maandag 18 februari 2013

Strafregels verzinnen is zeg maar echt mijn ding




Het overkomt elke leraar. Een leerling vliegt ergens uit de bocht en er moet een maatregel volgen. Wat mij betreft is dat een portie schrijfwerk. 
De leerling en ik spreken concreet over het gepleegde vergrijp, de leerling schrijft vervolgens een fiks aantal keren op wat er gebeurd is en dan: zand er over. Klaar!
In de praktijk blijkt dat een uur voor straf nakomen geen zin heeft wanneer daar geen koppeling naar de probleemsituatie aan vast zit. Een leerling huiswerk laten maken is geen strafwerk, dat doet hij of zij anders thuis toch wel. 
Maar samen met de strafklant de regel nog eens hardop lezen en er al dan niet samen om kunnen lachen - want echt, de meeste leerlingen weten heus wel wat er niet klopte in hun gedrag - dat geeft een dimensie aan de maatregel die nog (jaren-)lang naklinkt. Een lamme hand van het schrijven is niet leuk, als docent kun je daar begrip in tonen. Maar erger dan dat is het niet en het hoeft ook niet weer te gebeuren. Nog nooit heb ik dezelfde leerling twee keer strafregels laten schrijven. En alle keren verbeterde de relatie naderhand. Ik blijf niet boos, we weten het allebei: als het nog eens gebeurt zit je hier weer te schrijven en daar hebben wij allebei geen zin in. Op tijd inbinden en we zijn er uit. 


Wat niet wegneemt dat ik er schik in heb om mooie passende regels te bedenken. Op den duur gaan ze wel wat op elkaar lijken maar een kniesoor die daar op let. We schrijven tenslotte geen boek, we schrijven strafregels. 
Met dank aan Astrid Boon, wiens boek "Straf/Regels Praktijkverhalen uit de school" al een paar keer herdrukt en herzien is. Het lezen én het toepassen waard. 

         


  • Enkele praktijkvoorbeelden:


Het is niet slim van mij om zonder kluissleutel naar school te gaan en daardoor een half uur te laat in de les te verschijnen. Ik weet dat kauwgom op het Zorgplein niet is toegestaan en als ik in korte tijd tweemaal met kauwgom in mijn mond zit maak ik geen goede indruk op de docent. 
Als ik mijn boek niet bij me heb kan ik niet zelfstandig werken en is de kans groot dat ik tijdens de les mijn medeleerlingen van hun werk houd. Daarmee belemmer ik mijn klasgenoten in het leren. Als ik mijn docent voorstel om mijn boeken thuis te gaan halen houd ik me aan de afspraak. Ik bemoei mij op het Zorgplein uitsluitend met mijn eigen zaken en mijn leerproces. Ook let ik er op dat ik in mijn reacties niet brutaal overkom, want dat hoort bij de kwaliteiten waar ik als leerling van Zorg en Welzijn aan werk. Doe ik dit alles niet dan loop ik de kans op dit schrijfwerk, en dat is welbeschouwd zonde van mijn tijd. Beter kan ik mijn tijd besteden aan leuke dingen of aan mijn schoolwerk. 


Wanneer mijn docent aan een medeleerling een opdracht geeft bemoei ik mij daar niet mee, tenzij me dat gevraagd wordt. Wanneer de docent mij daar onverhoopt toch op moet corrigeren pas ik mijn gedrag aan. Wanneer ik ongevraagd commentaar lever op een amicale toon kan dat de indruk geven van respectloos gedrag naar de docent. Als leerling van Zorg en Welzijn leer ik nette omgangsvormen en weet ik dat ik niet altijd kan zeggen wat ik denk. Zo word ik voorbereid op mijn stage en op mijn vervolgopleiding.  In de omgang met mijn vrienden kan ik vrijer zijn. Ik bemoei mij op het Zorgplein uitsluitend met mijn eigen zaken en mijn leerpoces. Ook spreek ik respectvol met de docenten. Doe ik dat niet dan loop ik de kans op dit schrijfwerk, en dat is welbeschouwd zonde van mijn tijd. Beter kan ik mijn tijd besteden aan leuke dingen of aan mijn schoolwerk.

Voortaan zeg ik niet meer tegen de docent "***** *****, waar maak je je druk om, ZEG!" en "Ik doe je wat, hoor, ga vooral zo door", ook niet als ik iets irritant vind, want dat is grof en intimiderend taalgebruik en dat getuigt niet van respect voor mijn docent. Als leerling van Zorg en Welzijn kan ik mij zo niet uitdrukken: het is professioneel om niet altijd te zeggen wat ik denk. Beter is het om voortaan als ik kritiek heb of geïrriteerd ben fatsoenlijk en beschaafd taalgebruik te bezigen. Dan hoef ik ook geen strafregels te schrijven zoals nu want dat is zonde van mijn tijd.


Het is niet slim om zonder boeken in de les te verschijnen en daarvan bij de docent geen melding te maken. Zonder boeken kan ik niet werken en is de kans groot dat ik tijdens de les mijn medeleerlingen van hun werk houd. Daarmee belemmer ik mijn klasgenoten in het leren. Bovendien ben zelf dan niet met iets nuttigs bezig, en dat is tenslotte waarvoor ik op school zit: om te werken aan mijn eigen ontwikkeling en gericht op mijn eigen toekomst.
Wanneer ik voor straf na moet komen vanwege het vergeten van mijn boeken zorg ik dat ik daarvoor op de afgesproken tijd aanwezig ben. Lukt dat niet dan stel ik de docent zo snel mogelijk in kennis en zoek naar een nieuwe oplossing. Doe ik dat niet dan lijkt dat op respectloos gedrag naar de docent. Drie uur niet nakomen vanwege het vergeten van de boeken levert mij een vervelende schrijfopdracht op. Het is beter dat ik zorg mijn spullen bij me te hebben en mijn afspraken na te komen, dat bespaart me een boel ergernis en tijd. 


Het kan ontzettend moeilijk zijn om lastige leerlingen bij de les te houden en hen aan te zetten tot gewenst gedrag. In sommige gevallen kan straf uitkomst bieden. Orthopedagoog Astrid Boon, auteur van het boek Straf/Regels, pleit voor herinvoering van het schrijven van strafregels.
Als leerlingen de regels overtreden moeten zij in hun vrije tijd lange epistels schrijven waarin zij worden gewezen op hun overtreding en de consequenties daarvan. Bovendien moet het werk van de leerlingen ook getekend worden door een ouder, waardoor ook ouders meteen weten als hun kind zich slecht heeft gedragen. Zo wordt de leerling buiten schooltijd geconfronteerd met zijn gedrag op school. Op deze manier wordt er tijdens de les geen aandacht besteed aan slecht gedrag en kan de leraar buiten de les om leerlingen corrigeren.
De schrijfstraf werkt als volgt:

  1. De leerling krijgt eerst een waarschuwing voor zijn/haar ongewenste gedrag;
  2. Wanneer de leerling de waarschuwing niet opvolgt, wordt de schrijfstraf uitgedeeld;
  3. De leerling blijft in de les, liefst dicht bij de leraar;
  4. De leraar legt een schrijfstraf op, die de leerling in zijn vrije tijd maakt;
  5. De leerling schrijft de regels een aantal keer over: de beschrijving van het gewraakte gedrag, waarom dat gedrag onwenselijk is voor hem/haar en voor anderen en ten slotte de helpende suggesties voor zijn gedrag in de toekomst;
  6. De ouders ondertekenen het geschrevene;   
bron: www.leraar24.nl

vrijdag 15 februari 2013

Dagboekkrabbel uit de trein

Mooi is dat. 
Keurig op tijd bij de bushalte, stoom uit mijn oren maar toch gehaald. Wat zijn die trottoirs toch ranzig als je met je kicke koffertje door de bijnaverdwenen sneeuw moet snellen.
Geen bus. Niet op tijd en niet te laat. Gewoon niet. Een verliefd stelletje dat zojuist roerend afscheid heeft genomen wijzigt de plannen, de jongen komt teruggefietst en het meisje hijst zich op de bagagedrager. Weg zijn ze. 
Het wordt later en duidelijker, die bus gaat niet meer komen. Dag reisplan. Dit stond niet in 9292.nl. Mijn rotsvaste vertrouwen in de bus raakt ernstig beschadigd. Ik bel naar huis, mijn man gaat me redden. Ik bied het buurmeisje in het bushokje mijn lift aan, maar nee ze moet naar Dordt. ik dring niet aan, dan moet ze het zelf maar weten. Volgens mij gaan er ook treinen die kant uit. Ik been zo snel ik kan terug richting huis. Daar ga ik weer met mijn koffertje, we sjezen samen over het fietspad want op het asfalt is gestrooid. Arie stopt naast me met de auto. ik stap in, hij brengt me naar het station. Gered. Ik zie mijn intercity nog net wegrijden. Ook dat nog. Wat nu? 

En dan moet ik vandaag niet naar Amsterdam maar naar Leiden, heerlijk twee uur minder reistijd, jubelde ik gisteren. Dat werd dus uitslapen - ik werd wakker met een zere rug van het liggen. Van zeven uur slaap, zie je wel dat moet ik niet doen. Nog een geluk dat er geen potje migraine aan vast zit - had ook nog gekund. In ieder geval heb ik wat slaap ingehaald, dat was hard nodig. Dan maar zo.
Maar hoe kom ik nu op tijd in Leiden? Geen wifi hier op het perron. Na mijn ambulante vervoerder is het nu mijn digitale reishelpdesk waar ik een beroep op doe. Ik sms Jorien. 'Hoe was het ook weer, zei je, overstappen op Blaak?' Ja, supersimpel, schrijft ze terug: uitstappen, even wachten en weer instappen. Kan niet mislukken. 

En zo gaat het ook. Het voelt wat vreemd, uitstappen, wachten, instappen zonder de gegevens vooraf bestudeerd te hebben. Nu zit ik in de goede trein, ik verschijn straks stipt op tijd bij mijn studiegenoten om aan onze synthese-opdracht te werken. Ik heb voor mijn gevoel al heel wat beleefd en de dag moet nog beginnen. Met een heerlijk Bachmuziekje permitteer ik me in de trein de rust van deze dagboekkrabbel en wat gerelateerde overpeinzingen. 

Wat ns.nl en 9292.nl me ook voorrekenen, als het er op aan komt zijn het de mensen die van me houden waar ik het van moet hebben. Als ik mijn simpele Nokiaatje maar bij me heb. 



dinsdag 12 februari 2013

vrijdag 8 februari 2013

Kentekenplaat



Kentekenplaat.

September 2008. Arie en ik zijn onderweg naar Amerongen, hebben de radio aan want het is Prinsjesdag. Van de troonrede val ik in slaap.  Ik word wakker op het moment dat we door een motoragent van de snelweg af gedirigeerd worden.  In niet mis te verstane gebaren maakt hij ons duidelijk dat we hem maar even moeten volgen, de snelweg af. Richting vrachtwagenparkeerterrein, en daar parkeren.
Verbaasd staan we naast de auto. We zijn ons van geen overtreding bewust. De agent is kort en bondig. Hij heeft ons van de weg gehaald omdat we geen kentekenplaat op onze fietsendrager hebben. Dat is strafbaar. Arie reageert zoals we dat kennen van “Blik op de weg”. Hij dist een geloofwaardig verhaal op over de geleende aanhangwagen van vorige week. Daardoor zit die plaat er nu toevallig niet op. “Maar we hebben er altijd één in de auto liggen,” stelt hij de agent gerust. Die wil dat wel eens zien. Moeiteloos tovert Arie zowel de kentekenplaat als een rol ijzerdraad tevoorschijn. Die plaat kan zo gemonteerd worden. Onder het toeziend oog van Oom Agent. Deze besluit het voor deze keer bij een waarschuwing te laten. Dat bespaart ons een boete van €115. Opgelucht halen we adem, beleefd nemen we afscheid.

We rijden weer en herkauwen het hele incident nog eens. En we doen een verrassende ontdekking.  Arie heeft namelijk voor die geleende aanhangwagen de plaat uit de auto gebruikt – en absoluut niet die van de fietsendrager. Hij heeft zijn verhaal zo overtuigend gebracht dat hij het zelf geloofde en ik ook, maar er is geen woord van waar. Dat brengt ons bij de vraag waar die kentekenplaat dan wel gebleven kan zijn. Gestolen? De auto heeft een uur geparkeerd gestaan met de fietsen er op. Er af gerammeld? Onbestaanbaar. Waar is die plaat? We komen er niet uit en eerlijk gezegd, het zit ons helemaal niet lekker. Want als we onze kentekenplaat kwijt zijn, wie rijdt er dan nu mee rond? Ik heb nota bene, toen we daarstraks voor de brug moesten wachten, de achterlichten gecontroleerd: zat die plaat er toen nog op? Wat voor kleur heeft-ie eigenlijk, wit of geel? Ik wist niet dat je uren over een kentekenplaat kunt praten, maar wij doen het.

Eenmaal thuis vertellen we ons avontuur aan Jaap-Willem en Pieter. “Oh, die kentekenplaat heb ik er af gehaald toen we de boedelbak huurden”, zei Jaap. Dat was in juni. Waar is die plaat dan nu? Tja, dat weet hij niet. Pieter is destijds meegereden om de boedelbak terug te brengen. Hij heeft het ding er, weet hij 100% zeker, niet afgehaald. Zucht. Dat betekent dat de plaat er gewoon niet meer is. Het enige dat we wijzer zijn is dat hij vandaag niet gestolen of van de auto afgevallen is.

Een dag later rijd ik op de fiets naar school. Langs de boedelbakverhuur. Ik aarzel geen moment en stap van mijn fiets. Binnen informeer ik bij de bediende of er nog kentekenplaten bij de gevonden voorwerpen liggen. “Van wanneer?” wil ze weten. “Juni”, mompel ik weinig hoopvol. “Wat is het kenteken?” is haar volgende vraag. Aiai… “Iets met XP er in” (dat nummer wil maar niet landen in mijn brein. XP komt in ons vorige en ons huidige kenteken voor. Wij zijn in onze gesprekken inmiddels zover gezonken dat we niet eens meer zeker weten of het kenteken eigenlijk wel klopt) Mopperend verdwijnt de vrouw naar achteren om even later terug te keren met…. onze witte kentekenplaat waarop ook nog het juiste nummer!
Opgelucht grinnikend wil ik het ding in mijn fietstas stoppen om vervolgens naar school te fietsen, maar dat past dus niet. Een kentekenplaat hoort nu eenmaal op je auto. 

dinsdag 5 februari 2013

Retourtje Dordt over het water in de zon







Bij de bloedbank.

Ik geef een half litertje bloed af bij de bloedbank. De mijnheer met wie ik tegelijk in de wachtruimte plaats nam is al klaar als ik nog moet beginnen. Je hebt soms van die dagen, grijnst hij naar mij en met een #prettigedagverder wandelt hij weg. Met zijn gezwachtelde arm. Hij wel.

Het begon al met de oproepkaart. Die ligt nog thuis op de bank. Daarna het Sanquin-pasje. Zit in mijn andere portemonnee. Ja hoor.... Ik mag gelukkig wel blijven. Ze zijn zelfs blij met me, zegt de receptioniste. Een vriendelijke dame haalt me op voor het onderzoekje. Als ik eerlijk ben kom ik meer daarvoor dan voor het bloed geven. M'n bloeddruk hè. Meten is weten ;) 



Afijn, te hoog natuurlijk, #jahoezoudatnoukomen!! Gelukkig sturen ze je tegenwoordig niet meer naar huis boven de 90, dus ik mag door naar de prikruimte. Ik krijg een ligstoel toegewezen en ga liggen wachten. Ik heb natuurlijk geen boek of krant bij me, dus het wordt rondkijken. Wat ik zie is opmerkelijk. Mannen in de stoelen en vrouwen die hen prikken. 
Hoe ik het ook benader - ik kan tenslotte prikken dus zou er kunnen werken en ik lig tussen die heren in zo'n stoel - ik ben een vreemde eend in de bijt. 

En het duurt maar.... Ik constateer dat je tijdens de afname alleen iets te drinken krijgt als je map geel is en die van mij is rood. De gele mappen tappen plasma af, dat kan je vaker, het duurt langer en je hebt er minder last van, vertelt de laborante me. Onlangs was er een man die 500 keer plasma had gegeven. "Ik moet er niet aan denken, weet je hoe lang dat duurt!", zucht ze. Ik knik meelevend.

Ik ben aan de beurt en ik blijk in de verkeerde stoel te zitliggen. Heb ik weer. Of ik de laborante maar wil volgen? Drie stoelen verder staan haar spullen. En via welke arm wil ik me laten prikken? Kies maar uit, dit vat prikt wel lekker geloof ik. Hij zit wel een beetjes dwars, zegt de ze. Wat verwacht je anders van mij, denk ik vilein. 

Na het omslachtige schoonmaakprotocol komt de naald er aan. Wat is het toch een pook. Prik, hij zit. Maar geen bloed te zien. Ik krijg het knijpkussentje aangereikt, de prikster rommelt wat met de naald. Hiep hoi, ik begin te bloeden. Dat je daar ook al blij mee kunt zijn. Volgens de prikster loop ik als een tierelier. Ter afleiding vertelt ze me hoe haar bankrekening ooit werd leeggeroofd. Daar kun je heel gezellig over babbelen, ontdek ik. Het heeft haar geen cent gekost en het was heel erg. Makkelijk luisteren is dat. 

In no time is mijn zak vol. Snel afkoppelen, buisjes scannen en wegwezen, ik heb nog meer te doen. De scanner doet het niet. Daar komt de prikdame pas achter als het bankberoofverhaal al ver over de datum is, ze scant en scant en scant maar piepen dat ding? Ho maar. Vertwijfeld kijkt ze de ruimte in. Is er iemand met technische ogen, fluisterroept ze. Een witgejaste collega komt aangebeend en geeft een klap op de scanner. Zo doe je dat, zegt ze, onthoud dat maar. 

Pfff, ik kreeg al visioenen van een naald die er niet uit mocht zolang ik niet als mezelf door de scanner was geïdentificeerd. Eind goed al goed. Ik mag gaan. De ijver waarmee mijn arm hier wordt omzwachteld werkt op mijn lachspieren. Stiekem kijk ik of er toch nergens een verborgen camera hangt? Zo gezond mogelijk wandel ik naar de koffiepot; een beetje wiebelig schenk ik mezelf een bakkie in. De koffiejuffrouw heeft het vast elders druk want ik zie haar niet. 
Zo, heerlijk even zitten. Ik lees even in een krant en drink mijn koffie op. En dan - op naar de auto, de volgende plicht roept! 

Bij het inchecken heb ik als altijd een gratis uitrijkaart voor de parkeerplaats ontvangen. Dat vind ik nou zo'n aardig gebaar, ik voel me altijd een beetje bijzonder als ik hier gratis uit mag rijden. Geroutineerd chauffeer ik naar de slagboom. Raampje open en kaartje er in. 
Oeps! Kaartje waait uit mijn hand. In mijn spiegel zie ik mijn achterbuur zuchten, of verbeeld ik het me? In ieder geval manoeuvreert ze naar achteren en parkeert naast me voor de vrije paal. 
Ik wurm het portier open, nee, dat gaat niet, iets naar voor of naar achter rijden, en dan lukt het, ja ik kan zonder uitstappen mijn kaartje van de grond pakken, o wat een geluk het schiet me zelfs niet in mijn rug, en hop, de boom zwaait open. 
Grinnikend schuif ik naast degene die even terug mijn achterbuurvrouw was en zodra het stoplicht groen is ben ik weg. 

Lekker toch nog eerst.