, en hoe lang? De vorige keer was het vijf uur, en dat was eergisteren. Ietsje minder monter trap ik richting brug. Er komen fietsers de trap af, zijn ze omgekeerd of komen ze van de overkant? Even navragen: de slagbomen gaan niet open. 

Ah, dat heb ik eerder meegemaakt, toen ik tijdens de verhuizing met een tasje Chinees naar Zwijndrecht fietste. Om de warme prak niet af te laten koelen ben ik toen met mijn stalen knol onder de bomen doorgekropen - dat doe ik gewoon weer. 
Dapper werk ik me met mijn fiets langs de trap naar boven. Daar staat een groepje fietsers te overleggen: kun je eigenlijk wel onder die slagboom door, er staat en flinke rij wachtenden voor. Ik zie er kennelijk uit alsof ik overal door pas want als ik zoiets beweer begint het hele groepje te rijden. Achter mij twee jongens, scholieren op weg naar huis zo te zien. 
Gaan jullie er onderdoor?, vraag ik. Dan kom ik achter jullie aan. Slim van mij want ik weet dat ik mijn fiets er in mijn uppie nooit door krijg. Het kinderstoeltje en de motor maken er een onhandelbaar stuk ijzer van als je het dwars op zijn kant wilt verplaatsen.

Zo gezegd zo gedaan. We bewegen ons behoedzaam lopend door de rij wachtende wielrijders. Niemand spreekt, geen commentaar of groet. Het algehele zwijgen heeft iets plechtigs. "Help je me even als het me niet lukt?" vraag ik bij de slagboom aan de achterste jongen. "Tuurlijk!" zegt hij stellig en hij doet het ook. 
In no time ben ik onder de slagboom door. Maar er komt er nog één. "Deze is veel lager!", roept de voorste knul naar zijn vriend. "Dat was de vorige keer ook.", weet deze en daar moet ik nu nog steeds om lachen. Maar hoe laag ook, mijn engel zet nogmaals zijn fiets tegen de leuning en hijst de mijne horizontaal onder de boom door. Mij moet hij ook bijna slepen, ik voel me lachwekkend onbeholpen terwijl ik daar in mijn hemelsblauwe poncho overeind probeer te komen. "Zwaar hè!" zucht ik om mijn redder af te leiden en dat vindt hij ook maar, voegt hij er aan toe, "u gaat zometeen wel veel sneller!" Wat ook weer waar is. We groeten elkaar nog een keer en ik voer mijn tempo op. 

Ik trap lekker door, ha!, wat hebben we dat handig aangepakt. De weg staat vol met een lange rij auto's en vrachtwagens. Bussen hebben de deuren geopend, de passagiers lopen de brug over. Zo kom je ook thuis. 
Bij het tweede stoplicht voegen de jongens zich weer bij me. "Daar zijn jullie weer!" grinnik ik en ook zij lachen. Wat een leuk stel. "Waar zitten jullie op school?", begin ik een praatje. "Op De Lage Waard in Papendrecht", is het plechtige antwoord. Twintig gedachten schieten tegelijk door mijn hoofd - ik flap er uit dat ik daar werk. Ik ken de jongens niet, zij mij ook niet en tegelijk vragen we "Op de Vijzellaan?" Nee. Ze zitten op de "Keijzerweg", onze eigenste vmbo-locatie. 

Wat een leuke engelen kom ik hier tegen en dan zitten ze ook nog bij mij op school. Of ik hen  tussen onze duizend leerlingen makkelijk zal herkennen weet ik niet, maar ik hoop dat ik ze gauw terug zie. Blij en trots fiets ik naar huis. Dat sporten wordt niets meer. Maar regen of niet, mijn dag kan niet meer stuk!


dinsdag 20 augustus 2013

Esse est per­cipi

 

Zijn is waargenomen wor­den





Tijdens ons bezoek aan de kathedraal van Antwerpen 
was ik onder de indruk 
van dit beeld van Ingrid Ross­chaert
Het stelt een meisjesjurkje voor 
en is gemaakt van 
gebroken en vermalen glas. 
Daarmee wordt een gedenkteken geboden 
aan slachtoffers van seksueel misbruik 
in de R.K. kerk.

Ik wil er niet veel over zeggen. 
Het raakt me diep. 
Tussen alle pracht en praal, 
de beroemde veelkleurige schilderijen 
die in de kerk 
tentoongesteld worden, 
is dit een monument van gebrokenheid 
waarbij 
dat alles verbleekt. 



Ik wil toch iets vastleggen, 
vasthouden. 


Een voorzichtige poging 
met de camera. 

Zwart-wit 

om het contrast aan te geven. 
En verder stilte.










De toespraak van Mgr. Bonny, 
bisschop van Antwerpen, 
bij de onthulling van het beeld 
is hier te lezen. 



vrijdag 16 augustus 2013

Avondrood na een buitje

Elske vroeg me onlangs wat ik nou eigenlijk zo bijzonder vind aan de ondergaande zon. 

Ik vermoed - dat er niets aan te plannen valt. Ik hoef er niets voor te doen! 
Er valt niets te versnellen of te vertragen, geen kleurtje of helderheid te veranderen. Ik hoef er alleen maar bij te zijn anders mis ik het festijn - en nooit weet ik van tevoren hoe het zal verlopen. De ultieme verrassing van een verpletterend moment van schoonheid, niet te ensceneren - en dat in de tijd van denken in maakbaarheid.

Sta ik braaf te wachten aan het strand onder een heerlijk zonnetje en schuift er op het laatste moment een wolk voor - dan valt er niets meer te fotograferen. 
Boven de zee daarentegen geeft een gat van licht juist een bijzondere dimensie aan het grauwe water, en als ik geluk heb dan kleurt dat vervolgens ook nog 'es rood of oranje. 
Is de zon eenmaal ondergegaan dan volgt in roze wolken de toegift van geometrische patronen of immense berglandschappen. Met een beetje pech is het dan meteen knetterkoud - maar ik blijf kijken. Want vaak is dat het mooiste deel.

En dan vanavond. Onvergetelijk. 
Samen een eindje fietsen, niet te ver, zo te zien heb ik straks prijs. Tegen dat we thuis zijn begint het zonsondergang. "Ik kom zo!", beloof ik tegen beter weten in.....

Na een kalme warming-up barst het kleurenspektakel los. 
Oranje, rood, blauw. Toevallig kijk ik achterom en ik weet niet wat ik zie. Roze wolken, een verticale! roze wolkkolom boven de weg. Het veelkleurige geheel verandert verbluffend snel, geen wind, geen geluid, en toch! En dan, ineens, zie ik boven mijn fiets de roze regenboog. Ik ben perplex. Zoals meestal wanneer je een regenboog ziet voel ik de eerste spetters al. Veel meer dan dat wordt het niet, en ik maak geen haast. 

Ik kom ogen te kort om vast te leggen wat ik zie, en ook woorden om dat uit te leggen. 
Zo verrassend mooi en veelzijdig als hier zag ik nog niet vaak de zon ondergaan, en zeker nooit met een camera in mijn handen. Geïmponeerd druk ik, keer op keer, maak tientallen foto's. Dat wordt weer lastig kiezen straks.

En hier zijn er een paar, chronologisch gerangschikt, voor en achter mij genomen vanaf vrijwel dezelfde plaats: