zondag 9 december 2012

Een bijzondere dienst in de Ontmoetingskerk



Krap een half jaar na ons vertrek uit Nieuw-Lekkerland zijn we vandaag voor het eerst “echt” terug. Arie mag vanochtend de dienst, aangepast voor mensen met een verstandelijke beperking, leiden. Bijzondere gasten zijn de leden van het Singelkoor uit Dordrecht.

Om vervoersredenen (sommigen van de gasten zijn voor dag en dauw al op pad) begint de dienst aan half uur later dan anders. Niet iedereen heeft dat kennelijk in de gaten gehad, want als wij ruim voor tijd aankomen is het al gezellig druk in de hal. Er is koffie voor de vroegkomers, waar vind je dat, je zou er elke week eerder voor opstaan.

De dienst is in alle opzichten bijzonder. Om te beginnen voor de gasten van de doelgroep met hun familie. En voor de doopouders, twee zussen met hun gezinnen, hoe vaak maak je dat mee? Voor Arie, omdat hij nu als gastpredikant doopt en weer op de preekstoel staat die veertien jaar lang de “zijne” was. Voor mij, omdat ik niet even tussendoor naar huis kan lopen om nog iets (of iemand!) op de te halen. Voor onze voormalige gemeenteleden, die ons hartelijk begroeten en allemaal willen weten of we al een beetje gewend zijn (en het antwoord is ja!). Kortom wellicht voor ons allemaal.

Direct bij binnenkomst zie ik al een bekende in het Singelkoor. Corinne, die sinds een paar jaar op De Lage Waard gastlessen over het Down Syndroom verzorgt, heeft mij ook al gezien. Dat is gezellig binnenkomen, we zwaaien en schudden handen. En zingen dat ze kan!

In een dienst als deze heeft de visuele invulling van het bijbelverhaal een prominente rol. Vandaag gaat het over Zacharias, die bezoek krijgt van de engel Gabriel. Arie heeft ooit wierook meegebracht uit Egypte en dat fungeert heel toepasselijk als reukoffer. Voordat het zover is hebben enkele gemeenteleden al gealarmeerd in het rond zitten snuffelen. Brand??? Nee, koster Kees heeft de kooltjes alvast aangestoken en dat riekt nogal. Gelukkig voor niemand reden om serieus alarm te slaan. En ook: helemaal echt, want zodra de wierook-korreltjes op de kooltjes vallen verspreidt zich een bijzondere geur door de kerk. Het koor zingt de sterren van de hemel en oogst na het laatste lied een welverdiend applaus. 

Na de dienst is er koffie voor iedereen. De doopouders worden gefeliciteerd en Arie en ik maken vele praatjes. Voor ons gevoel nog altijd te weinig, na afloop evalueren we wie we zoal gemist hebben. Dat zijn er heel wat, jammer. Eerder ervoeren we dit ook al, wanneer we van de ene pastorie naar de andere verkasten: de tijd dat we er thuis waren blijkt voorgoed voorbij en toch zijn we voor altijd met elkaar verbonden. 

Tevreden rijden we huiswaarts. En nog later genieten we na met de filmpjes die ik maakte uit de bank (hoorde ik nu zeggen dat Zacharias de naam van zijn zoon op zijn iPad schreef??) 
Voor wie het leuk vindt, hier zijn ze.







vrijdag 7 december 2012

Hoorcollege door de sneeuw

Wie me kent weet precies wanneer ik wel of niet blij ben met sneeuw. Dolblij ben ik als er, zoals een paar jaar geleden, precies op de eerste dag van de vakantie een kerstkaart-dik pak sneeuw valt en ik dagenlang buiten kan fotograferen. Dan hoor je me niet. Prachtig vind ik het!
Absoluut niet blij ben ik wanneer ik erdoorheen moet. Lopend, op de fiets of met OV, dat maakt niet uit. Ik vind het niks. Bij gladheid kan ik niet lopen, op de fiets ben ik bang dat ik val of erger nog, moet lopen. Moet ik met de trein dan weet ik van tevoren dat ik eindig als mijn eigen OV-Tomtom, soms met urenlange vertraging. Het liefst zit ik nog in de auto of in de bus als het sneeuwt, dan weet je aardig wat je kunt verwachten en daar hou ik wel van. Niet te veel haasten, en dan kom je nog een heel eind.

Ik ben heus geen weervrouw: ik kijk gewoon omhoog naar het schuine dakraam, en zodra ik wakker word weet ik het. Het heeft gesneeuwd. En niet een beetje. Mooi is dat. Studiedag in Amsterdam vandaag. Al is het telkens een flinke reis per bus en trein, ik heb er nog niet één keer spijt van gehad. De hoorcolleges, de ontmoeting met medestudenten en de uitwisseling van kennis en ervaringen verrassen me keer op keer door de herkenning, de groei, de inspiratie. Samen leren verveelt nooit. 
En dan vandaag. Code oranje. Dat is niet rood. Geen paniek, geen weeralarm. Ooit moest ik voor een studiedag naar Zwolle en juist op die dag stond heel Nederland vast door de sneeuw: ik bleef thuis. Net als vele medestudenten. Sommigen heeft het een jaar gekost om de lesstof van die ene code-rood-dag in te halen. Thuisblijven doe je niet zomaar.

Maar nu? Het weerbericht heeft de sneeuw netjes voorspeld, ik mag me niet verrast voelen. Ik wilde er niet eerder over nadenken dan op het moment dat ik de witte wereld in kijk en dat is nu. En wat ga ik doen? 
We skypen om acht uur, mijn leermaatje en ik. Zij woont boven Amsterdam en daar is nog niets gevallen. Ze gaat zo rijden om op tijd op de Hogeschool te zijn. 
In Zeeland sneeuwt het volgens de berichten al dramatisch. En ik zit er tussenin, als ik naar buiten kijk heb ik visioenen van slippende auto's, ik zie op Twitter dat er zojuist alweer een van de Lekdijk afgegleden is. In Streefkerk rijdt geen bus vanwege een botsing. Tel uit je winst. En dan de bevroren wissels, ik kan er niets aan doen, ik vertrouw de NS niet onder de 2 graden en daar heb ik gegronde redenen voor. Mijn besluit groeit - en staat vast: ik blijf thuis. Maar wat nu? Ga ik gewoon zitten studeren en vogel ik later uit wat ik allemaal gemist heb? Ik krijg het er even Spaans benauwd van. 

Het komt allemaal terecht. Dankzij een slimme medestudent met eindeloos geduld en voorzien van mooi digitaal materieel kan ik onbevroren de lesdag bijwonen. We skypen! Dat is modern telefoneren via de computer, vandaag zelfs met camera-ondersteuning. Lekker warm in mijn eigen werkkamer weet ik me verbonden met mijn klas. Zodra ik in beeld kom roept iemand: "We missen je, Nely!" Nou, dat hoeft niet meer, want ik ben er bij. Mijn reddende engel plaatst de camera zo dat ik met regelmaat mijn medestudenten kan zien en dat ik in het bijzonder de docent voor het bord kan volgen. Als er gestemd moet worden steek ik gewoon mijn vinger op en ja hoor, ik word gezien! Zelfs mijn stem telt.
Tijdens het interactieve deel van de ochtend word ik me meer en meer bewust hoe vaak ik iets te zeggen heb. Zinvol of niet, het meedenken komt bij mij uit mijn mond. Maar niet vandaag. Staat het geluid zo zacht? Horen ze me niet? Of vindt mijn klas het eigenlijk wel lekker rustig? Op een strategisch stil moment kan ik me niet meer inhouden en ik roep naar mijn laptop: mag ik ook wat zeggen? Nee, zegt de docent en gaat onverstoorbaar verder met zijn verhaal. Mijn klas lacht en ik lig dubbel. Zo zot is het. Nog even en ze zetten de camera uit, ik hou me gedeisd. En tot mijn opluchting hoor ik even later iemand precies datgene zeggen wat mij zojuist zo hoog zat. Dat leer ik dus ook mooi even vandaag, dat als ik mijn mond eens houd iemand anders zijn  - of zelfs mijn - zegje kan doen.

Mijn studiegenoten zwaaien en lachen naar het scherm voordat ze naar de lunch vertrekken. Jammer, die loop ik nu mis. Het hoorcollege begint om twee uur. Kan ik beneden even een boterham wegwerken. 
Veel sneller dan ik verwacht hoor ik de bel van de Skype alweer. Ik ben weer online! Op de voorste tafel in de zaal, met fraai zicht op de spreekster en op het scherm. Dit gaat goed komen! Mijn engel laat zijn iPad even de zaal rondkijken, ja, ze zijn er allemaal. Alleen ik niet, en toch wel. Het hoofd van de opleiding komt een kijkje bij het scherm nemen. Ik hoor mijn voice-over uitleggen dat Nely vanwege het weer is thuisgebleven en toch alles mee-leert. Ik zie een gezicht tot vlakbij het scherm buigen en zwaai. Verrast trekt het hoofd zich weg en lacht: He, daar zit ze! Ik zwaai nog maar eens. 
De twee uur die volgen moet ik alles op alles zetten om alert te blijven. Dit is echt niet te vergelijken met een middagje college. Hoe houd ik mijn gedachten erbij, hoe snel zoek ik (alleen maar!!) relevante informatie op, hoe blijf ik op mijn stoel zitten, o ja - even gauw beneden koffie halen en o help, daar gaan we alweer. Wanneer de spreekster aankondigt dat we ter verduidelijking naar een filmpje gaan kijken ruik ik al lont: dit ga ik niet meemaken. Ik zie de spreekster. Ze kijkt opzij naar het scherm. Dat zie ik niet. Ik hoor wel het geluid, een Engelstalige uitleg over een psychologisch experiment. Ik google als een razende maar kan het juiste filmpje niet tijdig ontdekken. Het moet heel grappig zijn want de zaal ligt in een deuk. Van mijn studiegenoot krijg ik na afloop keurig de gegevens waardoor ik mijn kennisleemte in dezen nog kan aanvullen. Eens zien of ik het dan ook zo leuk vind.

Het afscheid is roerend. De groep gaat aan de decemberborrel en vertrekt lachend en zwaaiend uit mijn beeld.  Buiten is het gestopt met sneeuwen. De strooiwagen rijdt voor de zoveelste keer langs. En ik zit hier lekker warm achter mijn bureau. Ik heb niets hoeven missen, in één moeite zelfs een geluidsopname in mijn computer opgeslagen. Een prachtig resultaat, tevens begin van de volgende opdracht. 
Wat ben ik dankbaar voor de genereuze ondersteuning door mijn medestudent(en). Dit had ik vanochtend niet durven denken!!

Skypen blijkt de fantastische oplossing voor deze afstandscommunicatie. Het persoonlijke contact met mijn studiegenoten wint het echter op alle fronten. Ik zie nu al uit naar de volgende lesdag in januari. Weer of geen weer, ik ben er bij!

vrijdag 30 november 2012

Zo trots op B4Va!



Het is woensdagmiddag op het Zorgplein. De leerlingen van B4Va organiseren het jaarlijkse Sinterklaasfeest voor de (klein-)kinderen van het BKW-personeel. Inclusief de voorbereidingen vormt dit het praktijkdeel van het schoolexamen Zorg & Welzijn. Met échte kinderen kun je écht laten zien hoe goed je bent. 

Op initiatief van onze vertrouwde “HuisPieten” Jolijn en Jorien is de opzet van het feest dit jaar veranderd. De Pieten achten de fysieke aanwezigheid van Sint niet langer noodzakelijk, zelfs ongewenst, gezien de onevenredige spanning en het kleuterverdriet van vorig jaar. Dus krijgt Sint een snippermiddag en nemen zijn Pieten met hun B4Va-crew de honneurs waar. En hoe! De leerlingen hebben vorige week in groepjes alle aanmeldingen geïnventariseerd en zijn vervolgens met het benodigde geld op pad gegaan. Ze hebben voor alle kinderen bij hun leeftijd passende presentjes gekocht en die netjes op naam ingepakt.
“Mag ik volgende week ook Zwarte Piet zijn, mevrouw?” Zeker acht paar puberogen keken me bedelend aan. Wie kan daar nee tegen zeggen? Ik niet. Al bleek Jorien achteraf niet zo blij met zoveel extra zwarte hulpjes, ik kon er de grap wel van zien en stemde toe: Je zorgt zelf voor een pak en voor iemand die komt schminken. Een van de meiden bevorderde ik tot Hoofdpiet; zij inventariseerde een lijst met namen, zeven extra Pieten leverde het me op. Een hulpvaardige moeder wilde ons helpen en een handige leerling bestelde via internet wat extra schmink. Mooi geregeld, zou je zeggen. Twee meiden van de parallelklas wisten zich behendig tussen de pietenploeg te wurmen: tegen mijn collega verklaarden ze dat ik hen gevraagd had om mij te komen helpen – aan mij vertelden ze dat ze zulke professionele pietenpakken hadden dat ik geen nee meer durfde te zeggen. Dachten ze. Gelukkig spreken wij collega’s elkaar ook nog dus de list werd tijdig ontmaskerd: de meiden krijgen gewoon kookles in plaats van pietenpret. Alles op zijn tijd!

En nu is het dan woensdag. De schminkmoeder heeft een sollicitatiegesprek en kan niet komen. Dat begint al goed. Heleen, de onderwijsassistent, blijkt niet ingeroosterd. Lieve help, ook dat nog. In de pauze drink ik mijn bakje koffie in de personeelskamer. Daar komt een van de jongens op me af: “Mevrouw, we hebben een probleem. We zijn allemaal ons Pietenpak vergeten!” Oei, dat is me nou ook wat! 

Ik houd mijn gezicht keurig in de plooi en vraag hem wat hij nu gaat doen. “Kan ik even thuis mijn pak gaan halen?” stelt hij me vol overtuiging voor. Nee, natuurlijk kan dat niet. Kom ik even mooi weg. Geen gedoe met schminken. Geen extra onrust in de tent. Grinnikend drink ik mijn koffie op. Daar gaan we! Heleen is gelukkig toch van de partij. Een heerlijk paar extra ogen erbij en een hele zorg minder. 

Van 10.45 tot 14.35 uur duurt de les en van 13.00 – 14.15 uur het feest. Strakke planning is het devies. Daadkrachtig bouwen de leerlingen het Zorgplein om tot een waar “Zwartepietenhuis” met bijpassende activiteiten in de verschillende werkvelden. De uitvoering daarvan is door de leerlingen zelf bedacht. Ervaringsgericht Leren ten voeten uit. Ideaal voor onze Doeners
In het werkveld ziekenhuis wordt Sint-poppenkast gespeeld, in de thuiszorg kunnen kinderen hun Pietendiploma behalen, in de kapsalon staat een Sint-knutseltafel klaar en in het kinderdagverblijf doen de kinderen pionnen-dans op Sinterklaasliedjes. 
Voelden onze leerlingen zich tijdens het oefenen nog voor joker staan, zodra de kinderen er zijn is dat over. Nu is het helemaal echt. Een genot om naar te kijken voor docent en (groot-)ouders, zoals onze – soms bewerkelijke – pubers zichtbaar genieten van het vermaken en begeleiden van de kinderen.

Twee leerlingen vormen het ontvangstcomité en wachten onze gastjes in de hal op. Zo nodig begeleiden ze hen naar het Zorgplein. Daar krijgen de kinderen een naamsticker en worden ze naar een zitplaats begeleid. In het begin gedragen de leerlingen nog wat onwennig maar gaandeweg krijgen ze steeds meer schik in hun rol en taak. Meer dan een vingerknip of een gebaar als ondersteuning hoef ik niet te maken, samen met de onderwijsassistent zijn we stand-by voor vragen of problemen. Maar het echte werk, dat doen vanmiddag onze leerlingen!
De Zwarte Pieten komen op het afgesproken tijdstip het Zorgplein oprennen en zetten de boel gezellig op stelten. Samen met kinderen en zelfs enkele leerlingen dansen ze na het welkomstwoord de “Zwarte Pieten Style” , het malle dansje dat momenteel zo razend populair is. Iedere kleuter kent het, en de Pieten natuurlijk ook. Dat Jolijn zich de volgende dag afvraagt hoe ze toch aan die vreselijke spierpijn komt: ik weet het wel als ik het filmpje terugkijk. Net goed. Als je zo gek doet moet  je dat de volgende dag nog voelen.

Dat de computerspeaker de “pionnendans” van de kindjes niet kan overstemmen mag te pret niet drukken: één van de jongens zingt met zijn baard-in-de-keel-stem de liedjes luid genoeg mee en als zijn maatje op het stopknopje drukt houdt hij abrupt op met zingen: het signaal om de pion van de vloer te pakken (zoals bij stoelendans, wie is er net te laat?) 
In de poppenkast is het krap voor de meiden, ze hebben zichzelf niet meegeteld bij de opstelling, maar ze laten zich niet kennen. Hun voorstelling doen ze vier keer en natuurlijk is de laatste de beste. Reken maar dat ze vanmiddag iets geleerd hebben. En ik ben trots op ze, want dat poppenkast spelen waren ze van tevoren echt niet van plan. En ze doen het wel, en goed ook!!
Een van de jongens zei vorige week: “laat mij maar Sint zijn, want ik ben turk”. Maar ja, geen Sint dit jaar dus hij doet iets anders. Behalve de begeleiding van de Pietengym moet hij de tijd tussen de rondes bewaken, een gewichtige taak. Hij krijgt van mij een oranje plastic fluitje. “Mag ik mijn mobiel voor de tijd gebruiken?”, vraagt hij met een grijns. Mobielen zijn ten strengste verboden op het Zorgplein maar als je nu zo’n belangrijke taak te verrichten hebt? Dan moet je goed uitgerust zijn, dus vooruit maar. Dat de spelrondes niet allemaal even lang duren valt niemand op, dat mobiel zie ik alleen in gebruik voor het afgesproken doel. En dat oogt heel professioneel.

Kleine kindjes die op de tafel klimmen, en bal in een korf mikken en dan op de bank mogen springen, je houdt het niet droog met die slungelpubers ernaast. In de knutselhoek is het heerlijk rustig. Er wordt flink geknutseld; de jufjes vinden het zelf net zo leuk als de kinderen. Vooraf hebben ze ijverig allerlei Sinterklaasfiguurtjes uit zitten knippen om nu op mutsjes te kunnen plakken. Mijn leerlingen verzorgen schijnbaar geroutineerd de volledige uitvoering, zoals de ontvangst en het welkomstwoord, ik glim van trots. Ze delen de versnaperingen rond, voorzien (groot)ouders van koffie of thee, begeleiden de activiteiten en het rouleren van de groepjes. Na het uitpakken van de cadeautjes zie ik een van de knullen als vanzelfsprekend al het inpakpapier van de grond rapen. Hij verzorgt ook het afscheidswoord en wat ben ik trots. Op hem, op allemaal, dit stelletje ongeregeld dat me drie weken terug nog alle hoeken van het Zorgplein probeerde te laten zien. Wij klaren hier met elkaar een geweldige klus!
                                  
De kinderen verlaten nu geleidelijk aan het Zorgplein. Gezamenlijk ruimen we de rommel op. 
Alle meubelen gaan weer op hun plek, de gebruikte gymspullen retour gymzaal. Ongelooflijk: als twintig minuten later de bel gaat ziet het Zorgplein er weer onberispelijk uit. En dat is maar goed ook want er komt een nieuwe klas aan. Maar voor het zo ver is gaan we nog even zitten, want de Zwarte Pieten willen hun team nog toespreken. Ze evalueren samen het feest en geven professioneel feedback op de verschillende activiteiten. Natuurlijk ontvangen de leerlingen van hen het compliment dat ze vanmiddag dik verdiend hebben. 
Heel attent geven de leerlingen op eigen initiatief ook feedback aan de Zwarte Pieten : "Jullie doen het zo losjes, jullie zijn echt heel goed op elkaar ingespeeld!" En daar zijn onze Pieten enorm mee in hun sas. Want één keer per jaar samen je act opvoeren en dan goed op elkaar ingespeeld lijken: dan heb je het goed aangepakt. (Waarvoor dank, meiden!) Innig tevreden bekijken Heleen en ik de groep: werkelijk iedereen hier heeft zich van zijn beste kant laten zien. Er is vanmiddag geen onvertogen woord gevallen. Wat zijn we trots.

B4Va heeft alle zeilen bijgezet om het Sinterklaasfeest tot een spetterend succes te maken.
Dat dit uitstekend gelukt is was duidelijk te zien aan de stralende gezichtjes van de kinderen. 
En aan die van onze leerlingen! Wat een stel kanjers. 




maandag 26 november 2012

Bij de tijd, uit de tijd, op tijd


Tot voor kort was een horloge iets dat oudere mensen om hun pols droegen. Bij jongeren kwam je zoiets niet tegen, die gebruikten hun mobiel om te weten hoe laat het was. Maar tijden veranderen! Ineens zijn ze er weer. Horloges zijn hip. Hoe groter en opvallender de klok hoe jonger de drager, heb ik ontdekt. Zonder horloge ben je tegenwoordig uit de tijd.

In de aanloop naar dit blogje verricht ik online enige research. Ik ontdek iets dat ik absoluut nog niet wist, namelijk dat ik voor mijn horloge een horlogebox of een watchwinder kan aanschaffen. Van een horlogebox kan ik me nog wel een voorstelling maken maar wat is in vredesnaam een watchwinder?? Dit is, zo lees ik, een uiterst handige accessoire voor een automatisch horloge. Een watchwinder windt uw horloge op, voorkomt slijtage, zorgt voor een optimale olievoorziening in het horloge en is uiteraard een perfect opbergsysteem voor uw horloge(s)”

Ik ben nieuwsgierig geworden en zoek nu verder. Wat is er nog meer dat ik niet weet van horloges? Best veel. Alleen het aantal soorten al. Onder elkaar zie ik ze - in knalkleuren of van prijzig metaal, overzichtelijk geëtaleerd op alfabetische volgorde - voorbijkomen in de digitale horlogewinkel: Analoge, automatische, chronograaf-, designer, digitale, duurzame, duik- ,F1- , klassieke, kunststof, sport- , titanium, trendy en XXL horloges: vandaag besteld, morgen in huis voor een bedrag dat ik hooguit voor een nieuwe auto uittrek. Van een chronograaf horloge heb ik nog nooit gehoord. En wat maakt eigenlijk een horloge duurzaam? Werkt dat misschien op zonne-energie, zit er een (op)windmolentje op? 

Ik acht het niet nodig me hier verder in te verdiepen. Jarenlang behielp ik me zonder horloge, ik wist precies waar op mijn pad de klokken hingen en op een kwartier nauwkeurig hoe laat het was – ik was allergisch voor metaal en dus ook (dit was voordat het titanium gebruikt werd) voor horloges. Ik heb één horloge, met een stoere platte titanium kast. Ik kreeg het cadeau bij ons afscheid uit Nieuwendijk wegens bewezen diensten bij het Regenboogkinderkoor. Ik draag mijn horloge al die jaren trouw en met een warm gevoel van herinnering. Er hoort een batterijpasje bij “voor het leven”, als ik te veel achter ga lopen kan er gratis een vers accuutje in.  

In de zomervakantie laat ik mijn horloge links liggen. Ik neem het wel mee maar verder dan het plankje in de caravan komt het niet. We nemen de tijd om tot rust te komen, hoe vroeg of laat we leven is van ondergeschikt belang. Na de eerste week heb ik een aardig bruin polsje en dat alleen al bezorgt me een vakantiegevoel. Zodra we thuis zijn gaat mijn klokje weer om en ben ik weer bij de tijd.

Dit jaar verschilt van andere jaren: het is november en ik heb mijn horloge nog steeds niet om. De aanhoudende strijd met mijn beschikbare tijd en de studie heeft me tegendraads doen worden. De maat is vol, wat mij betreft. Zo lang ik mijn lege pols kan zien voel ik me vrij. Mijn horloge zit weggestopt in een zijvakje van mijn handtas. Ik weet heus wel hoe laat het is. En ik heb al helemaal geen behoefte aan een “horlogebox met stoffen inleg waardoor het horloge op een veilige manier kan worden opgeborgen”  Wat een flauwekul, zeg.

Twee weken geleden nam ik mezelf anders mooi te grazen. Ik stond bij de bakker in de rij en was enigszins gehaast: Elske en de jongetjes zouden op bezoek komen en ik wilde op tijd thuis zijn. In de winkel ontwaarde ik geen klok. Zonder nadenken deed ik een greep in mijn tas en blikte vluchtig op mijn eenzame uurwerk. Ik kreeg de schrik van mijn leven: het was al een uur later dan ik dacht! Snel rekende ik af, streepte een aantal minder dringende boodschappen van mijn lijstje en sjeesde naar huis. Om daar op de keukenklok drie kwartier eerder binnen te zijn dan gedacht. In mijn tas heerst nog de zomertijd.

Mijn persoonlijke leerpunt voor dit jaar is dat ik niet (meer) ga proberen op twee plaatsen tegelijk te zijn – want ik denk diep in mijn hart altijd dat ik dat wel kan, of tenminste een beetje.... Ergo: ik laat me niet meer terroriseren door de tijd. Hier en daar een beetje speling in mijn agenda en genieten van de mooie momenten, daar kom ik al een heel eind mee. Deadlines duren tenslotte maar even.

Maar wat het vrije gevoel betreft: ik geef het op. Een bruin polsje heb ik niet meer en vakantie is het nog lang niet. Dat horloge gaat weer om mijn arm. Flink zijn en doorgaan, de tijd tikt door naar september 2013. Wie dan leeft, wie dan zorgt – ofwel mijn tijden zijn in Gods hand. Hoe zal dat dan zijn? Wat zoek ik, wat wens ik me? Het droombeeld van een eeuwigheid aan vrije tijd? Of mijn agenda gewoon een onsje minder vol? Plan ik mijn afspraken minder krap, hou ik tijd over voor een boek of een mooie film? Maak ik dan de wandelingen waar ik me nu de tijd niet voor gun, langs de rivier waar we tegenwoordig vlakbij wonen? Weet ik duurzame contacten met familie en vrienden te onderhouden en krijg ik de tijd om mijn kleinkinderen op te zien groeien?

Ik ga slapen. Over vijf minuten ben ik een jaar ouder. Wie doet me dat in dezelfde tijd na? Dan zijn we tegelijk jarig!