vrijdag 2 november 2012

Sept. 2011 - Logeren


Moet u niet werken, Oma?, vraagt Koen met een ondeugende grijns. Wat bedoelt hij?, sein ik naar zijn moeder. Koen wil graag logeren. Hij kan altijd. Oma niet, oma moet werken. Het is weer even wennen na de zomervakantie. Thuis overleg ik met Jorien. Komt het ons dit weekend uit? Zeker wel, laat ze allebei maar komen. Dat is ons de vorige keer goed bevallen. Zaten de jongetjes samen ‘s morgens om half zeven aan de lego en kon ik in alle rust mijn koffie drinken. De boodschap is goed ontvangen, vanmiddag was het zover. In de middagzon (hoe voelde dat ook alweer??) fiets ik de familie tegemoet. In de verte zie ik het zwaaiende handje van Aart voorop de fiets van zijn moeder. Ik keer om en we rijden samen huiswaarts. Gezellig!

Zo warm hebben we het deze zomer nog niet vaak meegemaakt met de jongetjes in de tuin. Ik haal de bejaarde indianentent die we nog altijd huisvesten tevoorschijn en we eten een ijsje. Zal ik het badje pakken, vraag ik zachtjes aan Elske. De zwembroeken zitten in de tas, fluistert ze terug. Jorien werpt zich op om het badje op te blazen. Veel groter dan een emmer is het niet en dat is ook niet nodig. Water is water en nat is nat, de jongetjes vinden het allemaal even prachtig. De druiven aan de pergola doen het ook goed. De blauwe zijn al lekker op smaak en een meter boven de grond hangen er al snel niet veel meer. Die zijn in de mondjes van Koen en Aart verdwenen. Dit is echt genieten, zo’n zomermiddag, die blote lijfjes en dat geklessebes om je heen. Het blijft opletten. In een onbewaakt ogenblik kiepen de broertjes minstens een halve kilo kippenvoer in het hok. Hoe ze dat zo snel voor elkaar krijgen is me een raadsel, mij zou het niet lukken. De kippen hebben de eerstkomende dagen niets te klagen over de catering.

Elske gaat naar huis, ik hang nog een wasje aan de lijn en zet me naast Jorien op de bank. Genietend bekijken we de spelende mannetjes. Ikke poepie edaan! roept Aartje. Succes!, wenst Jorien me grijnzend en ik haast me voor een broekinspectie. Bah, wat is dat?? roept Koen met een vies gezicht en in een oogopslag heb ik de situatie helder: hij is met zijn blote voetjes in de poep gaan staan die uit het zwembroekje van zijn broer is komen glijden. Met klem gebied ik de jongetjes allebei stil te blijven staan en Jorien en ik plannen onze strategie: zij neemt Koen in de houdgreep en ik pak Aartje beet. Op naar het grote bad, onze reguliere logeerattraktie.

Heerlijk hoe je in een bad alles weg kunt spoelen wat je kwijt wilt. Zodra de broertjes poepvrij zijn gaat het bad vol en spelen ze verder waar ze in de tuin gebleven waren.
Oma gaat eten koken en Jorien regelt het badritueel.
We zijn een prima team.


sept. 2012 - Pubermeisje in de trein


Mijn studiedag in Amsterdam zit er op. Gauw naar huis!!
Op station Sloterdijk word ik geadopteerd door een pubermeisje. De trein heeft vertraging en ze moet naar Ouddorp. "Ik kom wel naast u zitten want al die enge figuren hier daar heb ik het niet op." Daar sta ik. Ik ben dus niet eng. Mooi is dat. Ben ik eindelijk oma, heb ik eens een dag geen leerlingen, zit ik straks met een bellend hip ding met een joekel van een koptelefoon om haar nek naast me in de trein.
Ze belt haar vriendin. "Wat een drama, schat, de trein rijdt niet! Nu haal ik de metro niet, zoek jij even op hoe laat ik dan weer kan? Ik zit zo naast een normale mevrouw, schat, ze staat hier naast me." En ze lacht breeduit naar me met haar stralende blik vol mascara. Ik bedwing mijn impuls om ook iemand te bellen en net zo over mijn pleegreisgenoot uit te wijden. Ik sms Jorien, die kan hier vast wel om lachen. Ja hoor, daar is haar reactie al. Of ik mijn lichtjesbril al aan haar heb gedemonstreerd? Hey, dat is een goed idee. Moet ik haar soms ook nog voorlezen? 
Mijn protegee commandeert er op los, vriendin staat onder de douche (Huh?? Nu?? Te bellen??) maar moet daar snel uit om de benodigde informatie aan te leveren. Ze lacht voortdurend naar me en als ik fluister "als-je-blieft!!!" verbouwt ze grijnzend de bevelen tot verzoeken. Ik heb lol. Dit is best grappig. "Hopelijk hebben we zo een goede plek in een trein!", zegt ze stellig. "Eehmm, ik zit eigenlijk altijd graag in de stiltecoupé", mompel ik. "Ik ook!!", roept ze stralend verrast, "ik hou niet van herrie!" 
En zo zitten we even later samen in de trein. En we hebben Wi-Fi! Naast me zit mijn puber lief met haar tablet te spelen. Ik trek mijn iPad uit mijn tas en zet mijn avontuur op Facebook. Hilarisch. Ik ben niet eng. Normaal zelfs. Zonder Facebook heb ik een vriendin gemaakt. En ik weet niet eens hoe ze heet. 
Ik ga de act met mijn lichtjesbril doen. Eens zien wat ze daar op te zeggen heeft. Even later weet ik natuurlijk hoe ze heet. En ik weet nog veel meer, ik had haar bijna mee naar huis genomen. Een duim in het gips vanwege de botontkalking, ja dat heb je met één nier, als je per dag 56 (!) pillen slikt. Binnenkort aan de dialyse. 
En dan hoop je verpleegkundige te worden terwijl je op een ZMOK-school zit. Ik heb vorige week in Schotland meegekregen dat kinderen aan hun toekomst moeten werken en niet naar hun noodlot moeten kijken. Met dichtgeknepen keel zwaai ik haar in Rotterdam uit, en dan moet ze nog met metro - bus - bus. Ik heb chocola gegeten die voor de gastvrouw bestemd was ("dat weten ze toch niet") en mijn lichtjesbril? Die zette me definitief op mijn plek want.... die had haar oma ook maar dan in het rood.
Dit meisje vergeet ik nooit meer. Wat een kanjer.

mei 2009 - Twee aardige buschauffeurs



 Het overkomt mij niet vaak: twee aardige buschauffeurs op één dag. Dat komt omdat ik meestal per fiets of per auto reis, maar gisteren was het zover. 
Niet dat ik er iets aan had……

Het was kwart voor acht en ik had een lange dag voor de boeg. Eerst naar school, ik had om half negen mijn eerste afspraak gepland, om twaalf uur kon ik heerlijk met collega Conny meerijden naar Amsterdam voor onze opleiding tot coach in het onderwijs (een hele mond vol). Tussen tien en half elf ’s avonds zou ik door mijn lieve collega weer thuis afgezet gaan worden. 

Goed, daar stond ik. Te wachten op de bus. Ik zocht alvast mijn strippenkaart op en telde: ik kwam er één tekort. Dat werd bijbetalen, of hoe los je dat eigenlijk op?
De bus was keurig op tijd. Ik wees op mijn strippentekort maar de chauffeuse zat daar niet zo mee. “Daar doen we vandaag niet moeilijk over, u heeft het al eerlijk gezegd, gaat u maar zitten.” Nou, dat was een fijne start van mijn reis!
Na een paar minuten stapte Ilona in en we begonnen een gezellige kletspraat. De tijd vloog om en voor ik het wist kwam mijn overstaphalte in zicht. “Ik moet er hier uit”, zei ik en zocht de achterdeur op. Eenmaal buiten keek ik om me heen waar ik de overstapbus kon verwachten en wat denk je: ik zag uit de voordeur van de bus een viertal mensen stappen die in een sukkeldrafje naar bus 16 hobbelden en er instapten.
Waarna de bus wegreed. Zonder mij. 

Wat nu. Een uur de tijd voordat de volgende bus kwam. En mijn afspraak dan!!!
Geen paniek, hield ik mezelf voor. Ik belde school dat ik later kwam en ik belde Arie of hij me wilde vervoeren. De schat, hij kwam meteen, zei hij, hoewel hij aan het werk was en het erg druk had.
Met mijn lift in het vooruitzicht leunde ik in het zonnetje tegen een lantaarnpaal en keek wat om me heen, en wat zag ik??? Ik knipperde met mijn ogen: daar kwam een bus 16 aanrijden. Met een boogje draaide hij keurig achter me om. Er stapte iemand uit en de bus schoof traag verder. 
Ik wist de aandacht van de chauffeur te trekken en hij schoof zijn raampje open zodat ik tegen hem kon praten. 
“U gaat zeker niet naar Dordrecht via de Burg. Keijzerweg?”, vroeg ik. Hij schudde spijtig zijn hoofd. “Nee, ik breng materialen naar Dordrecht maar ik kom niet langs de Burg. Keijzerweg.“
Ik hield me groot. “Nou ja, jammer dan. Het was ook al te mooi om waar te zijn, ik heb net bus 16 voor mijn neus weg zien rijden.”
De chauffeur was echt heel aardig. Hij zei: “Ach, stap maar in, ik kan wel langs de Burg. Keijzerweg rijden, dan stop ik daar wel.” Dat liet ik me geen twee keer zeggen en ik stapte in de lege bus. Ik graaide mijn telefoon uit mijn zak en belde naar huis om Arie te waarschuwen dat hij me niet hoefde te komen redden, omdat ik al werd gered. 

Geen gehoor.
Ook dat nog, hij was al weg. Ik bewoog me behoedzaam in het blikveld van de chauffeur en mompelde: “Neem me niet kwalijk, maar zet u mij er maar weer uit, ik word op gehaald door mijn man en die is al onderweg.” Zo stond ik een kleine kilometer verder bij de volgende bushalte. De chauffeur en ik zwaaiden hartelijk naar elkaar toen hij wegreed en ik wachtte op Arie, die een minuut of tien later voor mijn neus stopte. 

“Ik dacht dat je heel ergens anders zou staan wachten.”, zei hij verbaasd.  “Ik durf het je bijna niet te zeggen…….. maar ik heb intussen zelfs alweer in een bus gezeten….” gooide ik er uit.
We reden, het was druk op de weg naar Papendrecht. Nadat we allebei een poosje hadden gezwegen om alles te verwerken restte ons nog een kwartiertje de tijd om gezellig wat bij te praten.  Tien minuten te laat voor mijn afspraak stapte ik voor mijn school uit. “Werk plezierig en tot vanavond!”

Twee aardige buschauffeurs op één dag, dat is al bijzonder. Maar het aller-bijzonderst is toch mijn privéchauffeur!!

donderdag 1 november 2012

Uit de vakantiepost 1 - Zomer 2012


Leve de vakantie

De verhuizing is ons niet in onze kouwe kleren gaan zitten. Het inpakken van de Kip kostte ons nog nooit zoveel hoofdbrekens als dit jaar.
Zit alles wel in de caravan? En wat er nog niet in zit, waar is dat?
We zoeken een uur naar de loopschoenen. Net op het moment dat de gedachte ons daagt dat ze er zelfstandig vandoor gegaan zijn valt ons oog op een kast die nog niet door ons geopend is. Geen wonder want er staat heel wat voor. Maar geen moeite is inmiddels teveel om die schoenen boven water te krijgen dus hup, aan de kant met die zooi! En ja hoor, daar staan ze, netjes tussen de voetbalschoenen en de schaatsen. Probleem opgelost.

Nadat alle noodzakelijke klussen in huis geklaard zijn en de caravan volgeladen is -de fietsen incluis- bel ik bij onze nieuwe buren aan om ons af te melden. Ik overhandig hen volgens afspraak een briefje met wat telefoonnummers en een mailadres – voor het geval dat….
Het zijn reuze aardige mensen en we maken even een praatje. Maar nee, ze willen ons niet ophouden, wensen ons een fijne vakantie en ja, ze houden een oogje in het zeil, dat deden ze voor onze voorgangers ook, we hoeven ons geen zorgen te maken. Met een gerust hart laten we Jorien achter in ons nieuwe huis.
Onze buren blijven echter staan waar ze stonden, ze verzetten geen stap. Ik begrijp er niets van, totdat buurvrouw glimlachend vraagt of we het niet erg vinden dat ze blijft kijken om ons uit te zwaaien?

Nee, hoe kun je zo’n hartelijk gebaar nou erg vinden?
Arie stapt stoer achter het stuur en rijdt vlotjes achteruit de oprit op. Onder het toeziend oog van Jorien en de buren koppelt hij fluks de Kip aan de Scenic en daar rijden we, uitgezwaaid door onze buurtjes: onze eerste nieuwe vakantie-ervaring zijn we voor ons huis al rijker.

De reis naar Sint Laureins verloopt vlot. Wel hebben we in de haast nergens opgeschreven wat het adres van de beoogde camping is en dat is niet zo handig. Onze helpdesk Jorien brengt uitkomst per sms. “De Molenweg zoeken en dan de Sint Margrietepolderweg aanhouden”. Hmmm, als dat maar gaat lukken. Arie weet nog van Google Maps dat de camping precies op de grens ligt – maar zonder internet hebben we daar nu niet zoveel aan.

Het valt mee, we komen er vlot. Dankzij Jorien! En dankzij Arie natuurlijk met zijn fenomenaal oriëntatievermogen. Ere wie ere toekomt!
Op camping de Soetelaar worden we vriendelijk welkom geheten. De campingbaas komt voor ons van zijn trekker en wil alles van ons weten. Naam, adres, woonplaats. Het “Campingcarnet” dat we hier altijd voor gebruiken is in de verhuizing onzichtbaar geworden, ontdekken we. Met enig peinzen kunnen we er in ons huis nog een vindplaats voor bedenken maar we zullen het deze vakantie zonder moeten doen! Dapper dreunen we ons nieuwe adres op. Zelfs het telefoonnummer rolt er nu uit alsof we het al jaren hebben.

De boer heeft een verrassing voor ons in petto: we mogen zelf een plaats uitkiezen op het zéér ruime veld, er is echter één “maar”: op iedere plek heeft hij een wit gemarkeerde steen aangebracht en de caravan dient met een wiel op die steen te staan. Zo houdt hij zijn grasmatje heel en heeft hij geen gesjoemel met de ruimte. Monter rijden we met de Kip het veld op. Ik stap uit en wijs Arie de weg, kijk, daar ligt onze steen. In één keer staat het wiel er op. Tevreden kijken we elkaar aan: we zijn een goed team he.

Met het oog op de naderende bui die we nu zelfs al kunnen voelen beginnen we snel aan het afkoppelen.
Ik wil de elektriciteitskabel aansluiten en heb als eerste door welke fout we gemaakt hebben, hier heb ik vorig jaar zo om moeten lachen bij onze overburen: we staan achterstevoren, de deur komt in de bosjes uit. Dit hebben we nog nooit meegemaakt.
Hikkend van de lach herstellen we onze misser. Caravan er weer aan, even keren - hopla….!
En daar begint het me toch te gieten, bakken van de hemel! In een sprong zitten we naast elkaar in de auto en kijken elkaar aan, wat nu? Vooruit, jassen aan en gaan!, commandeer ik.

En we gaan! Pootjes uitdraaien, elektriciteit aansluiten en zes minuten later zitten we samen IN de caravan aan een lekker glaasje ijsthee. Want ja, het mag dan regenen, het is ook nog 25 graden!
Raampjes open, boekje erbij, en genieten van de rust van Camping de Soetelaar in Sint Laureins. Onze caravan staat op Nederlands grondgebied en de WC in België. Waar maak je dat mee?
Laat het maar regenen, wij zitten hier prima!

Na het avondeten klaart het op. We kunnen wel een stukje gaan fietsen.
Dat stukje wordt een STUK natuurlijk, zo gaat dat bij ons.
Het is hier prachtig. Bij het kerkje van Sint Kruis worden we aangesproken in sappig Zeeuws. Of we hier op vakantie zijn? Kennelijk straalt het van ons af? Mooi zo!
Ik maak een foto van het kerkje in de avondzon en we fietsen weer verder. De hoofdweg is verboden voor fietsers en het fietspad leidt ons eigenlijk de verkeerde kant op. Daar zouden we geen halszaak van maken, ware het niet dat we de bliksem van de volgende bui al voor ons zien. Dat wordt trappen!
In ijltempo karren we terug naar de camping, met links van ons een prachtige rode zonsondergang en rechts een loodgrijze lucht met flitsen. Wat een tegenstelling en wat kunnen wij hard fietsen.

Voordat het begint te regenen rijden we de camping weer op. We stallen onze rijwielen droog en nemen nog even een kijkje bij de karpervijver.
Dit heeft Arie niet geweten, je kunt hier heerlijk vissen - maar de hengels liggen thuis.
En we weten zelfs waar!