dinsdag 2 april 2013

Herman vergeet ik nooit



Achternichtje Ada gaat deze zomer met World Servants naar Ghana. Ik lees over allerlei acties om aan geld te komen. Gisteren zag ik haar vader - die ook mee gaat, ik neem aan als leiding - verkleed over Facebook draven. Als ouders doe je soms de gekste dingen.....

Zo is Elske ooit met een groep op pad geweest naar Tanzania. Jaap-Willem ook, later. 
Dat geldprobleem herken ik. De meest ludieke en bewerkelijke actie vond ik wel het uitzetten van Herman het vriendschapsbrood. Elske verzocht de gastadressen Herman te verzorgen, te vermenigvuldigen en op de Braderiedatum van de kerk terug te bezorgen. Met een keurig complete stamboom verkocht ze het eindproduct voor 1 euro per stuk. Leuk idee. Of het 100% effectief was laat ik in het midden, iedere euro telt mee en je moet opvallen om er aan te komen.

Er was echter één minpuntje: daags voor de braderie verdween Elske naar een trainingsweekend van Livingstone. Daar was ik mooi klaar mee. 
Onze deurbel blééf gaan, negentig porties Herman werden thuisbezorgd. Ik stalde ze in het onderhuis op de tredes van twee uitgezette keukentrappen - en overal waar nog plek was. Voordat ik naar bed ging moest ik ieder bakje nog even omroeren want anders rees Herman zijn pan uit, en 's morgens idem dito. 
Over ieder bakje kwam een katoenen lapje met een elastiekje: het verkocht best aardig en de rest verdween in de vriezer. Daar hebben we nog maanden van gegeten, en tot mijn verrassing verkocht ik af en toe zelfs nog Herman aan de deur.
Nee, Herman vergeet ik nooit. 

Wie Ada en haar groep wil sponsoren kan hier terecht!

(en hier vind je Herman terug)

zaterdag 30 maart 2013

Op deze Stille Zaterdag


Stille Zaterdag – God is hier!

ik zoek de plaats
waar ik – voorheen –
veel bad
het lijkt zo ver
of ik die plek
- en God ook mij –
vergeten had
nu ben ik moe en vooral bang
om iets te vragen
waarop het antwoord
weer niet komt
te schreeuwen met het leeg repliek
de echo van mijn denken
dwaas open ik mijn hand
voor post: ‘afzender retour’
GOD!
ik zoek die plaats
om eindelijk weer te bidden
maar uw hemel is een muur
en binnen in mijzelf
staan muren van
teleurstelling en onrust
toch blijf ik klagen
aan en om die muur
en hoop op U
omdat U niet laat gaan
wat U begon
U laat het stil zijn
voor een tijd

Otto de Bruijne



donderdag 28 maart 2013

Op weg naar Pasen



Gedenken wij dankbaar de daden des Heren
zijn leven, zijn dood en verrijzenis,
En dat wij oprecht tot Jezus ons bekeren, 
die onze God en leidsman ten leven is



Hoe hadden wij onze bestemming vernomen, 
was Jezus de weg niet ten einde gegaan. 
Wie zouden wij zijn, als Hij niet was gekomen 
om in zijn lichaam onze dood te doorstaan



Hoe zouden wij ooit voor elkaar kunnen leven, 
had Hij ons de liefde niet voorgeleefd, 
die tot de dood zich prijs heeft willen geven, 
die, Zoon van God, ons aller slaaf is geweest.



Gij eerste der mensen, die weerloos en eenzaam 
als graan in de aarde gestorven zijt,
Gij wordt ons brood, maak ons met U gemeenzaam, 
Van harte maak tot wederdienst ons bereid.



Huub Oosterhuis 

donderdag 21 maart 2013

Woonwerkverkeerd

Sinds onze verhuizing fiets ik de verkeerde kant op. Zo voelt het tenminste. 
Ik mis iets. Maar wat? 

Zag ik tien jaar lang de zon opgaan boven de polder als ik naar school fietste en ging hij keurig onder als ik bijna thuis was, op mijn nieuwe route klopt er nog niets van. Blijf ik onder de dijk rijden dan gaat het hele ochtendlichtspektakel aan me voorbij, behalve tot nu toe één keer precies bovenop de brug: de Noord was schitterend en rood en oh wat een geluk, mijn camera zat in mijn fietstas. Stoppen, tas open, klik!



Wat een verschil toch met de vroegere ritjes, toen ik op een mooie ochtend een kwartier eerder vertrok om, de ene foto na de andere, toch op tijd op mijn werk te kunnen zijn. Of 's avonds nog even de polder in fietste om van het licht te genieten. 
Vorige week kwam ik de brug afgereden, makkie natuurlijk, en zag ik de rode hemel van de zonsopgang. Au, zei mijn hart en ik had ineens heimwee met het besef dat ik aan de verkeerde kant van de snelweg reed. Onomkeerbaar.

Vandaag ontdekte ik een goedmakertje. De Waterbus.
Elske maakte me er op attent dat er op drie minuten afstand een aanlegsteiger is waarvandaan de Waterbus naar H.I.Ambacht vaart. Dat liet ik me geen twee keer zeggen, ik sprong precies op tijd op de fiets en drie minuten later wist ik dat de Waterbus in de winter andere tijden hanteert dan in de zomer. En het was winter, zaterdagavond half negen. Dat werd trappen, sneeuw natuurlijk, wind tegen, alles er op en er aan, dank je wel Elske. Blij met een dooie Watermus.
Voor vanochtend heb ik de dienstregeling goed bekeken. Ik vertrok stipt op tijd van huis teneinde me in te kunnen schepen en arriveerde weliswaar ietsje te laat bij de steiger maar de Waterbus gelukkig ook. Zeven minuten duurt het vaartochtje en om klokslag acht uur stapte ik de school binnen, precies op tijd voor mijn afspraak. Dit ga ik vaker doen!
Vanmiddag haalde ik hetzelfde geintje uit in omgekeerde richting, zeven minuten fietsen en daar stond ik met mijn fiets aan het water. 

Ik kan er niets aan doen, ik weet niet hoe het komt, ik aarzel om het toe te laten maar daar, en meer nog op de boot, kriebelt nadrukkelijk en onmiskenbaar een vakantiegevoel in mijn binnenste. Mijn haast valt weg, ik geef me gewillig over aan de dienstregeling - want wat kan ik anders? Ik kijk uit over het water. De wind door mijn haren. Even niets. Heerlijk gewoon. 

Daar komt de waterbus aangevaren, het aanleggen is precisiewerk en voordat ik aan boord ben duurt het zeker nog een minuut of twee. Een vriendelijke groet van de-matroos-of-de-conducteur, het handige OV-pasje dat eerst vier euro afschrijft en zeven minuten later besluit  twee euro vijfenzestig terug te storten, de reis gaat beginnen: ik ben er klaar voor. We varen, ondanks de gerieflijke binnenstoelen blijf ik buiten. Het dek staat vol fietsen, de boot wordt goed gebruikt.

Vrij als een vogel. Even. Wind, water, zon. De motor gromt, de boot schiet door het water.
Koud is het, en zie ik daar een bui? Dat wordt weer sneeuw. 
De zon die plotseling door de wolken zakt verrast me. Nog meer vakantie. En geen camera. 
Ik peuter mijn ipad tevoorschijn, ik weet dat het een stom gezicht is maar ik kan niet anders: dit moet ik vastleggen. Om straks thuis dit moment terug te halen. 


Wat tijd betreft win ik niet eens zo heel veel want van de steiger naar huis is nog een klein kwartier trappen. Het enige dat ik er op vooruit ga is de klim tegen de brug over de Noord. Nee, die extra inspanning, daar gaat het niet om. Het is dit moment op het water dat mijn gemis van de seizoenswisselingen in de polder goedmaakt

Ik heb er nu al zin in: 
ditzelfde tochtje bij twintig graden, 
blote benen, 
zonder jas,
een halfuurtje vakantie. 

Niks mis mee!

zondag 17 maart 2013

Fijn in de trein


Daar zit ik weer. Vrijdagmiddag tussen Amsterdam en Zwijndrecht. Mijn vorige trein miste ik, in deze is het weekend zo te zien al begonnen. De stoel die ik weet te bemachtigen zet me klem tussen de buitenlanders. Aangeschoten vermoed ik, ik zie bier en ruik de zoete walm van energiedrank. Om me heen hoor ik Duits, Engels, Italiaans. Dertigers. Met een hoop lol. De kroeg rond sluitingstijd oogt precies zo. 
Daar gaat m’n planning, ik dacht nog een en ander uit te werken maar dat kan ik wel vergeten. Veel te krap hier, mijn ellebogen blijven noodgedwongen binnenboord. Ik ben geen kleintje maar dat ik bijna niet op de stoel naast mijn Italiaanse buurman paste kwam toch echt door hem. Verbijsterd staarde hij me aan maar ik ging niet weg. Met zichtbare tegenzin haalde hij zijn jas weg bij het raam. Zo kreeg hij meer en ik genoeg ruimte.
Mijn Engelse overburen moeten nog een uur, zeggen ze. Mooi is dat. Ik ook. Doppen in mijn oren en proberen dit alles zo relaxed mogelijk te doorstaan: dan noem ik dat mijn portie ontspanning voor vandaag en kan die van mijn lijstje. Buurman gaat zitten bellen, ik versta geen Italiaans maar wel dat hij in de trein zit. Al bellend verheft hij zich van zijn zitplaats, het gezicht raamwaarts. De trein beweegt heen en weer, ik heb bijna een Italiaan op schoot. Het scheelt een haar, hij weet zich staande te houden. Terwijl hij in zijn foontje blijft praten manoeuvreert hij zich naar het gangpad. Nee, eigenlijk zorgen wij, zijn buren, door het op het juiste moment meebewegen van onze benen dat hij daar komt. Ik vang de blik van mijn overbuurman en – contact! Samen lachen verbroedert voor de eeuwigheid, dat wist ik al en het overkomt me weer.

Ik schuif naar het raam, mijn rode koffertje onder mijn benen want als ik niet oplet rijdt hij weg in de bochten. Geen probleem voor u, vraag ik beleefd aan mijn Engelse buurman? O nee, in het geheel niet, lacht hij. Zijn biertje tussen ons in. En als ik meer aanspraak wil, ze zijn met z’n tienen, hij heeft verderop in de trein vrienden die wel hier willen komen zitten om met me te praten. Jajaja, doe ik bijdehand, ik heb ook vrienden verderop in de trein om met jou te praten, hoor. Hij lacht breeduit: en daarom zit je nu hier zeker? En zijn zeskoppige vriendenschaar brult met hem mee van het lachen. De toon is gezet, het wordt hier gezellig. Intussen voer ik via de chat een gesprek met Esther want ik beleef weer te veel voor mezelf alleen. Ze heeft gelijk: ik maak ook altijd wat mee. Ik tik en tik, babbel met Esther, met buurman en buurvrouw. Dat uur komt wel om zo. Ik geniet, het is even of ik de huiskamer weer vol met vrienden van onze kinderen heb. Vertrouwd omgaan met vreemden, hoe omschrijf je zoiets?

Het wordt rustiger in de trein, maar lang duurt dat niet. De lege plek naast me wordt ingenomen door een heer. Later door een dame. Nog later komt mijn jonge overbuurvrouw naast me zitten want dat praat makkelijker. Ze is Duitse, woont in Berlijn. Haar vrienden zijn Duits, Engels, Indiaas, van alles wat. Ze hebben in Amsterdam afgesproken om samen naar een voetbalwedstrijd te gaan. Ze zijn voetbalfans. Echter in Nederland mag je niet iedere wedstrijd bezoeken. De vrienden hadden gedacht in Alkmaar een wedstrijd te gaan zien maar daar zijn alleen leden welkom. Zo werd het Excelsior in Rotterdam en daarheen voert de reis nu. Van voetbal weet ik hoegenaamd niets maar we hebben genoeg gespreksstof. Tot mijn eigen verbijstering hoor ik me in het Engels uit de doeken doen hoe de troonswisseling op 30 april er aan toe zal gaan, hoe populair ons koningshuis is, waar de paleizen staan. Sommige zaken blijk ik dus pas te weten als ik ze nodig heb, ik weet veel meer dan ik dacht. Ook over het Engelse koningshuis met de gepre-pensioneerde kroonprins. “I hope that Andrew wil do the job, i could never obey a king with sticky-out ears”, verzucht buurman. En ik heb er een woord bij geleerd.
Mijn buren spreken allemaal vloeiend Duits. Ik ook. En Frans ook, vraagt buurman? Jazeker, graag zelfs. En Spaans? Helaas, moet ik bekennen, dat beheers ik niet. En daar gaan we, in het Frans. Buurvrouw grijnst: “Kijk uit, zij is een talenmens, maak geen fouten, hoor” en we lachen weer. Het Engelse Frans klopt grammaticaal als een bus, al bekent buurman dat hij het jaren geleden voor het laatst heeft gesproken.
Dit moment vergeet je van je leven niet meer, dat je Frans hebt gesproken in de trein van Amsterdam naar Rotterdam toen je naar Excelsior ging kijken, grinnik ik. “With a dutch lady”, vult buurman me grijnzend aan. O ja, ik ben hier the lady. Zorgen jullie dan wel dat ik jullie vanavond niet op tv zie rellen rond die wedstrijd?, verzoek ik. Nee, ik hoef niet bang te zijn, ze zullen zich gedragen. Als ik wil mag ik mee! Ik zie het helemaal voor me. Maar nee, bedankt.

Wat is het hier gezellig. “You make my day” vertrouw ik mijn nieuwe vrienden toe, want tot nu toe vond ik deze dag nog niet zo geslaagd. Niet het soort gesprek dat ik verwachtte toen ik hier ging zitten. Ik praat uitgebreid met mijn buurvrouw. Wat weet ze veel! Ze werkte in Israël met autistische kinderen, leidde groepen rond in het joods museum in Berlijn, ik voel me klein naast haar. Bizar dat je zo vertrouwd kunt zijn met mensen van wie je zelfs de naam niet weet. In Rotterdam stappen mijn vrienden op. Ik ben verrast, krijg van allemaal een hand. “You made MY day!”, grijnst mijn vriendin en weg is ze. Van achter het raam zie ik hoe de jongelui zich bij hun vrienden voegen. Ze kijken om, zwaaien, bij de trap nog eens. Ik mis ze nu al.

Op Blaak stap ik uit, even later weer in. De Sprinter is mudvol. De grootste verwarring veroorzaakt een groep meiden met een skippybal. Die bal neemt meer ruimte in dan twee volwassenen en na veel gezoek krijgt hij een plek: klem tussen de bagageplank. Een meisje met een dikke buik, een snor en een hoge hoed valt hier het meeste op. Op haar schouder een speelgoedpanter. Groepsactiviteit in de spits, hoe verzinnen ze het...

Aaaah, de schminkdoos komt tevoorschijn, ze waren nog niet klaar. Ik trek mijn iPad: klik!


En ik ben er.

zaterdag 9 maart 2013

Mond vol tanden

Een week na onze verhuizing liet ik een kies verwijderen. Roemloos einde van een wekenlang proces van pijn en gesleutel aan mijn gebit. Dat is nu een half jaar geleden. Met een gat linksboven kun je prima leven, al sjprak ik sjomsj met een sjlisje en kauwde ik vooral met rechts, het is te doen.
De tandarts en ik voeren een bizarre relatie. Ik vertrouw hem om zijn vakmanschap maar zijn beloften zijn me niet veel waard: daarvoor hebben we samen teveel meegemaakt. Deze geschiedenis begint namelijk in april  met zijn opgewekte uitroep: "Wat een meevaller, ik hoef maar een derde deel van de vulling te vervangen!" - maar daarover ga ik hier niet uitweiden.

De kies ging er dus uit. Ik fietste op een zonnige middag vanaf ons nieuwe adres naar het ziekenhuis. Lekker dichtbij vergeleken met de week ervoor, toen we nog in de polder woonden. De feitelijke ingreep was zo gebeurd, en ik doorstond alle kennismakingsverplichtingen van de dagen die volgden met een blauwe wang. En minstens zo belangrijk, zonder pijn, een enorme opluchting naast de ergernis van een incompleet gebit. 
Mijn tandarts gaf me een half jaar om bij te komen en te sparen, er kon een brug geplaatst worden. Mijn mond was ruim genoeg om in te werken (en dat heb ik geweten) en de kwaliteit van de buurkiezen naar behoren. Kijk, daar had je weer zo'n tandheelkundig gelukje waar ik maar niet blij van kan worden. 
We maakten een vijftal afspraken voor een tijdsbestek van een maand. Minstens wekelijks beklom ik de afgelopen tijd de behandelstoel, die zo gewoon een beetje van mij werd. De kapitaalvernietigende werkzaamheden aan mijn "goede" kiezen teneinde de brug te kunnen installeren verdroeg ik zonder klagen. Verdoven, slijpen, slopen, oplappen, happen, tikken, mond open, nog iets verder, bijt eens even... Het vooruitzicht van een complete bovenrij maakte me dapper.

Vandaag is de finale. Ik stap de wachtkamer binnen en haal mijn portemonnee tevoorschijn. "Ik heb mijn wisselgeld meegenomen", doe ik blijer dan ik me voel. De tandarts lijkt verbaasd, dit gebeurt hier kennelijk niet vaak. Tussen mijn muntgeld heb ik een verrassing voor hem: de kroon die afgelopen donderdag in mijn hapje ontbijtkoek bleef hangen. Netjes schoongepoetst en opgeborgen, "kunt u die weer even voor me inparkeren?" Je eten kauwen met een gat linksboven en eentje rechtsonder is echt bijzonder irritant!
Ik mag gaan zitten, mond open. En niets zeggen, dat vind ik het lastigste van de tandarts. Eerst de brug inbouwen. Zodra die hangt krijg ik een spiegel in mijn hand gedrukt. Het resultaat valt me alles mee, ik zie gewoon mezelf in de stoel liggen. Dan de kroon rechtsonder even fiksen,  en dat blijkt nog een heel gepriegel - maar het lukt.

Binnen het half uur sta ik buiten. Met mijn mond vol tanden. En dat niet alleen. Ik krijg ook het gipsen gietmodel mee naar huis. Een royaal gebaar, want waar maak je dat mee? Je stapt bij je tandarts binnen met een kies en je gaat de deur uit  met een heel gebit in je tas! Ik heb het beleefd.


woensdag 6 maart 2013

Ochtendoma


We zijn met de hele familie op vakantie.

"Oma, de zes zit er al in!" hoor ik Koen fluisteren. Ik graai naar mijn klokje en hij heeft gelijk: 6.03 uur, volgens de afspraak mag hij nu zijn bed uit komen. Ik trek mijn dekbed opzij, kom er maar in dan.
Koen schurkt zich tegen me aan, wat is hij toch lief zo. Genietend laat ik me nog even wegzakken naar een restje slaap. "Opa moet alleen nog even Aart zijn billen af gaan vegen", fluistert Koen. Ik ben meteen klaarwakker. Aart? Is die ook al wakker? Op de wc? 
Ik onderdruk een zucht en werk me mijn bed uit. Opa weet van niets en dat hou ik maar zo. Piep kraak zegt mijn lijf, en ook de trap. Aart zit inderdaad op het toilet boven een geurende warme massa. "Heyyy Oma!" begroet hij me met zijn lage peuterstem. Wat een schat. 
Ik doe wat ik moet doen en stuur Aart alvast naar zijn broer. Als ik even later naar boven loop komt Aart voorzichtig de trap af. De verkeerde weliswaar, want Aart kan het bordje nog niet lezen. Hij stond al bij het bed van zijn ouders, vervolgens bij dat van Oom Pieter. De goochemerds stuurden hem door naar oma. Jaja. 

Samen klauteren we naar boven waar Koen in mijn bed op ons ligt te wachten. Aart klimt verbluffend snel onder mijn dekbed en daar sta ik: ik pas er niet meer bij. "Wat moet ik nou?", vraag ik op mijn oma's.  De jongetjes verblikken of verblozen niet, het past niet, dat zie ik toch? "Ga maar bij Opa", stelt Koen nog voor. Ja, die ziet me aankomen.
Het is te zot, hier sta ik voor dag en dauw in het donker naast mijn eigen bed te gieren van de lach. Maar - wat denken ze wel, dan ken je je oma niet. 
Schuif maar op, ik kom tussenin, commandeer ik en zo gebeurt het.

Tot half zeven hou ik ze nog een soort stil, dan begint het spel van de sterke verhalen. Ik ontdek dat ik die vaardigheid zelfs in een zekere halfslaap beheers want de jongetjes lachen om alles wat ik zeg, vaak weet ik zelf niet wat. Als het maar leuk is, leve de vakantie. 
Om 7 uur stap ik over al mijn pedagogische overtuigingen heen en gaat de tv aan. Terwijl ik me veroorloof nog even door te sluimeren kijken de jongetjes gebiologeerd tv. En als ik even later naar beneden ga blijven ze liever bij opa liggen. 

"We hebben wel honderd filmpjes gezien", zegt Koen later tegen zijn moeder. Dat zal best. Ik heb vrijwillig honderd minuten van mijn nachtrust opgeofferd. Met alle plezier. 
En dat voel ik nog de hele dag.