woensdag 24 april 2013

Mijn W is van willennnnn



Dit is Nederland 
Social media 
Koningin 
Koning
of 
Het weer

Ineens 
heeft iedereen een moment die je eenmaal zag komen.... 

Ach ja, wie niet?
Ik droom van afstuderen - maar 
zie nu alleen 
een sluimerende nachtmerrie 
van de ene werkvakantie na de andere 

Ben ik er klaar voor? 
Waarvoor?
Kan ik dat ooit zijn? 
Niks drie vingers in de lucht 
kom op kom op 
of twee in mijn neus
welnee
gewoon bikkelen

Stapje voor stapje
 prioriteit op prioriteit
het ene gat vullen
met het andere

Gezin
Familie
Leerlingen
Kerk
Studie
Collega's
Studievriend(inn)en
O ja, sporten, 
ook dat nog
en 
nooit is het genoeg

Studeren in een caravan, weet je 
hoe heerlijk dat is
in de luwte 
Zeeuws zonnetje erboven
alle feestelijkheden op acceptabele afstand
en 
binnen handbereik

en daar 
dan
punten scoren
Masterlijk







P.S. 
klinkt best aardig
eigenlijk
:-)







dinsdag 16 april 2013

De natuur ontploft en examenstress (of andersom)


De eerste examendag op het Zorgplein. 
Spannend vanaf het moment van ontwaken. De zon schijnt, het belooft een mooie dag te worden. 

In twee dagen tijd is de straat veranderd in een kleurboek. Gele struiken, roze bomen en overal bloeien bloemen. In januari was het nog altijd geen herfst en nu is het april en wordt het pas lente. Beter laat dan nooit. 
Aan de boom van de buurman ontwaarde ik vorige week enkele roze bloemetjes, een winterbloeier zoals ik die ook graag in de tuin wil. In een nacht tijd is dezelfde boom vol rood blad en roze bloemen geschoten, niks winterbloeier, ik ben gefopt door Mother Nature herself. Een pracht van een Prunus is het.

Op de fiets de brug over is een makkie. De wind in de rug, het zonnetje boven het water. Lente, nu! Ik geniet. Wat een goed idee om mijn winterjas thuis te laten. En mijn zomerjack ook. Mijn wollen omslagdoek voldoet prima, ik trap lekker door en verbaas me over het zweet op mijn voorhoofd. Zo warm is het nou toch ook weer niet? Keurig op tijd arriveer ik op school en word ik het examen ingezogen.





Ineens is het half vijf. Sinds half acht heb ik geen besef van binnen of buiten gehad, laat staan van zon of regen. Met man en macht hebben wij docenten Zorg & Welzijn vandaag op het Zorgplein onze leerlingen gefaciliteerd om het Centraal Schriftelijk en Praktisch Examen af te leggen. Een logistiek hoogstandje want we hebben veel kandidaten. 
Ik weet nooit precies wie er tijdens het examen nerveuzer zijn, de leerlingen of wij. We helpen elkaar er doorheen. Soms schiet een leerling acuut in de stress vanwege een lastig onderdeel of gewoon omdat het examen is. De docenten zoeken met elkaar naar de balans tussen eerlijk en streng, aansporen en aanmoedigen, goedkeuren en beoordelen. Het is en blijft een enorm karwei.




Of onze leerlingen allemaal slagen weten we pas op het moment dat zij de uitslag krijgen, alles gaat eerst de landelijke computer in voor het gemiddelde: het blijft spannend tot de laatste minuut. De leerlingen zijn met één dag klaar, wij docenten hebben na vandaag nog vijf examendagen te gaan.





Wanneer ik naar huis fiets miezert het. Ook dat nog. Een irritante windvlaag blaast de regen recht in mijn gezicht. En ik heb geen jas bij me. O ja.
Ik vis mijn hemelsblauwe regenponcho uit de fietstas en mik die onder het rijden om me heen. Drukknopen vast: klaar, mij heb je niet met een buitje. 
Twee bochten verder is het weer droog. Ter plekke verandert de poncho in een kleffe plastic zak waarin ik winddicht zit opgeborgen. Uit dat ding. Onder het rijden wurm ik me er weer uit, mijn tanden helpen me een handje. Ik drapeer de cape over mijn stuur, wikkel 'm deels om mijn linkerhand, bleeh wat plakt dat, zeg. 

Eenmaal over de brug fiets ik lekker voor de wind, en na een kilometer begint het weer te regenen. Ja hoor. Het lijkt wel een Nederlandse fietsvakantie, dan heb je dit weer ook. 
Poncho weer aan? Nou nee, ik trap wel een tandje harder, ik ben nu toch bijna thuis.

Zwetend parkeer ik mijn fiets in de schuur, hang poncho en omslagdoek te drogen. 
Het is alweer droog. 
De zon schijnt. 
Genietend kijk ik naar de voortuin. 
Kleur, geur, vogelgeluiden.

Het is lente en ik ben thuis.


dinsdag 2 april 2013

Herman vergeet ik nooit



Achternichtje Ada gaat deze zomer met World Servants naar Ghana. Ik lees over allerlei acties om aan geld te komen. Gisteren zag ik haar vader - die ook mee gaat, ik neem aan als leiding - verkleed over Facebook draven. Als ouders doe je soms de gekste dingen.....

Zo is Elske ooit met een groep op pad geweest naar Tanzania. Jaap-Willem ook, later. 
Dat geldprobleem herken ik. De meest ludieke en bewerkelijke actie vond ik wel het uitzetten van Herman het vriendschapsbrood. Elske verzocht de gastadressen Herman te verzorgen, te vermenigvuldigen en op de Braderiedatum van de kerk terug te bezorgen. Met een keurig complete stamboom verkocht ze het eindproduct voor 1 euro per stuk. Leuk idee. Of het 100% effectief was laat ik in het midden, iedere euro telt mee en je moet opvallen om er aan te komen.

Er was echter één minpuntje: daags voor de braderie verdween Elske naar een trainingsweekend van Livingstone. Daar was ik mooi klaar mee. 
Onze deurbel blééf gaan, negentig porties Herman werden thuisbezorgd. Ik stalde ze in het onderhuis op de tredes van twee uitgezette keukentrappen - en overal waar nog plek was. Voordat ik naar bed ging moest ik ieder bakje nog even omroeren want anders rees Herman zijn pan uit, en 's morgens idem dito. 
Over ieder bakje kwam een katoenen lapje met een elastiekje: het verkocht best aardig en de rest verdween in de vriezer. Daar hebben we nog maanden van gegeten, en tot mijn verrassing verkocht ik af en toe zelfs nog Herman aan de deur.
Nee, Herman vergeet ik nooit. 

Wie Ada en haar groep wil sponsoren kan hier terecht!

(en hier vind je Herman terug)

zaterdag 30 maart 2013

Op deze Stille Zaterdag


Stille Zaterdag – God is hier!

ik zoek de plaats
waar ik – voorheen –
veel bad
het lijkt zo ver
of ik die plek
- en God ook mij –
vergeten had
nu ben ik moe en vooral bang
om iets te vragen
waarop het antwoord
weer niet komt
te schreeuwen met het leeg repliek
de echo van mijn denken
dwaas open ik mijn hand
voor post: ‘afzender retour’
GOD!
ik zoek die plaats
om eindelijk weer te bidden
maar uw hemel is een muur
en binnen in mijzelf
staan muren van
teleurstelling en onrust
toch blijf ik klagen
aan en om die muur
en hoop op U
omdat U niet laat gaan
wat U begon
U laat het stil zijn
voor een tijd

Otto de Bruijne



donderdag 28 maart 2013

Op weg naar Pasen



Gedenken wij dankbaar de daden des Heren
zijn leven, zijn dood en verrijzenis,
En dat wij oprecht tot Jezus ons bekeren, 
die onze God en leidsman ten leven is



Hoe hadden wij onze bestemming vernomen, 
was Jezus de weg niet ten einde gegaan. 
Wie zouden wij zijn, als Hij niet was gekomen 
om in zijn lichaam onze dood te doorstaan



Hoe zouden wij ooit voor elkaar kunnen leven, 
had Hij ons de liefde niet voorgeleefd, 
die tot de dood zich prijs heeft willen geven, 
die, Zoon van God, ons aller slaaf is geweest.



Gij eerste der mensen, die weerloos en eenzaam 
als graan in de aarde gestorven zijt,
Gij wordt ons brood, maak ons met U gemeenzaam, 
Van harte maak tot wederdienst ons bereid.



Huub Oosterhuis 

donderdag 21 maart 2013

Woonwerkverkeerd

Sinds onze verhuizing fiets ik de verkeerde kant op. Zo voelt het tenminste. 
Ik mis iets. Maar wat? 

Zag ik tien jaar lang de zon opgaan boven de polder als ik naar school fietste en ging hij keurig onder als ik bijna thuis was, op mijn nieuwe route klopt er nog niets van. Blijf ik onder de dijk rijden dan gaat het hele ochtendlichtspektakel aan me voorbij, behalve tot nu toe één keer precies bovenop de brug: de Noord was schitterend en rood en oh wat een geluk, mijn camera zat in mijn fietstas. Stoppen, tas open, klik!



Wat een verschil toch met de vroegere ritjes, toen ik op een mooie ochtend een kwartier eerder vertrok om, de ene foto na de andere, toch op tijd op mijn werk te kunnen zijn. Of 's avonds nog even de polder in fietste om van het licht te genieten. 
Vorige week kwam ik de brug afgereden, makkie natuurlijk, en zag ik de rode hemel van de zonsopgang. Au, zei mijn hart en ik had ineens heimwee met het besef dat ik aan de verkeerde kant van de snelweg reed. Onomkeerbaar.

Vandaag ontdekte ik een goedmakertje. De Waterbus.
Elske maakte me er op attent dat er op drie minuten afstand een aanlegsteiger is waarvandaan de Waterbus naar H.I.Ambacht vaart. Dat liet ik me geen twee keer zeggen, ik sprong precies op tijd op de fiets en drie minuten later wist ik dat de Waterbus in de winter andere tijden hanteert dan in de zomer. En het was winter, zaterdagavond half negen. Dat werd trappen, sneeuw natuurlijk, wind tegen, alles er op en er aan, dank je wel Elske. Blij met een dooie Watermus.
Voor vanochtend heb ik de dienstregeling goed bekeken. Ik vertrok stipt op tijd van huis teneinde me in te kunnen schepen en arriveerde weliswaar ietsje te laat bij de steiger maar de Waterbus gelukkig ook. Zeven minuten duurt het vaartochtje en om klokslag acht uur stapte ik de school binnen, precies op tijd voor mijn afspraak. Dit ga ik vaker doen!
Vanmiddag haalde ik hetzelfde geintje uit in omgekeerde richting, zeven minuten fietsen en daar stond ik met mijn fiets aan het water. 

Ik kan er niets aan doen, ik weet niet hoe het komt, ik aarzel om het toe te laten maar daar, en meer nog op de boot, kriebelt nadrukkelijk en onmiskenbaar een vakantiegevoel in mijn binnenste. Mijn haast valt weg, ik geef me gewillig over aan de dienstregeling - want wat kan ik anders? Ik kijk uit over het water. De wind door mijn haren. Even niets. Heerlijk gewoon. 

Daar komt de waterbus aangevaren, het aanleggen is precisiewerk en voordat ik aan boord ben duurt het zeker nog een minuut of twee. Een vriendelijke groet van de-matroos-of-de-conducteur, het handige OV-pasje dat eerst vier euro afschrijft en zeven minuten later besluit  twee euro vijfenzestig terug te storten, de reis gaat beginnen: ik ben er klaar voor. We varen, ondanks de gerieflijke binnenstoelen blijf ik buiten. Het dek staat vol fietsen, de boot wordt goed gebruikt.

Vrij als een vogel. Even. Wind, water, zon. De motor gromt, de boot schiet door het water.
Koud is het, en zie ik daar een bui? Dat wordt weer sneeuw. 
De zon die plotseling door de wolken zakt verrast me. Nog meer vakantie. En geen camera. 
Ik peuter mijn ipad tevoorschijn, ik weet dat het een stom gezicht is maar ik kan niet anders: dit moet ik vastleggen. Om straks thuis dit moment terug te halen. 


Wat tijd betreft win ik niet eens zo heel veel want van de steiger naar huis is nog een klein kwartier trappen. Het enige dat ik er op vooruit ga is de klim tegen de brug over de Noord. Nee, die extra inspanning, daar gaat het niet om. Het is dit moment op het water dat mijn gemis van de seizoenswisselingen in de polder goedmaakt

Ik heb er nu al zin in: 
ditzelfde tochtje bij twintig graden, 
blote benen, 
zonder jas,
een halfuurtje vakantie. 

Niks mis mee!

zondag 17 maart 2013

Fijn in de trein


Daar zit ik weer. Vrijdagmiddag tussen Amsterdam en Zwijndrecht. Mijn vorige trein miste ik, in deze is het weekend zo te zien al begonnen. De stoel die ik weet te bemachtigen zet me klem tussen de buitenlanders. Aangeschoten vermoed ik, ik zie bier en ruik de zoete walm van energiedrank. Om me heen hoor ik Duits, Engels, Italiaans. Dertigers. Met een hoop lol. De kroeg rond sluitingstijd oogt precies zo. 
Daar gaat m’n planning, ik dacht nog een en ander uit te werken maar dat kan ik wel vergeten. Veel te krap hier, mijn ellebogen blijven noodgedwongen binnenboord. Ik ben geen kleintje maar dat ik bijna niet op de stoel naast mijn Italiaanse buurman paste kwam toch echt door hem. Verbijsterd staarde hij me aan maar ik ging niet weg. Met zichtbare tegenzin haalde hij zijn jas weg bij het raam. Zo kreeg hij meer en ik genoeg ruimte.
Mijn Engelse overburen moeten nog een uur, zeggen ze. Mooi is dat. Ik ook. Doppen in mijn oren en proberen dit alles zo relaxed mogelijk te doorstaan: dan noem ik dat mijn portie ontspanning voor vandaag en kan die van mijn lijstje. Buurman gaat zitten bellen, ik versta geen Italiaans maar wel dat hij in de trein zit. Al bellend verheft hij zich van zijn zitplaats, het gezicht raamwaarts. De trein beweegt heen en weer, ik heb bijna een Italiaan op schoot. Het scheelt een haar, hij weet zich staande te houden. Terwijl hij in zijn foontje blijft praten manoeuvreert hij zich naar het gangpad. Nee, eigenlijk zorgen wij, zijn buren, door het op het juiste moment meebewegen van onze benen dat hij daar komt. Ik vang de blik van mijn overbuurman en – contact! Samen lachen verbroedert voor de eeuwigheid, dat wist ik al en het overkomt me weer.

Ik schuif naar het raam, mijn rode koffertje onder mijn benen want als ik niet oplet rijdt hij weg in de bochten. Geen probleem voor u, vraag ik beleefd aan mijn Engelse buurman? O nee, in het geheel niet, lacht hij. Zijn biertje tussen ons in. En als ik meer aanspraak wil, ze zijn met z’n tienen, hij heeft verderop in de trein vrienden die wel hier willen komen zitten om met me te praten. Jajaja, doe ik bijdehand, ik heb ook vrienden verderop in de trein om met jou te praten, hoor. Hij lacht breeduit: en daarom zit je nu hier zeker? En zijn zeskoppige vriendenschaar brult met hem mee van het lachen. De toon is gezet, het wordt hier gezellig. Intussen voer ik via de chat een gesprek met Esther want ik beleef weer te veel voor mezelf alleen. Ze heeft gelijk: ik maak ook altijd wat mee. Ik tik en tik, babbel met Esther, met buurman en buurvrouw. Dat uur komt wel om zo. Ik geniet, het is even of ik de huiskamer weer vol met vrienden van onze kinderen heb. Vertrouwd omgaan met vreemden, hoe omschrijf je zoiets?

Het wordt rustiger in de trein, maar lang duurt dat niet. De lege plek naast me wordt ingenomen door een heer. Later door een dame. Nog later komt mijn jonge overbuurvrouw naast me zitten want dat praat makkelijker. Ze is Duitse, woont in Berlijn. Haar vrienden zijn Duits, Engels, Indiaas, van alles wat. Ze hebben in Amsterdam afgesproken om samen naar een voetbalwedstrijd te gaan. Ze zijn voetbalfans. Echter in Nederland mag je niet iedere wedstrijd bezoeken. De vrienden hadden gedacht in Alkmaar een wedstrijd te gaan zien maar daar zijn alleen leden welkom. Zo werd het Excelsior in Rotterdam en daarheen voert de reis nu. Van voetbal weet ik hoegenaamd niets maar we hebben genoeg gespreksstof. Tot mijn eigen verbijstering hoor ik me in het Engels uit de doeken doen hoe de troonswisseling op 30 april er aan toe zal gaan, hoe populair ons koningshuis is, waar de paleizen staan. Sommige zaken blijk ik dus pas te weten als ik ze nodig heb, ik weet veel meer dan ik dacht. Ook over het Engelse koningshuis met de gepre-pensioneerde kroonprins. “I hope that Andrew wil do the job, i could never obey a king with sticky-out ears”, verzucht buurman. En ik heb er een woord bij geleerd.
Mijn buren spreken allemaal vloeiend Duits. Ik ook. En Frans ook, vraagt buurman? Jazeker, graag zelfs. En Spaans? Helaas, moet ik bekennen, dat beheers ik niet. En daar gaan we, in het Frans. Buurvrouw grijnst: “Kijk uit, zij is een talenmens, maak geen fouten, hoor” en we lachen weer. Het Engelse Frans klopt grammaticaal als een bus, al bekent buurman dat hij het jaren geleden voor het laatst heeft gesproken.
Dit moment vergeet je van je leven niet meer, dat je Frans hebt gesproken in de trein van Amsterdam naar Rotterdam toen je naar Excelsior ging kijken, grinnik ik. “With a dutch lady”, vult buurman me grijnzend aan. O ja, ik ben hier the lady. Zorgen jullie dan wel dat ik jullie vanavond niet op tv zie rellen rond die wedstrijd?, verzoek ik. Nee, ik hoef niet bang te zijn, ze zullen zich gedragen. Als ik wil mag ik mee! Ik zie het helemaal voor me. Maar nee, bedankt.

Wat is het hier gezellig. “You make my day” vertrouw ik mijn nieuwe vrienden toe, want tot nu toe vond ik deze dag nog niet zo geslaagd. Niet het soort gesprek dat ik verwachtte toen ik hier ging zitten. Ik praat uitgebreid met mijn buurvrouw. Wat weet ze veel! Ze werkte in Israël met autistische kinderen, leidde groepen rond in het joods museum in Berlijn, ik voel me klein naast haar. Bizar dat je zo vertrouwd kunt zijn met mensen van wie je zelfs de naam niet weet. In Rotterdam stappen mijn vrienden op. Ik ben verrast, krijg van allemaal een hand. “You made MY day!”, grijnst mijn vriendin en weg is ze. Van achter het raam zie ik hoe de jongelui zich bij hun vrienden voegen. Ze kijken om, zwaaien, bij de trap nog eens. Ik mis ze nu al.

Op Blaak stap ik uit, even later weer in. De Sprinter is mudvol. De grootste verwarring veroorzaakt een groep meiden met een skippybal. Die bal neemt meer ruimte in dan twee volwassenen en na veel gezoek krijgt hij een plek: klem tussen de bagageplank. Een meisje met een dikke buik, een snor en een hoge hoed valt hier het meeste op. Op haar schouder een speelgoedpanter. Groepsactiviteit in de spits, hoe verzinnen ze het...

Aaaah, de schminkdoos komt tevoorschijn, ze waren nog niet klaar. Ik trek mijn iPad: klik!


En ik ben er.